Sucre, La Paz, Titicaca meer en Colca Canyon
Zondag 5 september, bij deze het vervolg van ons reisverslag.
De dag na ons avontuur op de zoutvlakte trekt iedereen van ons gezelschap weer verder. Een deel van de groep vertrekt richting de grens met Argentinië. Wij zijn daar al geweest dus wij twijfelen tussen La Paz en Sucre. Sucre stond eerst wel in ons plan maar aangezien we wat tijd verloren zijn met het wachten in San Pedro hadden we deze eigenlijk al doorgestreept. Echter alle bussen vertrekken op onmogelijke tijden, middernacht, behalve de bus naar Sucre. En omdat we niet zo heel lang in Bolivia zijn willen we eigenlijk niet 's nachts rijden om maar niets van de omgeving te missen. En bovendien lijkt het ons ook wel gezellig, dus samen met de 'Aussies' Claire en Hayden en Duitser Dominik stappen we om 9 uur in de 'off road' bus richting Sucre.
We passeren de zwartgeblakerde wegen waar de blokkades hebben plaatsgevonden en gaan daarna via een steile weg al snel de bergen in. De route is prachtig. Via smalle bergweggetjes stuitert de bus omhoog en wij stuiteren mee. We genieten van het uitzicht en na alle doodsheid van de Salar zijn we blij weer eens iets te zien wat groeit, hoewel het maar enkele struikjes en grassprieten zijn. We zien hele kudde's lama's, passeren prachtige valleien en bestijgen soms weggetjes naast enorme diepten waarbij we blij zijn dat wij degene zijn die hier ingehaald worden. Er is geen toilet aan boord dus de enige stop is meer dan welkom. Achter een restaurantje staat een klein hokje wat als toilet dient, echter na het bezoek zie je de inhoud via een gootje naar de weg teruglopen. Dat noem je beleefd wildplassen...
We komen aan in Potosi waar we een uur moeten wachten voor we in de volgende bus verder kunnen. We genieten onze maaltijd bij de oude vrouwtjes buiten het station die een klein bakje serveren met kleine stukjes lamabiefstuk, gebakken aardappel en een soort grote gepofte maïskorrels. Na een uur vervolgen we onze weg en de rest van de weg krijgen we niet te zien doordat het al donker is.
Om 9 uur 's avonds komen we, na 12 uur in de bus, aan in Sucre. Dominik heeft op voorhand al een hostel geboekt dus we volgen hem en er blijkt plaats voor ons allen. Een blijde gewaarwording zijn de prijzen in Bolivia. Deze liggen stukken lager dan die van Chili en Argentinië. Gingen we in de eerste weken ons budget ruim te boven, lijkt het nu allemaal weer wat gecompenseerd te kunnen worden. We kunnen overnachten voor een tientje en het diner, bestaande uit rijst, salade en een flink stuk vlees, kost nog geen euro. Tijdens de maaltijd worden we geanimeerd door het kleine aapje wat overal aan zit en de moeke die er dan weer achteraan gaat, al slaande met haar theedoek.
De volgende dag verkennen we Sucre. De stad Sucre is de hoofdstad van Bolivia, hoewel het lang niet de grootste stad van het land is. Het is echter wel een mooie stad, de straten zijn netjes en veel gebouwen zijn opgetrokken in koloniale stijl. We belanden op een lokaal marktje, we zien de kippenstalletjes waar de eerste rij kraampjes ons geslachte kippen aanbieden met kop en poten er nog aan. Vervolgens komen we in de fruitlaan waar de verkopende vrouwtjes schuil gaan achter enorme bergen tomaten, appels, ananas, bananen en vele andere soorten fruit. We zien de slagers, alle vlees ligt netjes uitgestald in grote stukken en daar ruikt het ook naar. In een lange rij staan vrouwen pap te koken en room te kloppen. Het ziet er lekker uit dus we proberen ook een bekertje. Dit hadden we beter niet kunnen doen... Het room blijkt opgeklopt (rauw) eiwit, waar we later veel last van hebben. Andere delen van de markt herbergen de kruideniers die pasta en noten verkopen. We krijgen kaneelstaven van één meter aangeboden maar zien niet in hoe we deze mee kunnen nemen in onze backpacks. De aardappelverkopers bieden hun aardappelen geschild en wel aan. Alle ambachten staan bij elkaar, van prijsconcurrentie is geen sprake. Men probeert echter wel om het hardst de aandacht te trekken. We lopen over de bovenverdieping waar de restaurantjes gevestigd zijn. Aan alle kanten wordt er aan ons getrokken en iedereen probeert ons te verleiden om plaats te nemen aan hun tafeltjes. Met mijn lichaamslengte wordt ik waarschijnlijk gezien als goede klant, en van Samantha, met haar donkere haren en gelaatskenmerken wordt verwacht dat ze al het Spaans wel even begrijpt. Ons lijkt het echter beter om wat rustig aan te doen met het lokale eten, de maag is wat onrustig. We kopen een Cherimoya(Custardappel) en samen met wat ander fruit houden we dit voor lunch. We genieten van het Bolivaanse leven, wat hier voornamelijk op straat te doen is. Iedereen probeert zijn inkomen op straat te verdienen, er zijn ontelbare sapkarren die allemaal sinaasappels persen,ijscomannenmet 3 smaakjes ijs en mensen die zomaar enkele willekeurige producten aanbieden zoals flesopeners, batterijen of kleine souvenirs. Op iedere hoek van de straat zit wel een Boliviaans vrouwtje met een soort van straatkiosk die frisdrank, chocolade en koekjes probeert te slijten. Ook bedelaars zijn er genoeg, hoewel dit voor sommigen ook een nevenactiviteit is naast de handel.
We verblijven 4 dagen in Sucre. We vinden het een mooie stad en het is gezellig met onze andere reisgenoten. We bezoeken park Bolivar en beklimmen de miniatuur eifeltoren die hier staat. We doorlopen de verschillende wijken en beleven de drukte van de stad. De zaterdag is Samantha vooral aan bed gekluisterd, erg last van de maag en misselijkheid. De wandeling naar de bushalte eindigd al na 100 meter doordat alle uitlaatgassen teveel zijn en haar doen kokhalzen. Het is jammer dat we niet meekunnen met de tour om de grote archeologische voetsporen van dinosaurussen te gaan bekijken. Ik vul mijn dag met wat boodschappen doen en uitzoeken hoe we het beste verder kunnen reizen.
Zondag gaat het al een stuk beter. We willen vandaag de beroemde zondagmarkt van Tarabucco, een dorpje 60 km verderop bezoeken. Deze markt staat bekend om de gezellige drukte en de authenticiteit. Vele inwoners van de omringende dorpen reizen hier naar toe om hun producten aan te bieden. We vertrekken om half negen vol goede moed met de bus, we stranden echter na een kleine 10 minuten aan de rand van de stad. Na een half uur blijkt duidelijk waarom we stilstaan. Er is ineens een onaangekondigde wielerwedstrijd op de belangrijkste uitvalsweg vanuit de stad. De politie sluit, erg behulpzaam, netjes de weg af. Het gevolg is dat alle verkeer vast staat. Sommige brokkenpiloten gaan de file inhalen wat vervolgens chaos in alle richtingen veroorzaakt. Onze buschauffeur is het na een half uur ook zat, hij start de bus geeft flink gas en wil ook een omtrekkende beweging maken maar ramt daarbij gelijk een andere auto. Vervolgens weer uitstappen natuurlijk en een hoop discussie over de schade. Even denk ik dat het terugrijden van deze bus mijn volgende uitdaging zal zijn maar gelukkig blijkt onze chauffeur nog wel in staat om verder te rijden...
We keren terug bij ons vertrekpunt en er wordt medegedeeld dat we over 2 uur een nieuwe poging kunnen wagen. We besteden onze 2 uur met het kopen van bananen op de lokale markt, goed voor de buik. We laten een uitgebalanceerd fruitsapje mixen bij één van de sapjesbars. En kopen wat chocolade bij het beroemde 'Para Ti' echter dit rustig opeten in het park blijkt een illusie. We worden overstelpt door hardnekkige bedelaars en kinderen die om een bijdrage vragen voor hun kinderarbeid. Geven aan bedelaars blijft altijd een overweging omdat je het ook niet wilt stimuleren, gelukkig blijkt chocolade ook een goed betaalmiddel.
Uiteindelijk vertrekt 2 uur later de bus opnieuw. Ditmaal is de bus iets kleiner en de mensen kunnen niet allemaal zitten. Geen nood, we schuiven er wel een krukje bij in. Zitten op een los krukje is tenslotte minder gevaarlijk dan staan... We komen weer in dezelfde file te staan, hetzij iets verder dan de vorige keer. Iedereen stapt uit en het kioskje langs de kant heeft nog nooit zulke goede zaken gedaan. Uiteindelijk komen we dan toch 4 uur later dan gepland in Tarabucco aan. We doorlopen de kleine straatjes met de vele handwerkkraampjes. Geborduurde kleden, hoedjes, sjaals, wanten, alles van alpaca of lamawol. We kiezen een eetstalletje waar de meeste mensen zitten en de lunch valt niet tegen. Vanuit de meeste bordjes soep die we zien steekt het klauwtje van een kippenpoot, gelukkig is onze maaltijd minder alternatief. We proberen wat leuke souvenirs te vinden maar goed afdingen is hier niet mogelijk. We verwachten dat het in La Paz goedkoper zal zijn.
Na terugkomst in Sucre beklimmen we een hoger gelegen punt wat een mooi uitzicht biedt op de ondergaande zon boven de stad waarna de stad erg mooi verlicht wordt in het donker. Samantha besluit dapper om een sangria met fruit te delen met Claire, echter op haar net herstelde maag valt dit erg slecht...
Maandagochtend bezoeken we de begraafplaats van Sucre. Hoewel het niet echt gangbaar is om in je vakantie een begraafplaats te bezoeken is dit toch wel een bijzondere gewaarwording. De mensen worden niet begraven in een graf in de grond maar in een tombe in een muur. De kist wordt hier in een precies passend gat geschoven. Dit wordt dicht gemetseld en ervoor wordt een halve meter ingericht als monument. Je koopt een glazen deurtje, waar tevens de rijkdom aan af te lezen valt. De ruimte tussen het deurtje en het werkelijke graf wordt ingericht met verse bloemen en foto's of kenmerkende eigendommen van de overledene. Voor sommige is dit alleen een zakje cocablaadjes en een flesje bier... De muren zijn erg hoog en het besef je te bevinden tussen muren met honderden graven aan alle kanten is een vreemde gewaarwording. De rijke families hebben een compleet eigen gebouwtje met verschillende tombes en de priesters hebben een eigen kerk met graven. De begraafplaats heeft veel groen en wordt goed onderhouden en het is een waar rustpark in de drukke stad. Het is een komen en gaan van mensen die de bloemen komen verversen. De bloemenstalletjes voor de begraafplaats hebben een goed bestaansrecht en het zetten van verse bloemen is voor veel mensen een goede reden om vaak terug te komen naar hun overleden geliefden. Dat de bloemen vers zijn bewijst de kleine kolibrie die van bloem naar bloem vliegt. De eerste die we spotten.
We genieten van een uitgebreid 4 gangen diner voor 5 euro, dubbel genieten dus. Onze reisgenoten gaan allemaal andere richtingen op dus hier nemen we afscheid. Maandagavond vertrekken we naar het busstation. We hebben tickets geboekt bij ons hostel voor de bus naar La Paz. Jammer genoeg gaan er alleen nachtbussen zodat we de omgeving rondom Sucre moeten missen. Ons ticket blijkt geen ticket maar een voucher, het is dus weer een heel gezoek en gedoe voor we uiteindelijk een ticket hebben en de goede bus gevonden hebben. We zijn net op tijd, gelukkig hebben we een goede ruime plaats voorin. De rit gaat gelukkig over asfaltwegen, en hoewel het erg koud is in de bus lukt het ons om een groot deel van de reis slapend door te brengen.
En zo komen we dinsdagochtend om 8 uur aan in La Paz. Onze bagage blijkt er ook nog te zijn, we hebben weinig zin om er ver mee te sjouwen dus we nemen intrek in een hostel vlakbij het busstation. La Paz betekent letterlijk 'De Pas', de stad is gebouwd in een bergpas, het centrum is gelegen in de diepte en de straten en huizen lopen tegen de berghellingen op. Het verkennen van deze stad is dan ook een sportieve prestatie door de vele beklimmingen en daarnaast de grote hoogte(4000 meter) maakt dat we al snel lopen te hijgen. De hoofdstraat van de stad wordt gekenmerkt door kleine Toyota busjes die overal lijken te stoppen en waarbij de bijrijder ver uit het raam hangt en in rap tempo alle mogelijke bestemmingen opratelt. Wij vinden La Paz, na Sucre, maar een lawaaierige stinkstad. Bussen en taxi's stoppen overal en bij het optrekken laten ze enorme roetwolken achter. De chauffeurs lijken wel 4 pedalen te hebben, het vierde voor de claxon. Men toetert vooral om de aandacht te trekken van nieuwe klanten en om de voorganger die ook vast staat in het verkeer te dwingen ook te gaan toeteren. We verblijven er 2,5e dag. We besteden onze tijd voornamelijk met inkopen doen. De prijzen van goede souvenirs liggen hier lager dan in de rest van het land en afdingen gaat hier ook beter, hoewel het voor de altijd enthousiaste Samantha toch af en toe moeilijk is om desinteresse te veinzen om zo onze onderhandelingspositie te verbeteren... We weten aardig wat spullen te verzamelen en doen deze maar gelijk op de post om onze ruggen te sparen. We zien een ouderenmanifestate voorbij trekken, een kleurrijk geheel waar we enkele foto's van willen maken. Maar ineens blijken wij zelf de grootste bezienswaardigheid. De oudjes wijzen en maken grapjes over ons waar iedereen luid om lacht, behalve wij, omdat we het Spaans uit de tandloze mondjes niet kunnen volgen.
Wanneer we alle drukte beu zijn vinden we een Boliviaanse bioscoop, met een aanbieding 2 voor de prijs van 1. Uiteindelijk hebben we 2 kaartjes voor 3 euro en samen met enkele verveelde Bolivianen kijken we de film 'Salt' ('Zout', hoe kan het ook anders, om ons zoutavontuur compleet te maken), met agent 'Zout'. We bezoeken ook nog het cocamuseum wat ons meer informatie geeft over de geschiedenis van de coca. Het kauwen van cocabladeren wordt gedaan door bijna iedereen in Bolivia. De cocabladeren, komende van de coca plant, zijn gedroogd en worden op de markt verhandeld. Het kauwen is een beetje te vergelijken met het kauwen van pruimtabak; een prop bladeren wordt fijn gekauwd en daarna als prop in de wang bewaard. Dit geeft een stimulerend effect op de hersenen, je voelt je wakkerder en krijgt nieuwe energie. Het kauwen van coca is een sociale bezigheid en doe je samen met anderen. Het stamt al uit de tijd van de indianen. In de tijd van de Spanjaarden was het kauwen van coca een middel om te overleven voor de indianen die uitgebuit werden in de zilvermijnen en wel dagen van 48 uur moesten maken. In later jaren is er ook een drank van gebrouwen, de Coca Cola, maar uiteindelijk is de natuurlijke coca hierin vervangen door een kunstmatige. Cocaïne is een product afkomstig van de coca maar het is een chemisch product, geïntroduceerd door de westerse wereld. Het museum is een verzameling van feiten en weetjes, en na een uurtje hebben we weer wel genoeg coca-kennis gesnoven. Wij houden het maar bij coca-thee, heet water met een hand vol blaadjes, en coca snoepjes
Donderdagmiddag 27 augustus vertrekken we om 2 uur met de bus naar Cobacabana aan het Titicacameer. We hebben weer even genoeg stad gezien en verlangen weer naar rust en stilte. We zitten in de tourbus die rechtstreeks naar Copacabana zal rijden, maar de bus zit nog niet half vol dus de chauffeur besluit om onderweg ook maar iedereen mee te nemen die mee wil. Het duurt dus wel even voor we La Paz uit zijn. Het wordt echt een lokale bus, we hebben net nog geen kippen op het dak. De chauffeur schuift snel nog even twee grote gastonnetjes in het bagageruim onder onze zitplaats, de bijstaande agent knikt goedkeurend (In Nederland zijn er genoeg mensen die geen gasauto willen rijden omdat de gastank gevaarlijk zou zijn).
De route is prachtig. We rijden door weidse velden, het gras is wel wat dor maar het is dan ook winter. Hier en daar kleine kuddes schapen, kuddes lama's en een enkele koe, meestal zit er ergens wel een herder in de buurt. We rijden langs het Titicacameer, het hoogstgelegen meer(4000 m) ter wereld. Het meer heeft voor ons de grootte van een zee, de overkant is niet te zien. We moeten een oversteek maken. Iedereen moet uit de bus, de bus rijdt op een soort houten vlot wat gevaarlijk schommelt en overhelt. Wij moeten tickets kopen en worden overgezet met een klein kajuit jachtje wat veel te vol beladen wordt. Het lijkt allemaal geen probleem en na even op de bus te hebben gewacht aan de overkant kunnen we onze weg weer vervolgen. 's Avonds 7 uur komen we aan in Copacabana waar we weer bestormd worden door verschillende hoteleigenaars die ons graag een slaapplaats aanbieden. We hebben geen zin om ver te gaan zoeken en volgen de eerste de beste, wat nog niet eens tegenvalt.
De volgende ochtend stappen we, beladen met onze backpacks in de grote motorboot die ons met nog meer andere toeristen naar het eiland 'Isla del Sol' zal brengen. Het is een mooie tocht we zitten boven op dek en genieten van zon, zee en uitzicht op de groene bergachtige oevers. Na 1,5 uur komen we aan op het eiland van de zon. We staan maar net op de steiger of de weg wordt versperd door twee brede Boliviaanse 'moekes' die gelijk 10 Bolivianos van ons eisen als entree voor het eiland. Daarna worden we opgevangen door een jonge knaap die zegt een goed hostel voor ons te weten. Het hostel wordt ook goed aangeprezen in ons boek dus we besluiten hem te volgen. We moeten een half uur lang stijl klimmen om bij onze bestemming te komen. We zitten nog steeds op 4000 meter hoogte en met volledige bepakking is het loodzwaar. Maar we worden beloond, we hebben een mooie kamer met prachtig uitzicht over het meer.
We slaan wat voorraden in, in het kleine dorpje en beginnen onze lange tocht naar het noorden van het eiland. Op het eiland zijn geen voertuigen aanwezig en het is er zo bergachtig en ongerept dat het enige vervoer de benen of een ezel is. We hebben geen kaart, maar we worden vriendelijk de weg gewezen door een schaapherdertje. Het gewezen pad blijkt dan ook een echt herderspad te zijn. Een smal paadje voert ons eerst over één van de hoogste bergen van het eiland en daarna langs de randen van andere bergen, een mooie route maar zwaar voor de benen. Uiteindelijk komen we via een grote omweg toch uit op het grote brede pad wat ons midden over het eiland naar het noorden leidt. We komen net achter een klein gebouwtje uit waarvan het mannetje niet weet hoe snel hij bij ons moet komen om ons te verplichten een ticket voor het pad te kopen. De lokale bevolking weet al aardig hoe men kan verdienen aan het toerisme op hun eiland. Gelukkig zijn het maar kleine bedragen. Het pad voert ons over de toppen van de middelste bergrug en we hebben prachtig uitzicht op de flanken van het eiland en de verschillende baaien. Op een hoge bergrug doemt uit het niets weer een controlepost op waar onze 'tickets' nog een keer gecontroleerd worden. Na iets meer dan 9 km over het midden van het eiland komen wij bij het uiterste noorden aan waar we een oude Inca ruïne bezichtigen. Verspreid over het eiland komen meerdere ruïnes en oude tempels uit het Inca tijdperk voor, echter dit is de grootste en belangrijkste. We dwalen wat rond door de gangetjes en hokjes maar doordat het al laat is en we ook weer terug naar het zuiden moeten kunnen we er niet te lang blijven hangen.
Voor de terugweg kiezen we de lager gelegen route. Deze blijkt echter zwaarder dan de hoger gelegen route. We dalen enkele keren helemaal af naar het strand en moeten daarna weer stijl klimmen. We komen door kleine dorpjes waar men kleine kuddes schapen hoedt, tegelijkertijd de wol spinnend die deze dieren leveren. De vruchtbare hellingen van de bergen worden beteelt. Degenen met een bootje proberen wat vis te vangen en varkens doorwroeten de natte stukken van het strand. Een mooie wandeling en de aardige mensen wijzen ons continue de weg zonder dat we erom vragen. Net voor zonsondergang zijn we terug aan de zuidkant van het eiland. Bezweet en met enorm zware benen, na 18 km klimmen en dalen over inca paden(dat betekend grote treden) verlangen we naar een warme douche. We zouden een 'hot shower' op onze kamer hebben werd verteld, echter op alle reclamebordjes in het dorp staat 'hot shawer'. Dit komt overeen met een ijskoude douche, de douchekop is een electrische die het water dat er doorstroomt snel zou moeten verwarmen. Deze dingen verbruiken echter zoveel energie dat het netwerk dit helemaal niet aankan. Als je de lamp aandoet wordt je douche nog kouder... Bovendien zijn de electricitietsdraadjes in de douche aan elkaar geknoopt met kroonsteentjes. Wanneer je onder de douche de kraan vastpakt krijg je een stroomstoot. Wanneer we goed opgefrist zijn vinden we in het aardedonkere dorpje nog een restaurantje waar mevrouw snel wat ingrediënten in gaat kopen en toch een lekker visje voor ons bakt. Er wordt voornamelijk forel gevangen in het Titicaca meer en deze wordt op verschillende manieren bereid. Na een goed maal is het goed slapen, met uitzicht op de maan die weerspiegelt op het wateroppervlak.
We hebben het eiland in één dag helemaal rond gelopen. We gaan de volgende ochtend dan ook weer terug naar het vaste land met de boot van half elf. De rest van de dag vermaken we ons in Copacabana. We bezoeken het lokale marktje, bezichtigen de grote kerk en kijken verwonderd hoe mensen hier hun auto komen inzegenen door deze te versieren en er daarna twee flessen champagne over heen te spuiten. We maken een kleine tocht met een kano door de haven en bekijken vanaf het water de zonsondergang. Het mannetje die de kano verhuurt zet ons af maar omdat het over een klein bedragje gaat laten we het maar zo. Voor diner kiezen we een slecht restaurant wat geen klanten heeft en een waardelozespaghettiserveert.
De volgende dag vertrekken we met de bus richting Peru. Bij de grens stappen we uit, halen onze exit stempel, lopen de grens over en laten ons instempelen in Peru. We vervolgen onze weg langs het meer en na 4 uur komen we aan in het stadje Puno. Al in de bus komt één of andere kerel al vragen wat onze plannen zijn. Hij blijkt iemand te zijn die alles kan regelen en voor we het weten hebben we een tour geboekt voor de middag en gelijk onze nachtbus naar Aerequipa. Wanneer we op het station komen blijken zijn prijzen echter wel erg hoog te liggen. Wij moeten ook nog even leren rekenen met de nieuwe koers, 100 Bolivianos is maar 11 euro terwijl 100 Peruaanse sol bijna 30 euro is. We hebben nog niets betaald dus gaan opnieuw in onderhandeling. Nu blijkt het ook voor de helft van de prijs te kunnen. Het voelt niet helemaal lekker dus we nemen ons voor dat dit de laatste keer is dat we van deze 'reis' agenten gebruik maken.
We verkennen te voet het stadje Puno. We zijn net op tijd voor de middagparade van de plaatselijke politie. Met blazerskorps en stramme pas wordt de elite aan het publiek getoond en wordt een rondje om het plein gemarcheerd. De rest van de middag gebruiken we een uitgebreide lunch terwijl we wat foto's uploaden via de wifi verbinding in het restaurant.
Aan het eind van de middag vertrekt onze tour naar de rieteilanden van Uros. We worden opgehaald bij de grote kerk, in een taxi gezet en naar de haven gebracht. Daar vertrekt onze boot naar de rieteilanden. In het verleden heeft een groep bewoners van Puno zich ontrokken aan het strijdgewoel op het vaste land. Ze bouwden zelf drijvende eilanden van riet en hebben deze een flink eind uit de wal gestationeerd. Inmiddels bevolkt een hele populatie deze rieteilanden. Er wordt voornamelijk in levensonderhoud voorzien met vissen, het jagen van eenden en het toerisme. Er vertrekken dagelijks veel boten naar Uros en de lokale bewoners weten goed hoe ze de toeristen uit moeten kleden. Dus zo ook wij.. We komen aan bij een eiland wat speciaal ingericht is voor het ontvangen van toeristen. We krijgen uitleg van de gids over de bouw van rieteilanden en de leefwijze van de mensen. Er worden eerst een soort turfblokken gestoken die met touw aan elkaar worden gebonden. Zo ontstaat een vlot. Daarbovenop wordt een dikke rietlaag uitgespreid. De onderste 10 cm. van het riet wordt opgegeten, de rest is bruikbaar voor de bodem en voor de bouw van de huisjes en bootjes. Het riet verteerd ook dus blijvend onderhoud aan het eiland blijft nodig. Het eiland is een aparte ervaring, de bodem voelt best stevig aan maar toch voel je alles bewegen. Voor de rest is het een show speciaal voor toeristen. Er zijn maar twee eilanden toegankelijk, de rest is afgeschermd voor het toerisme. Wat ook wel te begrijpen is. Wel jammer dat je weinig van het authentieke te zien krijgt. Wanneer de gids zijn verhaal klaar heeft worden we snel meegetornd door een man en een vrouw in hun rieten huisje. Alles binnen is van riet, de bankjes en ook het bed. We moeten traditionele kleding aantrekken en ermee op de foto. Dat dit allemaal niet zo vrijblijvend is blijkt even later. We moeten mee naar buiten waar ze een klein souvenirstalletje hebben. Er wordt natuurlijk van ons verwacht dat we als tegenprestatie iets van hun kopen. Nu weten wij door La Paz inmiddels wel goed wat alle verschillende souvenirs werkelijk waard zijn. De prijs die gevraagd wordt is 5 keer zo veel. Maar afdingen is hier uit den boze. Uiteindelijk kopen we dan toch maar een rieten souvenir, en de mensen zijn ons zeer erkentelijk. We stappen met zijn allen in de 'Mercedes Benz', een grote rieten roeiboot, die ons naar een volgend eiland brengt. Ook hier wordt weer extra geld voor gerekend. Op de boot worden we vermaakt door een jong meisje die verschillende liedjes zingt, en ook hier natuurlijk weer een 'vrijwillige' bijdrage voor vraagt. We komen aan op het andere eiland waar je ook weer veel te dure souvenirs kunt kopen. Er zijn ook enkele kleine restaurantjes en een riethotel waar je een nachtje over kan blijven. Ook is het mogelijk om tegen forse betaling een extra 'Uros' stempel in je paspoort te laten zetten. Wij proberen echter de geleden schade te beperken en met twee handen op de knip slagen we daarin.
We worden opgepikt door de motorboot en in het donker worden we weer teruggebracht naar Puno. Een taxibusje brengt ons naar de bushalte, waar we 2 uur moeten wachten voor onze bus vertrekt.
De bus vertrekt om 8 uur, en voor de zekerheid halen we zelf onze bagage op en laden deze in. Er wordt door de bagagedragers meestal niet al te voorzichtig met de bagage omgesprongen en je bent er ook nooit zeker van dat deze in de goede bus terechtkomt dus waar mogelijke proberen wij dit in eigen hand te houden. Onze bus blijkt een goedkopere maatschappij te zijn waar ook de Peruanen mee reizen. De bus stopt dan ook erg vaak om mensen te laten in en uitstappen. De mensen slepen alles mee de bus in, tot een compleet keukentafel en stoelenset toe. Het is lawaaierig en onrustig in de bus, die ook nog eens over onverharde slingerende bergwegen rijdt. Slapen lukt dus ook echt niet. Wanneer ik toch indommel schrik ik prompt wakker en kan ik nog net voorkomen dat de metalen klapstoeltjes uit het bagagagerek op onze hoofden terechtkomen.
Om 4 uur 's nachts komen we aan in Aerequipa. Het busstation blijkt verre van verlaten. Alle stoelen in de wachtruimte zijn bezet en her en der liggen reizigers op de grond onder een deken in diepe slaap verzonken. Samantha heeft erg last van haar maag dus ik ga alleen op onderzoek uit hoe we onze reis het beste kunnen vervolgen. We willen graag naar de Colca Canyon, de grote kloof. Hier willen we een trekking doen en hopelijk kunnen we ook 's werelds grootste vliegende vogel, de Condor, zien. Er is maar één balie die onze bestemming aanbiedt en dit is gelijk ook de balie waar niemand zit. Ik sta samen met een grote groep locals 1,5 uur aan de balie te wachten. Tenslotte duikt er iemand met een slaperig hoofd op. De Peruanen zijn duidelijk in het voordeel en met hun rappe Spaans weten ze al snel een plekje te regelen in de enige bus die naar Cabanaconde rijdt. Gelukkig blijven er ook nog 2 plekjes over en we zijn blij dat we deze toch voor ons kunnen reserveren.
Om 6 uur in de ochtend vertrekt de bus. Het is niet de meest luxe bus en de stoelen en ook de vering laten te wensen over. We rijden in de richting van de kloof en de bus belandt al snel op de onverharde wegen. De Colca Canyon is qua grootte en diepte groter dan de Grand Canyon in Noord Amerika echter het relief is minder scherp. De bus rijdt bovenlangs de canyon wat betekend dat we vanuit het raam de eindeloze diepte in kijken. We passeren stukken waarbij de weg naast en onder ons niet eens meer te zien is, en het lijkt alsof we vliegen. Het is een mooi uitzicht maar de hoogte en de weg zijn best wel spannend. We pakken de stoelen voor ons dan ook nogal eens stevig vast wanneer de bus een onverwachte slinger maakt. We zijn blij dat we deze route niet in het donker afleggen. De rit duurt 6 uur, we zitten achter de achterwielen dus we worden enorm door elkaar geschud. De vorige ochtend zijn we vertrokken uit Copacabana, de dag erna komen we om 12 uur aan in Cabanaconde. We zijn flink vermoeid, kiezen het eerst het beste hostel en de rest van de middag proberen we onze slaap in te halen wat geen probleem is.
Flink opgekikkerd dineren we pizza in een restaurantje waar de Belgische ober ons alle uitleg kan verstrekken over de mogelijke trektochten in de omgeving. De volgende ochtend staan we vroeg op en nemen de bus van half zeven. Na een uurtje hobbelen komen we aan bij 'Cruz del Condor' een hooggelegen punt wat een panoramisch uitzicht biedt op de canyon. Op de bergen huist een grote colonie condors die alleen 's ochtends wanneer de zon opkomt en 's middags wanneer de zon ondergaat te zien zijn omdat ze dan op jacht gaan. We wandelen naar het uizichtpunt en al snel komen de eerste condors voorbij gezweefd. De Andes condor is de grootste vliegende landvogel ter wereld. Het zware lichaam van wel bijna 15 kg wordt gedragen door de enorme vleugels die een totale spanwijdte hebben van 3 meter. De vogels zijn werkelijk enorm, de vleugels bewegen niet maar de vogels zweven op de thermiek langs de bergwanden. Het is een prachtzicht om deze vogels majestueus te zien zweven al draaiend met hun nek, het landschap afspeurend naar aas of prooi. De vogels komen erg dichtbij, je hoort het suizen van hun vleugels. We brengen bijna 4 uur door met het bekijken van deze vogels en het is een kunst om de grote snelheden vast te leggen op de film.
Rond de middag komt de volgende bus en komen we weer terug in Cabanaconde. We nemen een uitgebreide lunch en vertrekken daarna te voet naar de bodem van de canyon. Een tocht van 3,5 uur moet de bijna 1,5 km diepte overbruggen. Bovenaan de canyon willen we natuurlijk het panoramisch uitzicht filmen en komen er tot grote schrik achter dat we de videocamera kwijt zijn. Dus in stress en op looppas terug naar het dorp, waar deze gelukkig blijkt te zijn gevonden in het restaurant en aldaar veilig bewaard is. Om 3 uur staan we we weer bovenaan de canyon, we moeten aardig door gaan lopen willen we voor het donker beneden zijn. Het is een steile afdaling, die langs diepe afgronden gaat. De hoogtevrees wordt gelukkig minder, de diepte went wel. Net voor het donker komen we beneden aan bij de brug over de Colca rivier. Na de brug doemt ineens weer een vrouwtje voor ons op die zegt een goed hostel te hebben in 'San Juan de Chucho'. We volgen haar en ze blijkt gelijk te hebben. Het is erg simpel allemaal maar dat hoort ook bij zo'n afgelegen plaats. Een kamer met kaarslicht en gelukkig is er een warme douche. Vanonder de douche is er een mooi uitzicht op de donkere silhouetten van het omliggende gebergte. Beleving van de canyon.. Uiteindelijk hebben we een slaapplaats en warme douche met diner en ontbijt voor totaal nog geen 10 euro.
De volgende ochtend weer vroeg op want we hebben een lange tocht voor de boeg. Half zeven hebben we ontbijt en om 7 uur vertrekken we. We volgen eerst de loop van de rivier en komen door oaseachtige dorpjes. We lopen echter verkeerd want het pad loopt dood in een driehoek van ravijnen. We lopen terug en worden weer op de goede weg geholpen door de allervriendelijkste mensen. Het blijkt dat we op de goede weg zitten want we zouden eerst een steile klim hebben tegen de andere kant van de kloof op. Die klim vinden we en in het felle zonnetje valt de eerste klim best zwaar. Jan draagt de benodigdheden, water en voedsel. Samantha haar kleren en toilettas. Maar genoeg gelachen hierom, al de Zumba-training blijkt zijn vruchten af te werpen en ik moet aanpoten om het tempo te kunnen volgen. Hijgend als een paard zijn we blij dat we de eerste klim gehad hebben. We kunnen nu voor 2 uur een vlak pad volgen wat ons door verschillende dorpjes leidt en waarna we weer kunnen afdalen naar de Colca rivier.
Om 11 uur komen we aan bij de rivier waar ook weer een oase is. We liggen goed op schema dus we gunnen onszelf 2 uur rust. We eten weer een beroerdespaghettiwaar de tomatensaus is gemaakt van alleen rode wijn met gesnipperde uitjes. Alles in de kloof wordt aangevoerd per ezel dus we moeten het er maar mee doen. De spaghetti moet ons de benodigde energie leveren voor de lange klim naar boven. We moeten een hoogte overbruggen van 1200 meter en dat op een hoogte van 2000 tot 3000 meter. Voor de kenners de Alpe d' Huez in Frankrijk is iets meer dan 1000 meter omhoog. We ontzien het wel een beetje maar anders dan bij een berg heb je in een canyon geen keus. Het eerst stuk gaat nog vrij gemakkelijk en we hebben geluk dat het bewolkt wordt en er zelfs enkele spetters vallen waardoor wij een beetje afkoelen, maar wanneer we in het rotsgedeelte komen wordt het zwaarder. De treden worden groter en zijn een belasting voor de knieën. Helemaal buiten adem houden we een korte stop. Een caballero op een ezel vertelt ons dat we halverwege zijn en we maken een praatje met hem. We kunnen inmiddels al een aardig woordje Spaans en een gesprekje lukt al aardig. Een beetje uitgerust vervolgen we onze weg. De laatste loodjes wegen enorm zwaar. Na 3,5 uur klimmen bereiken we de bovenkant. Dan is het nog een half uurtje lopen naar het dorpje. Zwaar vermoeid maar we zijn ook wel trots op de prestatie.
We besluiten in het dorpje maar te verkassen naar een ander hostel vanwegen lawaaierige nachten en de nonchalante manier van omgaan met het wasgoed en de achtergelaten backpacks. Even nog een hoop discussie over een verdwenen sok, waarbij wij gelukkig gelijk hebben en we de sok toch vinden achter de wasmachine. Maar na een goede douche, een goed biertje en 2 lekkere pizza's zijn de ontberingen van vandaag ook weer snel vergeten. Het was een prachtige tocht, schitterende uitzichten op de canyon en hoewel zwaar is het ook wel eens fijn om het lichaam weer eens uit te testen en het van jezelf te winnen.
Het gaat ons goed, we zijn fit, we hebben af en toe wel last van maagproblemen en we zijn nu ook wat voorzichtiger geworden met eten. Hoewel een net restaurant ook nog slecht eten kan leveren... Nog één week te gaan en we hebben nog verschillende dingen op het programma staan hoewel we ook al verschillende dingen doorgestreept hebben omdat de afstanden en het reizen toch meer tijd kosten dan verwacht. We hebben erg genoten van Bolivia, met name het lokale leven, de marktjes en de vriendelijke mensen en ook de 'prijs-kwaliteitsverhouding
Peru is toch een beetje anders, het land is makkelijker bereisbaar en daardoor ook meer in trek bij het soort toeristen wat je liever niet te vaak tegenkomt op je vakantie... Als gevolg hiervan zijn de mensen stukken brutaler, je wordt meer lastig gevallen op straat en op de stations. In restaurants en ook bij toeristische activiteiten gelden speciale prijzen voor toeristen die stukken hoger liggen dan de werkelijke. Echter met een aardig mondje Spaans en onze eerder opgedane wijsheden weten wij ons hier ook aardig te weren. We hebben het best naar ons zin.
We willen iedereen bedanken voor alle reacties en mails. Altijd leuk om iets vanuit Nederland te lezen. We proberen ook het nieuws nog een beetje te volgen via internet. Het weer is niet al te best zagen we en politiek wil het ook nog niet echt vlotten... Kortom we hebben nog niet echt het gevoel dat we veel missen...!
Allen de hartelijke groeten,
Jan & SamanthaReacties
Reacties
Wat een belevenissen weer. Een heel erg leuk verslag! In het vorige verslag had ik trouwens bijna het idee in een spannend boek te zitten. Nog ontzettend veel plezier!
Reageer
Laat een reactie achter!
- {{ error }}