Jan en Samantha in Zuid-Amerika

Machu Picchu, Cusco en Pisco

Ons laatste bericht vanuit Peru,

Donderdag 2 september nemen we om half 7 in de ochtend de bus vanuit Cabanaconde in de Colca Canyon. Deze blijkt echter niet door te rijden tot aan Aerequipa dus zouden we moeten wachten op de bus van 9 uur. Nu we dan toch al vroeg op zijn besluiten we toch deze bus te nemen en nog maar een keer uit te stappen bij 'Cruz del Condor' om daar op de volgende bus te wachten want daar is tenminste wat te zien. We hebben geluk. Het is de laatste twee dagen wat meer bewolkt geweest en deze ochtend is het voor het eerst weer zonnig. De condors zijn dan ook erg actief. In grote groepen cirkelen ze vlak voor onze neuzen. Het blijft een mooi zicht.

Om half 10 komt de volgende bus langs gehobbeld. We stappen in en denderen de kloof weer uit. Het is een lange rit van 6 uur maar onderweg is er genoeg entertainment van alle verkopers die de bus inkomen. Zo ook dit mannetje die een hele redevoering begint te houden tegen 'signor amigo', 'mijnheer mijn vriend' over het belang van gezond eten en opletten voor je cholesterol. Hij biedt daarbij een soort kruidenthee aan in pakjes die door de mensen dankbaar ontvangen wordt. Wanneer echter in de tweede ronde blijkt dat er toch voor betaald moet worden worden alle pakjes snel weer ingeleverd. Op deze manier probeert hij verschillende producten aan de man te brengen, zo ook spierzalf waarbij de hele bus vervuld wordt met de geur van tijgerbalsem.

Een beetje gammel komen we uiteindelijk om 3 uur in Aerequipa aan. We boeken gelijk de nachtbus naar Cusco, die om 9 uur vertrekt. We hebben nog een paar uurtjes om Aerequipa te bekijken. We nemen een taxi naar het historisch museum maar we blijken gedropt te zijn bij de gelijknamige universiteit. We nemen een andere taxi en zo komen we uiteindelijk één uur voor sluitingstijd bij het museum. Alles in dit museum draait om belangrijke vondsten die in 1995 gevonden zijn op een vulkaan doordat in die tijd de naastgelegen vulkaan een flinke uitbarsting had waardoor het ijs op de top is weggesmolten en dit een belangrijke offerberg van de inca's bleek te zijn. De belangrijkste vondst is de ijsmummie 'Juanita'. Dit is een jong meisje die in de incaperiode geofferd is op de berg. In hoge nood werden door de Inca's mensen geofferd om de goden gunstig te stemmen vanwege aanhoudende vulkaanuitbarstingen of slechte weersomstandigheden. Men moest een lange tocht maken en uiteindelijk een enorm steile klim naar de top van de berg. Juanita is na te zijn gedood gelijk begraven en door de enorme koude altijd bevroren geweest. Hierdoor is dit de best bewaard gebleven Incamummie ter wereld, alle inwendige organen waren nog gaaf. Zij wordt nu tentoongesteld in het museum. We krijgen eerst een filmpje te zien hoe het er waarschijnlijk aan toe is gegaan en hoe men haar heeft gevonden. Daarna volgt een korte tour door het museum met als afsluiting het bekijken van het ingevroren ijsmeisje.

De rest van de tijd gebruiken we om het stadscentrum van Aerequipa te bekijken. De vrijblijvende touristinformatie blijkt weer niet zo vrijblijvend te zijn maar bedoeld om ons weer verschillende tours aan te smeren. We weten er ons uiteindelijk beleefd onderuit te praten. We vinden een goed restaurantje wat ons snel van een goed maal, alpacabiefstuk, kan voorzien.

We moeten vertrekken vanaf een ander busstation. Lastig, want onze bagage wordt ingeladen vanaf het andere station. Wij zijn nog gekleed op de temperaturen van overdag maar we krijgen geen kans meer om nog wat extras uit de bagage te pakken. We hebben dus een belabberde busrit. De chauffeur rijdt als een wilde, via de haarspeldbochten, en maakt roekeloze inhaalmanoevres waar het helemaal niet kan. In de hooggelegen bergen is het ijskoud. Wij hebben de voorste stoelen bovenin, waar de koude tocht rechtstreeks door het raam komt. Door al het heen en weer gaan en de kou komt er weinig van slapen. We zijn blij wanneer we de volgende ochtend aankomen in Cusco. De bus stopt alleen op de eigen vestiging dus het is even zoeken hoe we de reis kunnen vervolgen. Daarbij blijven we lastig gevallen worden door taxichauffeurs en touragenten of mensen die het allebei lijken te zijn. Enigzins prikkelaar besluiten we eerst maar eens een eind te gaan lopen om van deze lui af te zijn.

We willen graag naar Machu Picchu, de verloren Inca ruïnestad. We vinden een minibusje die ons in ieder geval iets die kant op kan brengen. Deze vertrekt echter pas wanneer die vol is. Uiteindelijk zitten we met 13 man opgepropt in het Hyunday busje. Maar op deze manier worden de kosten wel efficient gedeeld waardoor het een goedkope manier van reizen is. We rijden de 'Sacred Valley' in, het is er mooi weer en veel boeren zijn hun land aan het ploegen. Dit gebeurt met twee grote zware ossen die de ploeg door de rode aarde trekken.

Een uur later komen we aan in Urubamba. We worden gelijk weer benaderd door meerdere taxichauffeurs die op passagiers stonden te wachten. Er valt te onderhandelen dus we zijn snel voorzien van vervoer naar het volgende plaatsje. Het vervoermiddel is een collectivo, een taxi die je deelt met meerdere mensen en pas vertrekt wanneer deze vol is. Onze andere passagier is blij met ons want hij stond al even te wachten. Het is een groenteboertje en hij laadt snel zijn kistjes met knolselderij en tomaten achterin, naast onze backpacks. De auto vult zich met de geur van de knolselderij. Vering of goede stoelen hebben we niet, maar de rit duurt maar een half uurtje.

Om 11 uur ‘s ochtends komen we aan in het plaatsje Ollantaytambo. Vanaf hier vertrekt de trein naar onze eindbestemming Machu Picchu. Naar Machu Picchu is het erg populair om te voet af te reizen via een vierdaagse tocht die leidt over de oude Inca trails, echter vanwege de populairiteit is het iets wat je minimaal een half jaar van te voren al moet boeken. Aangezien dit niet werkt voor ons omdat het moeilijk plannen is voor het einde van de reis, en omdat we er te weinig tijd voor hebben, houden wij het bij de trein. We kopen onze tickets, die tegen toeristenprijzen, in US dollars, aangeboden worden en 2 uur later vertrekken we.

De treinrit is mooi, we volgen de rivier en hebben uitzicht op de valleien en prachtige besneeuwde bergtoppen in de verte. In de valleien staat de mais al 30 cm hoog, en het is winter. In Argentinië zagen wij de maïs geoogst worden in de winter. Blijkbaar lopen de groeiseizoenen hier in elkaar door afhankelijk van het regenseizoen. We komen aan in Aguas Calientes en worden bestormd door hosteleigenaars die ons graag als klant willen. Dit zien we graag want op zo’n moment valt goed te onderhandelen over de prijs. Uiteindelijk krijgen we iemand zo ver die het voor 25 sol voor 2 personen per nacht doet, iets meer dan 7 euro. Niet slecht voor een toeristische plaats. De rest van de dag bekijken we het plaatsje, doen wat boodschappen en hebben een goede mexicaanse maaltijd waarvoor we ook weer goed onderhandeld hebben over de prijs. We lopen wat rond over het dorpspleintje waar de kinderen aan het voetballen zijn, klein tegen groot. We worden wel 5 keer geinterviewd door middelbare schoolkinderen die als opdracht voor de Engelse les een interview moeten houden met een toerist en dit gelijk te filmen met een cameraatje. We zijn behoorlijk uitgeput van het reizen en de vorige nacht was de beste niet dus we slapen vroeg.

De wekker gaat om half 5, want we willen voor zonsopgang en voor de grote drukte bij Machu Picchu zijn. We willen de weg naar boven toe lopen echter na een half uur komen we bij de brug waar we een ticket moeten laten zien, wat we niet hebben. We moeten terug en wanneer we uiteindelijk het ticket hebben is het al te laat om het lopend te doen. We nemen het busje, waarvan de prijzen ook al in dollars gerekend worden. Naar verhouding met de andere prijzen in het land is het erg duur allemaal. En zo zijn we uiteindelijk nog voor 7 uur op de berg vanwaar we een goed uitzicht hebben over de ruïnestad.

Voor de geïnteresseerden enige achtergrondinformatie: Machu Picchu is een oude ruïnestad op een berg. De stad is gebouwd door de Inca's en werd waarschijnlijk gebruikt als toevluchtsoord of schuilplaats. De stad is door de spanjaarden nooit gevonden, en dus ook niet verwoest. De ruïne is pas in 1911 gevonden, en deze was toen helemaal overwoekerd. Ondanks de grote archeologische waarde is er toch weinig over bekend. De informatie die er is zijn vaak maar gissingen of veronderstellingen, het is tenslotte ook al een tijdje geleden dat de Inca-indianen aan de macht waren. Inmiddels is Machu Picchu één van de belangrijkste toeristenplaatsen ter wereld.

En zo komen ook wij hier terecht. Onze indruk van de plaats is “mystiek en mistig”. De berg met daarop de stad is omringd door andere scherpe pieken. In het dal ligt de rivier. In de vroege ochtend stijgen grote mistflarden op uit het dal en het uitzicht op de verborgen stad wordt door de mist maar ten dele prijs gegeven. Dit geeft de stad dan ook een mystiek tintje, en zo op de vroege ochtend wanneer het geheel nog niet overlopen is door toeristen doet dit recht aan deze plaats. We genieten van het uitzicht, het is een mooie plaats. Later doorlopen we de stad en bekijken alle vertrekken, uitzichten, tempels, noem maar op. We lopen enkele uren door de stad en wanneer we alles gezien hebben dalen we te voet de berg weer af en lopen terug naar Aguas Calientes.

De rest van de middag en avond houden we rust. Hoewel het in de stad een lawaai is van jewelste. Er zijn binnenkort verkiezingen voor een nieuwe burgemeester van de stad. De strijd gaat tussen de streng kijkende Oscar in een deftig gestemd pak en Willy met zijn blinkende blotekontengezicht, wat je op ieder huis, muur of bord tegekomt, poserende voor Machu Picchu. De aanhangers van Oscar voeren flink campagne, met veel lawaai en knalvuurwerk trekken ze door de straten en heffen ware spreekkoren aan. Uiteindelijk wordt verzameld op het 'Plaza de Armas', het dorpsplein waar het feest voor het podium verder gaat. 's Avonds is er live muziek en worden hapjes uitgedeeld en het feest duurt tot in de late uurtjes. Wij denken dat Oscar wel zal winnen.

In de straten van het stadje probeert ieder restaurant ons binnen te krijgen. Er wordt flink gestunt met aanbiedingen en happy hours met 4 cocktails voor de prijs van 1. Wij kiezen weer voor Mexicaans, omdat we het Peruaanse eten genoeg gegeten hebben en we er niet zo’n fan van zijn. Het is allemaal erg vet en veel komt uit de frituur. We treffen ook nog een voetbalwedstrijd die gehouden wordt op een verlaten bouwplaats. De politie houdt met twee man sterk 'streng' toezicht. Wanneer de enige dronken voetbalhooligan zijn leuzen begint te scanderen, naast oom agent, wordt hij gelijk aangesproken en streng vermaand waarna hij beteuterd afdruipt.

De volgende dag vertrekken we om half 10 met de trein terug. In Ollantaytambo treffen we een taxichauffeur die ons aanbied voor 70 sol naar Cusco te brengen. Vergeleken met onze heenreis van 15 sol is dit wel wat duur. We bieden hem ook 15 sol, maar hij lacht ons uit. We lopen door en even later vinden we het parkeerterrein met minibusjes die door de gedeelde kosten veel goedkoper zijn. Gelijk komen enkele chauffeurs met een enorm grote wauwel op ons af. We kiezen voor de wat minder opdringerige jongen, maar deze houdt de boot af, waarschijnlijk zijn de anderen de baas. Ondertussen daalt de prijs van de andere chauffeur van 30 naar 20 sol dus uiteindelijk stappen we in zijn busje. Het busje is nog lang niet vol dus de chauffeur rijdt luid toeterend en uit het raam hangend alvast verder. Bij iedere voetganger die langzaam loopt of stilstaat wordt stevig op de rem getrapt en 'Cusco' 'Cusco' geroepen. Uiteindelijk komt het busje toch vol te zitten. Het is niet de beste rit, de chauffeur rijdt hard en staat plots weer ineens op de rem. Ondertussen is hij aan het bellen of bezig met zijn muziek, die extreem hard staat. Onderweg passeren we ook weer reclamecampagnes van drommen mensen in pick ups en vrachtwagens met vlaggetjes en toeters. Waarschijnlijk ook voor 'Oscar'. Uiteindelijk zijn we nog redelijk snel in Cusco. De route door de 'Sacred valley' blijft prachtig en we vinden het jammer dat we ook hier niet een paar dagen de tijd voor hebben.

In Cusco verblijven we één nacht. We vinden een gezellig familiehostel waarvan de eigenaar blij is dat hij zijn Engels weer eens kan gebruiken. 's Middags lopen we naar het busstation. Daar onze vorige lange afstandsrit niet best beviel besteden we wat extra tijd om alles eens goed op een rijtje zetten zodat we toch een betrouwbare maatschappij hebben en goedkoop maar toch veilig op onze volgende bestemming kunnen komen. We vinden een alternatief en besluiten dit keer om eerste klas te boeken. Dan zitten we beneden waar het rustiger is en hebben bredere stoelen die ook nog eens iets verder achterover kunnen. Misschien dat we dan een betere nacht hebben. De rest van de middag shoppen we nog wat souvenirs bij elkaar, en ook al winnen we maar 5 sol, het afdingen blijft toch een sport. En het lukt steeds beter. Probeer nooit te enthousiast te zijn, laat eerst een prijs noemen, en doe zelf pas een bod als erom gevraagd wordt. Wij doen meestal een bod wat bijna onbeleefd laag is ten opzichte van de vraagprijs maar niet van de werkelijke waarde. Meestal volgt dan een verhaal over het vele handwerk en kostbare materiaal dat er in zit. Uiteindelijk zakt men wel, zij het in kleine stapjes. Wij proberen meestal niet te veel toe te geven en wanneer men echt niet verder wil zakken proberen we het verschil te delen. Ook het verhaal van een grote familie en voor ieder cadeau hetzelfde budget doet het goed en is vaak een goede reden om zelf het bod niet te hoeven verhogen. Uiteindelijk hebben we, alles bij elkaar, wel wat mooie spullen tegen goede prijzen kunnen vinden.

Maandag 6 september checken we uit in ons hostel maar gelukkig kunnen we nog wel een paar uurtjes gebruik maken van het draadloos internet om de site weer eens bij te werken. We lunchen bij een goed Israelisch restaurant, wel apart om in Peru falafel te kunnen eten. We bekijken het 'Plaza de Armas' en de mooie gebouwen die daaraan gelegen zijn. Daarna lopen we op het gemakje met alle bagage naar het busstation. Om 5 uur vertrekken we met onze bus in de richting van de kust. We hebben weer een lange rit van 11 uur voor de boeg, maar dan zijn we ook flink opgeschoten ook. Te voelen aan de vele manoevres van de bus gaan we weer over bochtige bergwegen, maar deze rijdt gelukkig wat rustiger. Dit in combinatie met onze comfortabele stoelen en de iets aangenamere temperatuur zorgt dat we een redelijk goede nachtrust hebben. Wanneer het licht wordt blijken we al een heel eind in de buurt van de kust te zitten. Het landschap lijkt op dat van Chili langs de kust. Eén dorre droge woestijn met enkel zand en stenen. Zo komen we om 7 uur in de ochtend aan in Nazca waar we de beroemde Nazca-lijnen willen bekijken. Bij het uitstappen worden we gelijk weer aangesproken door verschillende reisagenten en taxichauffeurs. De Nazca lijnen bekijken kan het beste vanuit het vliegtuig dus we stappen in een taxi en geven de chauffeur opdracht ons naar het vliegveld te brengen. Echter tegelijkertijd worden er ook woorden gewisseld tussen onze chauffeur en één van de reisagentes. Men speelt weer samen onder één hoedje en we komen niet op het vliegveld maar bij het kantoor uit van de mevrouw die daar ook al weer aanwezig is. Op zulke momenten is het extra lastig dat we de taal niet goed machtig zijn, anders hadden we eens goed kunnen zeggen waar het op staat en dat we hier niet van gediend zijn. Mevrouw doet ons echter een aanbod, en dit verschilt niet veel met ons boek en wat we dus verwacht hadden.

De Nazca lijnen zijn enorm grote geogliefen, en alleen zichtbaar vanuit de lucht. De figuren zijn gemaakt door culturen vele duizenden jaren geleden. De figuren zijn gemaakt door de stenen in een bepaald gebied uit het zand te halen. De lijnen zijn pas in 1939 ontdekt door iemand die er toevallig overheen vloog en het zag. Sinds die tijd zijn er veel onderzoeken naar gedaan maar nog steeds weet men niet welke bedoeling de mensen er toendertijd mee gehad hebben. Er zijn verschillende theorieën over waaronder die dat de figuren bedoelt waren als welkom voor de ruimtewezens die men verwachtte. Wonderlijk blijft wel hoe men de figuren heeft kunnen maken, men beschikte in die tijd nog niet over vliegtuigen dus men heeft zelf nooit het resultaat kunnen zien. Tegenwoordig houdt het nog steeds vele archeologen bezig en daarnaast is het een belangrijke toeristische bezichtiging. Daar de vluchten in de kleine vliegtuigjes best prijzig zijn en ik er toch iets minder in geïnteresseerd ben besluiten we dat Samantha alleen gaat vliegen. En zo zit Samantha even later in het kleine vliegtuigje wat naast 2 piloten de 5 passagiers kan meenemen. Het vliegtuigje vliegt laag over de figuren en cirkelt er een beetje schuin overheen. Zo heeft iedereen een goed zicht op de figuren. Het vele draaien en schommelen zorgt er echter wel voor dat Samantha beroerd en misselijk het vliegtuig uit komt gestrompeld. Maar het was het waard.

We vervolgen onze weg met de lokale bus en na 4 uur komen we aan in de buurt van Pisco. De bus rijdt niet tot in het plaatsje dus we worden gedropt langs de snelweg. Geen probleem, er zijn zat taxichauffeurs die ons er willen brengen. We jagen de concurrentie wat op stang, krijgen een goede prijs en 10 minuten later staan we op het plein in Pisco. Onze eerste indruk is een smerig en vervallen stadje, echter even later blijkt waarom. In 2007 is dit gebied getroffen door een zware aardbeving met vloedgolf. Veel gebouwen zijn verwoest of half verwoest en vele mensen zijn omgekomen of verwond. Op dit moment is de stad nog steeds aan het herstellen. Er is geen gebouw waar geen randje puin aan zit en ook alle wegen zijn zwaar toegetakeld. Hierdoor is het erg stoffig en het geheel oogt erg vervallen. De mensen hebben het niet breed en we worden verschillende keren gewaarschuwd om toch vooral uit te kijken waar we gaan en onze spullen goed in de gaten te houden. Blijkbaar komen berovingen vaak genoeg voor. Ook zijn er te veel (jonge) mensen die met een kruk lopen of iets anders mankeren. We krijgen flink wat informatie van een andere taxichauffeur die blijkbaar toch nog ergens anders belangen in had, want hij is niet blij wanneer wij hem vriendelijk bedanken voor alle informatie en daarna ons eigen plan trekken. Even later worden we weer aangesproken door verschillende mannetjes. We besluiten één jongen te volgen die zegt een goed hostel te weten, welke ook in ons boek staat. Daar aangekomen wordt het hoogseizoen voor het gemak nog even verlengd en doet men alsof men bijna vol zit om toch maar een hogere prijs te kunnen ontvangen. We zijn het er niet mee eens en staan weer al bij de deur wanneer er dan wel ineens een tientje af kan. En uiteindelijk blijken we zelfs de enige gasten in het hostel te zijn. Dat ook onze gids niet gratis was blijkt wel want wanneer we de spullen gedropt hebben en weer beneden komen zit hij er ook nog en wil natuurlijk graag dat wij de tour naar de eilanden die we de volgende dag willen gaan doen bij hem boeken. We volgen hem naar zijn kantoortje waar we alle uitleg krijgen. Onderhandelaars die we inmiddels zijn, weten we hier zelfs 30 sol af te dingen en ons wordt zelfs gevraagd onze prijs geheim te houden voor de andere tourgenoten. Het kan een truckje zijn maar het voelt wel goed...

We eten een bord vis wat helemaal verknoeid is met limoensaus en een enorm hete pepersaus. Niet echt ons beste maal. We lopen nog wat door Pisco waar de electronicazaken goed gevuld zijn. Wat blijkt nu; er is een belangrijke voetbalwedstrijd op televisie voor de Amerika-cup tussen Peru en Jamaica. De beste plaats om die te volgen is bij de televisiezaak waar je de wedstrijd kunt volgen op meerdere grote HD schermen. De zaken staan dan ook vol mannetjes. Sommige zaken zijn slim geweest en hebben een TV bij de ingang gezet zodat de mannetjes vanuit het park kunnen kijken en hun zaak toch begaanbaar blijft. Wij vermaken ons de rest van de avond met poolen op het dakterras van ons hostel.

De volgende ochtend vertrekken we al vroeg. Om kwart over zeven worden we opgehaald en rijden we naar Paracas. In Paracas worden we gelijk bestormd door hoedenverkopers die ons graag een hoedje willen verkopen. In het reisboek “Lonely Planet” staat het zinnetje dat je maar beter een hoofddeksel kunt kopen aangezien er ook veel vogels over de boot vliegen. Daar iedereen dit boek gebruikt, hebben deze verkopers een goed bestaan. Het is ongelooflijk hoeveel invloed een boek kan hebben op het leven van bepaalde mensen. Wanneer een reisbureau of een hostel in de Lonely Planet vermeld wordt dan is dit gelijk een reden om de tarieven iets te kunnen verhogen.

In Paracas stappen we aan boord van een grote speedboot. Na een mooi tochtje komen we aan bij de 'Isla's Ballestas' de eilanden die ook wel de 'Galapagoseilanden van de armen' genoemd worden. We varen het eiland rond met de boot en we zien hele zwermen verschillende zeevogels. Ook de rotsen zitten er vol mee. Het is een enorm gekrijs en de rotsen zijn bedekt met een witte laag mest wat ook wel guano genoemd wordt en wat zeer vruchtbaar is voor op het land. Verder zien we zeehonden en zeeleeuwen die op de rotsen liggen te luieren. We zien ook pinguins die in waggelpas achter elkaar lopen. De eilanden zijn rotsachtig en het water breekt mooi op de scherpe kliffen. Het is een mooie tour en er is genoeg te zien.

In de middag blijven we in Pisco. Het is vandaag 8 september, dat is de dag dat generaal San Martin per boot in Peru aankwam om het land onafhankelijk te maken van de Spanjaarden. Deze naam duikt overal op. San Martin is waarschijnlijk een groot generaal geweest, zowel in Peru als in Argentinië. Vandaag is dus zijn dag, en dat wordt gevierd. We belanden aan de weg waar een optocht gaande is. Deze optocht is meer een presentatie van de gemeenschap. Verschillende klassen van de scholen lopen er, met fanfare en majorettes. Er vallen prijzen mee te winnen. Ook de leraren ontkomen er niet aan. Zij hebben zelfs hun mars ingestudeerd. Echter de tocht gaat te langzaam en de maat klopt niet meer. En zo lijken de 3 rijen zwarte pakjes meer op de pinguïns van die ochtend dan op een mars. Het ziet er komisch uit allemaal maar men kijkt er allemaal zo serieus en trots bij dat we het niet wagen om er om te lachen. Verder volgen de ambulancediensten en reddingswerkers en ook de brandweer. Als laatste volgen de politie en ook het leger, de marine en de luchtmacht welke het marcheren beter afgaat. Wij vinden het machtig interessant allemaal.

Goede restaurants blijkt Pisco niet te hebben. We vinden echter een plaats waar men lasagne serveert echter deze blijkt in zo’n klein metalen bakje te zitten wat je zo de oven in kunt schuiven. Desalniettemin valt de maaltijd niet tegen. Als je in Pisco bent moet je natuurlijk ook Pisco Sour drinken. Dat is een cocktail van limoen, suiker, bitter en rauw eiwit. Deze cocktail is erg populair in Zuid Amerika. De bewoners van Chili beweren deze drank uitgevonden te hebben en ook de beste te kunnen mixen. Maar de bewoners van Pisco in Peru beweren natuurlijk het tegenovergestelde. Wij concluderen echter dat we van beide geen fan zijn. De drank is zo zuur en bitter dat je mond in een grimas vertrekt.

Donderdag 9 september scharrelen we eerst een gezond ontbijt op in de stad en genieten van het uitzicht op de stad vanaf het dakterras. Daarna lopen we naar de Plaza waar we een klein Daewoo autootje vinden waar al een passagier in zit. Deze wil ons er graag bij in hebben als klant. Dus met onze grote backpacks proppen we ons op de achterbank. De chauffeur vind het autootje nog niet vol genoeg en besluit nog een vrouwtje op te laden. En zo zitten we met vijven en twee grote tassen in het kleine autootje, wat dezelfde grootte heeft als een Fiat Panda. Gelukkig duurt de reis maar 10 minuten en we kunnen gelijk overstappen op de bus naar Lima.

De busrit duurt 4 uur en we hebben uitzicht op enorme zandduinen. Het geheel lijkt wel een beetje op de Sahara in Afrika. Maar af en toe hebben we een doorkijkje en kunnen we de oceaan zien. Om 3 uur komen we aan in Lima waar we na kort overleg een taxi nemen naar het centrum. De taxi baant zich met halsbrekende toeren en luid getoeter een weg door het verkeer. Wij zijn er inmiddels wel aan gewend... We checken in bij een hotel met een prachtig koloniaal barok interieur. Wanneer we ons gesetteld hebben trekken we gelijk de stad in. We hebben tenslotte maar goed en wel een dag om Lima te bekijken. Lima valt ons absuluut niet tegen. Het is een nette stad met prachtige koloniale gebouwen en kerken. We doorlopen de belangrijkste plaatsen rondom het centrum. We krijgen uitleg van een politieman die ons graag gidst om zo zijn Engels te kunnen oefenen. We proberen de Peruaanse lekkernij, Anticucho dat is een in plakjes gesneden gebraden koeienhart op een stokje. Het klinkt niet lekker maar dat is het wel. Misschien iets voor de vakslager in Nederland om daar volgend jaar weer een hoofdprijs mee in de wacht te slepen...

Vandaag gebruiken we om het laatste verhaal even te posten en verder zullen we nog wat rondhangen in Lima. Vanavond half 8 vertrekt ons vliegtuig terug naar Nederland waar we dan zaterdagmiddag om 3 uur aankomen. We zijn nu 8 weken in Zuid Amerika, en de tijd is omgevlogen. De dag dat we op Buenos Aires landden en terecht kwamen in de regen en koude staat ons nog helder voor de geest. In de tussentijd hebben we veel beleefd en gezien en wat het weer betreft hebben we niets te klagen gehad. Hoewel het soms koud was hebben we na Buenos Aires geen regen meer gezien. Alleen wel veel droogte en woestenij. We verlangen dan ook weer naar de prachtig gecultiveerde en groene aardappelvelden in Zeeland. We hebben lang niet alles gezien wat we hadden willen zien maar toch is het gelukt om van alles wat te zien, wat zorgde voor een divers programma en wat absoluut niet verveelde.

Tot ziens in Nederland,

Jan en Samantha

Sucre, La Paz, Titicaca meer en Colca Canyon

Zondag 5 september, bij deze het vervolg van ons reisverslag.

De dag na ons avontuur op de zoutvlakte trekt iedereen van ons gezelschap weer verder. Een deel van de groep vertrekt richting de grens met Argentinië. Wij zijn daar al geweest dus wij twijfelen tussen La Paz en Sucre. Sucre stond eerst wel in ons plan maar aangezien we wat tijd verloren zijn met het wachten in San Pedro hadden we deze eigenlijk al doorgestreept. Echter alle bussen vertrekken op onmogelijke tijden, middernacht, behalve de bus naar Sucre. En omdat we niet zo heel lang in Bolivia zijn willen we eigenlijk niet 's nachts rijden om maar niets van de omgeving te missen. En bovendien lijkt het ons ook wel gezellig, dus samen met de 'Aussies' Claire en Hayden en Duitser Dominik stappen we om 9 uur in de 'off road' bus richting Sucre.

We passeren de zwartgeblakerde wegen waar de blokkades hebben plaatsgevonden en gaan daarna via een steile weg al snel de bergen in. De route is prachtig. Via smalle bergweggetjes stuitert de bus omhoog en wij stuiteren mee. We genieten van het uitzicht en na alle doodsheid van de Salar zijn we blij weer eens iets te zien wat groeit, hoewel het maar enkele struikjes en grassprieten zijn. We zien hele kudde's lama's, passeren prachtige valleien en bestijgen soms weggetjes naast enorme diepten waarbij we blij zijn dat wij degene zijn die hier ingehaald worden. Er is geen toilet aan boord dus de enige stop is meer dan welkom. Achter een restaurantje staat een klein hokje wat als toilet dient, echter na het bezoek zie je de inhoud via een gootje naar de weg teruglopen. Dat noem je beleefd wildplassen...

We komen aan in Potosi waar we een uur moeten wachten voor we in de volgende bus verder kunnen. We genieten onze maaltijd bij de oude vrouwtjes buiten het station die een klein bakje serveren met kleine stukjes lamabiefstuk, gebakken aardappel en een soort grote gepofte maïskorrels. Na een uur vervolgen we onze weg en de rest van de weg krijgen we niet te zien doordat het al donker is.

Om 9 uur 's avonds komen we, na 12 uur in de bus, aan in Sucre. Dominik heeft op voorhand al een hostel geboekt dus we volgen hem en er blijkt plaats voor ons allen. Een blijde gewaarwording zijn de prijzen in Bolivia. Deze liggen stukken lager dan die van Chili en Argentinië. Gingen we in de eerste weken ons budget ruim te boven, lijkt het nu allemaal weer wat gecompenseerd te kunnen worden. We kunnen overnachten voor een tientje en het diner, bestaande uit rijst, salade en een flink stuk vlees, kost nog geen euro. Tijdens de maaltijd worden we geanimeerd door het kleine aapje wat overal aan zit en de moeke die er dan weer achteraan gaat, al slaande met haar theedoek.

De volgende dag verkennen we Sucre. De stad Sucre is de hoofdstad van Bolivia, hoewel het lang niet de grootste stad van het land is. Het is echter wel een mooie stad, de straten zijn netjes en veel gebouwen zijn opgetrokken in koloniale stijl. We belanden op een lokaal marktje, we zien de kippenstalletjes waar de eerste rij kraampjes ons geslachte kippen aanbieden met kop en poten er nog aan. Vervolgens komen we in de fruitlaan waar de verkopende vrouwtjes schuil gaan achter enorme bergen tomaten, appels, ananas, bananen en vele andere soorten fruit. We zien de slagers, alle vlees ligt netjes uitgestald in grote stukken en daar ruikt het ook naar. In een lange rij staan vrouwen pap te koken en room te kloppen. Het ziet er lekker uit dus we proberen ook een bekertje. Dit hadden we beter niet kunnen doen... Het room blijkt opgeklopt (rauw) eiwit, waar we later veel last van hebben. Andere delen van de markt herbergen de kruideniers die pasta en noten verkopen. We krijgen kaneelstaven van één meter aangeboden maar zien niet in hoe we deze mee kunnen nemen in onze backpacks. De aardappelverkopers bieden hun aardappelen geschild en wel aan. Alle ambachten staan bij elkaar, van prijsconcurrentie is geen sprake. Men probeert echter wel om het hardst de aandacht te trekken. We lopen over de bovenverdieping waar de restaurantjes gevestigd zijn. Aan alle kanten wordt er aan ons getrokken en iedereen probeert ons te verleiden om plaats te nemen aan hun tafeltjes. Met mijn lichaamslengte wordt ik waarschijnlijk gezien als goede klant, en van Samantha, met haar donkere haren en gelaatskenmerken wordt verwacht dat ze al het Spaans wel even begrijpt. Ons lijkt het echter beter om wat rustig aan te doen met het lokale eten, de maag is wat onrustig. We kopen een Cherimoya(Custardappel) en samen met wat ander fruit houden we dit voor lunch. We genieten van het Bolivaanse leven, wat hier voornamelijk op straat te doen is. Iedereen probeert zijn inkomen op straat te verdienen, er zijn ontelbare sapkarren die allemaal sinaasappels persen,ijscomannenmet 3 smaakjes ijs en mensen die zomaar enkele willekeurige producten aanbieden zoals flesopeners, batterijen of kleine souvenirs. Op iedere hoek van de straat zit wel een Boliviaans vrouwtje met een soort van straatkiosk die frisdrank, chocolade en koekjes probeert te slijten. Ook bedelaars zijn er genoeg, hoewel dit voor sommigen ook een nevenactiviteit is naast de handel.

We verblijven 4 dagen in Sucre. We vinden het een mooie stad en het is gezellig met onze andere reisgenoten. We bezoeken park Bolivar en beklimmen de miniatuur eifeltoren die hier staat. We doorlopen de verschillende wijken en beleven de drukte van de stad. De zaterdag is Samantha vooral aan bed gekluisterd, erg last van de maag en misselijkheid. De wandeling naar de bushalte eindigd al na 100 meter doordat alle uitlaatgassen teveel zijn en haar doen kokhalzen. Het is jammer dat we niet meekunnen met de tour om de grote archeologische voetsporen van dinosaurussen te gaan bekijken. Ik vul mijn dag met wat boodschappen doen en uitzoeken hoe we het beste verder kunnen reizen.

Zondag gaat het al een stuk beter. We willen vandaag de beroemde zondagmarkt van Tarabucco, een dorpje 60 km verderop bezoeken. Deze markt staat bekend om de gezellige drukte en de authenticiteit. Vele inwoners van de omringende dorpen reizen hier naar toe om hun producten aan te bieden. We vertrekken om half negen vol goede moed met de bus, we stranden echter na een kleine 10 minuten aan de rand van de stad. Na een half uur blijkt duidelijk waarom we stilstaan. Er is ineens een onaangekondigde wielerwedstrijd op de belangrijkste uitvalsweg vanuit de stad. De politie sluit, erg behulpzaam, netjes de weg af. Het gevolg is dat alle verkeer vast staat. Sommige brokkenpiloten gaan de file inhalen wat vervolgens chaos in alle richtingen veroorzaakt. Onze buschauffeur is het na een half uur ook zat, hij start de bus geeft flink gas en wil ook een omtrekkende beweging maken maar ramt daarbij gelijk een andere auto. Vervolgens weer uitstappen natuurlijk en een hoop discussie over de schade. Even denk ik dat het terugrijden van deze bus mijn volgende uitdaging zal zijn maar gelukkig blijkt onze chauffeur nog wel in staat om verder te rijden...

We keren terug bij ons vertrekpunt en er wordt medegedeeld dat we over 2 uur een nieuwe poging kunnen wagen. We besteden onze 2 uur met het kopen van bananen op de lokale markt, goed voor de buik. We laten een uitgebalanceerd fruitsapje mixen bij één van de sapjesbars. En kopen wat chocolade bij het beroemde 'Para Ti' echter dit rustig opeten in het park blijkt een illusie. We worden overstelpt door hardnekkige bedelaars en kinderen die om een bijdrage vragen voor hun kinderarbeid. Geven aan bedelaars blijft altijd een overweging omdat je het ook niet wilt stimuleren, gelukkig blijkt chocolade ook een goed betaalmiddel.

Uiteindelijk vertrekt 2 uur later de bus opnieuw. Ditmaal is de bus iets kleiner en de mensen kunnen niet allemaal zitten. Geen nood, we schuiven er wel een krukje bij in. Zitten op een los krukje is tenslotte minder gevaarlijk dan staan... We komen weer in dezelfde file te staan, hetzij iets verder dan de vorige keer. Iedereen stapt uit en het kioskje langs de kant heeft nog nooit zulke goede zaken gedaan. Uiteindelijk komen we dan toch 4 uur later dan gepland in Tarabucco aan. We doorlopen de kleine straatjes met de vele handwerkkraampjes. Geborduurde kleden, hoedjes, sjaals, wanten, alles van alpaca of lamawol. We kiezen een eetstalletje waar de meeste mensen zitten en de lunch valt niet tegen. Vanuit de meeste bordjes soep die we zien steekt het klauwtje van een kippenpoot, gelukkig is onze maaltijd minder alternatief. We proberen wat leuke souvenirs te vinden maar goed afdingen is hier niet mogelijk. We verwachten dat het in La Paz goedkoper zal zijn.

Na terugkomst in Sucre beklimmen we een hoger gelegen punt wat een mooi uitzicht biedt op de ondergaande zon boven de stad waarna de stad erg mooi verlicht wordt in het donker. Samantha besluit dapper om een sangria met fruit te delen met Claire, echter op haar net herstelde maag valt dit erg slecht...

Maandagochtend bezoeken we de begraafplaats van Sucre. Hoewel het niet echt gangbaar is om in je vakantie een begraafplaats te bezoeken is dit toch wel een bijzondere gewaarwording. De mensen worden niet begraven in een graf in de grond maar in een tombe in een muur. De kist wordt hier in een precies passend gat geschoven. Dit wordt dicht gemetseld en ervoor wordt een halve meter ingericht als monument. Je koopt een glazen deurtje, waar tevens de rijkdom aan af te lezen valt. De ruimte tussen het deurtje en het werkelijke graf wordt ingericht met verse bloemen en foto's of kenmerkende eigendommen van de overledene. Voor sommige is dit alleen een zakje cocablaadjes en een flesje bier... De muren zijn erg hoog en het besef je te bevinden tussen muren met honderden graven aan alle kanten is een vreemde gewaarwording. De rijke families hebben een compleet eigen gebouwtje met verschillende tombes en de priesters hebben een eigen kerk met graven. De begraafplaats heeft veel groen en wordt goed onderhouden en het is een waar rustpark in de drukke stad. Het is een komen en gaan van mensen die de bloemen komen verversen. De bloemenstalletjes voor de begraafplaats hebben een goed bestaansrecht en het zetten van verse bloemen is voor veel mensen een goede reden om vaak terug te komen naar hun overleden geliefden. Dat de bloemen vers zijn bewijst de kleine kolibrie die van bloem naar bloem vliegt. De eerste die we spotten.

We genieten van een uitgebreid 4 gangen diner voor 5 euro, dubbel genieten dus. Onze reisgenoten gaan allemaal andere richtingen op dus hier nemen we afscheid. Maandagavond vertrekken we naar het busstation. We hebben tickets geboekt bij ons hostel voor de bus naar La Paz. Jammer genoeg gaan er alleen nachtbussen zodat we de omgeving rondom Sucre moeten missen. Ons ticket blijkt geen ticket maar een voucher, het is dus weer een heel gezoek en gedoe voor we uiteindelijk een ticket hebben en de goede bus gevonden hebben. We zijn net op tijd, gelukkig hebben we een goede ruime plaats voorin. De rit gaat gelukkig over asfaltwegen, en hoewel het erg koud is in de bus lukt het ons om een groot deel van de reis slapend door te brengen.

En zo komen we dinsdagochtend om 8 uur aan in La Paz. Onze bagage blijkt er ook nog te zijn, we hebben weinig zin om er ver mee te sjouwen dus we nemen intrek in een hostel vlakbij het busstation. La Paz betekent letterlijk 'De Pas', de stad is gebouwd in een bergpas, het centrum is gelegen in de diepte en de straten en huizen lopen tegen de berghellingen op. Het verkennen van deze stad is dan ook een sportieve prestatie door de vele beklimmingen en daarnaast de grote hoogte(4000 meter) maakt dat we al snel lopen te hijgen. De hoofdstraat van de stad wordt gekenmerkt door kleine Toyota busjes die overal lijken te stoppen en waarbij de bijrijder ver uit het raam hangt en in rap tempo alle mogelijke bestemmingen opratelt. Wij vinden La Paz, na Sucre, maar een lawaaierige stinkstad. Bussen en taxi's stoppen overal en bij het optrekken laten ze enorme roetwolken achter. De chauffeurs lijken wel 4 pedalen te hebben, het vierde voor de claxon. Men toetert vooral om de aandacht te trekken van nieuwe klanten en om de voorganger die ook vast staat in het verkeer te dwingen ook te gaan toeteren. We verblijven er 2,5e dag. We besteden onze tijd voornamelijk met inkopen doen. De prijzen van goede souvenirs liggen hier lager dan in de rest van het land en afdingen gaat hier ook beter, hoewel het voor de altijd enthousiaste Samantha toch af en toe moeilijk is om desinteresse te veinzen om zo onze onderhandelingspositie te verbeteren... We weten aardig wat spullen te verzamelen en doen deze maar gelijk op de post om onze ruggen te sparen. We zien een ouderenmanifestate voorbij trekken, een kleurrijk geheel waar we enkele foto's van willen maken. Maar ineens blijken wij zelf de grootste bezienswaardigheid. De oudjes wijzen en maken grapjes over ons waar iedereen luid om lacht, behalve wij, omdat we het Spaans uit de tandloze mondjes niet kunnen volgen.

Wanneer we alle drukte beu zijn vinden we een Boliviaanse bioscoop, met een aanbieding 2 voor de prijs van 1. Uiteindelijk hebben we 2 kaartjes voor 3 euro en samen met enkele verveelde Bolivianen kijken we de film 'Salt' ('Zout', hoe kan het ook anders, om ons zoutavontuur compleet te maken), met agent 'Zout'. We bezoeken ook nog het cocamuseum wat ons meer informatie geeft over de geschiedenis van de coca. Het kauwen van cocabladeren wordt gedaan door bijna iedereen in Bolivia. De cocabladeren, komende van de coca plant, zijn gedroogd en worden op de markt verhandeld. Het kauwen is een beetje te vergelijken met het kauwen van pruimtabak; een prop bladeren wordt fijn gekauwd en daarna als prop in de wang bewaard. Dit geeft een stimulerend effect op de hersenen, je voelt je wakkerder en krijgt nieuwe energie. Het kauwen van coca is een sociale bezigheid en doe je samen met anderen. Het stamt al uit de tijd van de indianen. In de tijd van de Spanjaarden was het kauwen van coca een middel om te overleven voor de indianen die uitgebuit werden in de zilvermijnen en wel dagen van 48 uur moesten maken. In later jaren is er ook een drank van gebrouwen, de Coca Cola, maar uiteindelijk is de natuurlijke coca hierin vervangen door een kunstmatige. Cocaïne is een product afkomstig van de coca maar het is een chemisch product, geïntroduceerd door de westerse wereld. Het museum is een verzameling van feiten en weetjes, en na een uurtje hebben we weer wel genoeg coca-kennis gesnoven. Wij houden het maar bij coca-thee, heet water met een hand vol blaadjes, en coca snoepjes

Donderdagmiddag 27 augustus vertrekken we om 2 uur met de bus naar Cobacabana aan het Titicacameer. We hebben weer even genoeg stad gezien en verlangen weer naar rust en stilte. We zitten in de tourbus die rechtstreeks naar Copacabana zal rijden, maar de bus zit nog niet half vol dus de chauffeur besluit om onderweg ook maar iedereen mee te nemen die mee wil. Het duurt dus wel even voor we La Paz uit zijn. Het wordt echt een lokale bus, we hebben net nog geen kippen op het dak. De chauffeur schuift snel nog even twee grote gastonnetjes in het bagageruim onder onze zitplaats, de bijstaande agent knikt goedkeurend (In Nederland zijn er genoeg mensen die geen gasauto willen rijden omdat de gastank gevaarlijk zou zijn).

De route is prachtig. We rijden door weidse velden, het gras is wel wat dor maar het is dan ook winter. Hier en daar kleine kuddes schapen, kuddes lama's en een enkele koe, meestal zit er ergens wel een herder in de buurt. We rijden langs het Titicacameer, het hoogstgelegen meer(4000 m) ter wereld. Het meer heeft voor ons de grootte van een zee, de overkant is niet te zien. We moeten een oversteek maken. Iedereen moet uit de bus, de bus rijdt op een soort houten vlot wat gevaarlijk schommelt en overhelt. Wij moeten tickets kopen en worden overgezet met een klein kajuit jachtje wat veel te vol beladen wordt. Het lijkt allemaal geen probleem en na even op de bus te hebben gewacht aan de overkant kunnen we onze weg weer vervolgen. 's Avonds 7 uur komen we aan in Copacabana waar we weer bestormd worden door verschillende hoteleigenaars die ons graag een slaapplaats aanbieden. We hebben geen zin om ver te gaan zoeken en volgen de eerste de beste, wat nog niet eens tegenvalt.

De volgende ochtend stappen we, beladen met onze backpacks in de grote motorboot die ons met nog meer andere toeristen naar het eiland 'Isla del Sol' zal brengen. Het is een mooie tocht we zitten boven op dek en genieten van zon, zee en uitzicht op de groene bergachtige oevers. Na 1,5 uur komen we aan op het eiland van de zon. We staan maar net op de steiger of de weg wordt versperd door twee brede Boliviaanse 'moekes' die gelijk 10 Bolivianos van ons eisen als entree voor het eiland. Daarna worden we opgevangen door een jonge knaap die zegt een goed hostel voor ons te weten. Het hostel wordt ook goed aangeprezen in ons boek dus we besluiten hem te volgen. We moeten een half uur lang stijl klimmen om bij onze bestemming te komen. We zitten nog steeds op 4000 meter hoogte en met volledige bepakking is het loodzwaar. Maar we worden beloond, we hebben een mooie kamer met prachtig uitzicht over het meer.

We slaan wat voorraden in, in het kleine dorpje en beginnen onze lange tocht naar het noorden van het eiland. Op het eiland zijn geen voertuigen aanwezig en het is er zo bergachtig en ongerept dat het enige vervoer de benen of een ezel is. We hebben geen kaart, maar we worden vriendelijk de weg gewezen door een schaapherdertje. Het gewezen pad blijkt dan ook een echt herderspad te zijn. Een smal paadje voert ons eerst over één van de hoogste bergen van het eiland en daarna langs de randen van andere bergen, een mooie route maar zwaar voor de benen. Uiteindelijk komen we via een grote omweg toch uit op het grote brede pad wat ons midden over het eiland naar het noorden leidt. We komen net achter een klein gebouwtje uit waarvan het mannetje niet weet hoe snel hij bij ons moet komen om ons te verplichten een ticket voor het pad te kopen. De lokale bevolking weet al aardig hoe men kan verdienen aan het toerisme op hun eiland. Gelukkig zijn het maar kleine bedragen. Het pad voert ons over de toppen van de middelste bergrug en we hebben prachtig uitzicht op de flanken van het eiland en de verschillende baaien. Op een hoge bergrug doemt uit het niets weer een controlepost op waar onze 'tickets' nog een keer gecontroleerd worden. Na iets meer dan 9 km over het midden van het eiland komen wij bij het uiterste noorden aan waar we een oude Inca ruïne bezichtigen. Verspreid over het eiland komen meerdere ruïnes en oude tempels uit het Inca tijdperk voor, echter dit is de grootste en belangrijkste. We dwalen wat rond door de gangetjes en hokjes maar doordat het al laat is en we ook weer terug naar het zuiden moeten kunnen we er niet te lang blijven hangen.

Voor de terugweg kiezen we de lager gelegen route. Deze blijkt echter zwaarder dan de hoger gelegen route. We dalen enkele keren helemaal af naar het strand en moeten daarna weer stijl klimmen. We komen door kleine dorpjes waar men kleine kuddes schapen hoedt, tegelijkertijd de wol spinnend die deze dieren leveren. De vruchtbare hellingen van de bergen worden beteelt. Degenen met een bootje proberen wat vis te vangen en varkens doorwroeten de natte stukken van het strand. Een mooie wandeling en de aardige mensen wijzen ons continue de weg zonder dat we erom vragen. Net voor zonsondergang zijn we terug aan de zuidkant van het eiland. Bezweet en met enorm zware benen, na 18 km klimmen en dalen over inca paden(dat betekend grote treden) verlangen we naar een warme douche. We zouden een 'hot shower' op onze kamer hebben werd verteld, echter op alle reclamebordjes in het dorp staat 'hot shawer'. Dit komt overeen met een ijskoude douche, de douchekop is een electrische die het water dat er doorstroomt snel zou moeten verwarmen. Deze dingen verbruiken echter zoveel energie dat het netwerk dit helemaal niet aankan. Als je de lamp aandoet wordt je douche nog kouder... Bovendien zijn de electricitietsdraadjes in de douche aan elkaar geknoopt met kroonsteentjes. Wanneer je onder de douche de kraan vastpakt krijg je een stroomstoot. Wanneer we goed opgefrist zijn vinden we in het aardedonkere dorpje nog een restaurantje waar mevrouw snel wat ingrediënten in gaat kopen en toch een lekker visje voor ons bakt. Er wordt voornamelijk forel gevangen in het Titicaca meer en deze wordt op verschillende manieren bereid. Na een goed maal is het goed slapen, met uitzicht op de maan die weerspiegelt op het wateroppervlak.

We hebben het eiland in één dag helemaal rond gelopen. We gaan de volgende ochtend dan ook weer terug naar het vaste land met de boot van half elf. De rest van de dag vermaken we ons in Copacabana. We bezoeken het lokale marktje, bezichtigen de grote kerk en kijken verwonderd hoe mensen hier hun auto komen inzegenen door deze te versieren en er daarna twee flessen champagne over heen te spuiten. We maken een kleine tocht met een kano door de haven en bekijken vanaf het water de zonsondergang. Het mannetje die de kano verhuurt zet ons af maar omdat het over een klein bedragje gaat laten we het maar zo. Voor diner kiezen we een slecht restaurant wat geen klanten heeft en een waardelozespaghettiserveert.

De volgende dag vertrekken we met de bus richting Peru. Bij de grens stappen we uit, halen onze exit stempel, lopen de grens over en laten ons instempelen in Peru. We vervolgen onze weg langs het meer en na 4 uur komen we aan in het stadje Puno. Al in de bus komt één of andere kerel al vragen wat onze plannen zijn. Hij blijkt iemand te zijn die alles kan regelen en voor we het weten hebben we een tour geboekt voor de middag en gelijk onze nachtbus naar Aerequipa. Wanneer we op het station komen blijken zijn prijzen echter wel erg hoog te liggen. Wij moeten ook nog even leren rekenen met de nieuwe koers, 100 Bolivianos is maar 11 euro terwijl 100 Peruaanse sol bijna 30 euro is. We hebben nog niets betaald dus gaan opnieuw in onderhandeling. Nu blijkt het ook voor de helft van de prijs te kunnen. Het voelt niet helemaal lekker dus we nemen ons voor dat dit de laatste keer is dat we van deze 'reis' agenten gebruik maken.

We verkennen te voet het stadje Puno. We zijn net op tijd voor de middagparade van de plaatselijke politie. Met blazerskorps en stramme pas wordt de elite aan het publiek getoond en wordt een rondje om het plein gemarcheerd. De rest van de middag gebruiken we een uitgebreide lunch terwijl we wat foto's uploaden via de wifi verbinding in het restaurant.

Aan het eind van de middag vertrekt onze tour naar de rieteilanden van Uros. We worden opgehaald bij de grote kerk, in een taxi gezet en naar de haven gebracht. Daar vertrekt onze boot naar de rieteilanden. In het verleden heeft een groep bewoners van Puno zich ontrokken aan het strijdgewoel op het vaste land. Ze bouwden zelf drijvende eilanden van riet en hebben deze een flink eind uit de wal gestationeerd. Inmiddels bevolkt een hele populatie deze rieteilanden. Er wordt voornamelijk in levensonderhoud voorzien met vissen, het jagen van eenden en het toerisme. Er vertrekken dagelijks veel boten naar Uros en de lokale bewoners weten goed hoe ze de toeristen uit moeten kleden. Dus zo ook wij.. We komen aan bij een eiland wat speciaal ingericht is voor het ontvangen van toeristen. We krijgen uitleg van de gids over de bouw van rieteilanden en de leefwijze van de mensen. Er worden eerst een soort turfblokken gestoken die met touw aan elkaar worden gebonden. Zo ontstaat een vlot. Daarbovenop wordt een dikke rietlaag uitgespreid. De onderste 10 cm. van het riet wordt opgegeten, de rest is bruikbaar voor de bodem en voor de bouw van de huisjes en bootjes. Het riet verteerd ook dus blijvend onderhoud aan het eiland blijft nodig. Het eiland is een aparte ervaring, de bodem voelt best stevig aan maar toch voel je alles bewegen. Voor de rest is het een show speciaal voor toeristen. Er zijn maar twee eilanden toegankelijk, de rest is afgeschermd voor het toerisme. Wat ook wel te begrijpen is. Wel jammer dat je weinig van het authentieke te zien krijgt. Wanneer de gids zijn verhaal klaar heeft worden we snel meegetornd door een man en een vrouw in hun rieten huisje. Alles binnen is van riet, de bankjes en ook het bed. We moeten traditionele kleding aantrekken en ermee op de foto. Dat dit allemaal niet zo vrijblijvend is blijkt even later. We moeten mee naar buiten waar ze een klein souvenirstalletje hebben. Er wordt natuurlijk van ons verwacht dat we als tegenprestatie iets van hun kopen. Nu weten wij door La Paz inmiddels wel goed wat alle verschillende souvenirs werkelijk waard zijn. De prijs die gevraagd wordt is 5 keer zo veel. Maar afdingen is hier uit den boze. Uiteindelijk kopen we dan toch maar een rieten souvenir, en de mensen zijn ons zeer erkentelijk. We stappen met zijn allen in de 'Mercedes Benz', een grote rieten roeiboot, die ons naar een volgend eiland brengt. Ook hier wordt weer extra geld voor gerekend. Op de boot worden we vermaakt door een jong meisje die verschillende liedjes zingt, en ook hier natuurlijk weer een 'vrijwillige' bijdrage voor vraagt. We komen aan op het andere eiland waar je ook weer veel te dure souvenirs kunt kopen. Er zijn ook enkele kleine restaurantjes en een riethotel waar je een nachtje over kan blijven. Ook is het mogelijk om tegen forse betaling een extra 'Uros' stempel in je paspoort te laten zetten. Wij proberen echter de geleden schade te beperken en met twee handen op de knip slagen we daarin.

We worden opgepikt door de motorboot en in het donker worden we weer teruggebracht naar Puno. Een taxibusje brengt ons naar de bushalte, waar we 2 uur moeten wachten voor onze bus vertrekt.

De bus vertrekt om 8 uur, en voor de zekerheid halen we zelf onze bagage op en laden deze in. Er wordt door de bagagedragers meestal niet al te voorzichtig met de bagage omgesprongen en je bent er ook nooit zeker van dat deze in de goede bus terechtkomt dus waar mogelijke proberen wij dit in eigen hand te houden. Onze bus blijkt een goedkopere maatschappij te zijn waar ook de Peruanen mee reizen. De bus stopt dan ook erg vaak om mensen te laten in en uitstappen. De mensen slepen alles mee de bus in, tot een compleet keukentafel en stoelenset toe. Het is lawaaierig en onrustig in de bus, die ook nog eens over onverharde slingerende bergwegen rijdt. Slapen lukt dus ook echt niet. Wanneer ik toch indommel schrik ik prompt wakker en kan ik nog net voorkomen dat de metalen klapstoeltjes uit het bagagagerek op onze hoofden terechtkomen.

Om 4 uur 's nachts komen we aan in Aerequipa. Het busstation blijkt verre van verlaten. Alle stoelen in de wachtruimte zijn bezet en her en der liggen reizigers op de grond onder een deken in diepe slaap verzonken. Samantha heeft erg last van haar maag dus ik ga alleen op onderzoek uit hoe we onze reis het beste kunnen vervolgen. We willen graag naar de Colca Canyon, de grote kloof. Hier willen we een trekking doen en hopelijk kunnen we ook 's werelds grootste vliegende vogel, de Condor, zien. Er is maar één balie die onze bestemming aanbiedt en dit is gelijk ook de balie waar niemand zit. Ik sta samen met een grote groep locals 1,5 uur aan de balie te wachten. Tenslotte duikt er iemand met een slaperig hoofd op. De Peruanen zijn duidelijk in het voordeel en met hun rappe Spaans weten ze al snel een plekje te regelen in de enige bus die naar Cabanaconde rijdt. Gelukkig blijven er ook nog 2 plekjes over en we zijn blij dat we deze toch voor ons kunnen reserveren.

Om 6 uur in de ochtend vertrekt de bus. Het is niet de meest luxe bus en de stoelen en ook de vering laten te wensen over. We rijden in de richting van de kloof en de bus belandt al snel op de onverharde wegen. De Colca Canyon is qua grootte en diepte groter dan de Grand Canyon in Noord Amerika echter het relief is minder scherp. De bus rijdt bovenlangs de canyon wat betekend dat we vanuit het raam de eindeloze diepte in kijken. We passeren stukken waarbij de weg naast en onder ons niet eens meer te zien is, en het lijkt alsof we vliegen. Het is een mooi uitzicht maar de hoogte en de weg zijn best wel spannend. We pakken de stoelen voor ons dan ook nogal eens stevig vast wanneer de bus een onverwachte slinger maakt. We zijn blij dat we deze route niet in het donker afleggen. De rit duurt 6 uur, we zitten achter de achterwielen dus we worden enorm door elkaar geschud. De vorige ochtend zijn we vertrokken uit Copacabana, de dag erna komen we om 12 uur aan in Cabanaconde. We zijn flink vermoeid, kiezen het eerst het beste hostel en de rest van de middag proberen we onze slaap in te halen wat geen probleem is.

Flink opgekikkerd dineren we pizza in een restaurantje waar de Belgische ober ons alle uitleg kan verstrekken over de mogelijke trektochten in de omgeving. De volgende ochtend staan we vroeg op en nemen de bus van half zeven. Na een uurtje hobbelen komen we aan bij 'Cruz del Condor' een hooggelegen punt wat een panoramisch uitzicht biedt op de canyon. Op de bergen huist een grote colonie condors die alleen 's ochtends wanneer de zon opkomt en 's middags wanneer de zon ondergaat te zien zijn omdat ze dan op jacht gaan. We wandelen naar het uizichtpunt en al snel komen de eerste condors voorbij gezweefd. De Andes condor is de grootste vliegende landvogel ter wereld. Het zware lichaam van wel bijna 15 kg wordt gedragen door de enorme vleugels die een totale spanwijdte hebben van 3 meter. De vogels zijn werkelijk enorm, de vleugels bewegen niet maar de vogels zweven op de thermiek langs de bergwanden. Het is een prachtzicht om deze vogels majestueus te zien zweven al draaiend met hun nek, het landschap afspeurend naar aas of prooi. De vogels komen erg dichtbij, je hoort het suizen van hun vleugels. We brengen bijna 4 uur door met het bekijken van deze vogels en het is een kunst om de grote snelheden vast te leggen op de film.

Rond de middag komt de volgende bus en komen we weer terug in Cabanaconde. We nemen een uitgebreide lunch en vertrekken daarna te voet naar de bodem van de canyon. Een tocht van 3,5 uur moet de bijna 1,5 km diepte overbruggen. Bovenaan de canyon willen we natuurlijk het panoramisch uitzicht filmen en komen er tot grote schrik achter dat we de videocamera kwijt zijn. Dus in stress en op looppas terug naar het dorp, waar deze gelukkig blijkt te zijn gevonden in het restaurant en aldaar veilig bewaard is. Om 3 uur staan we we weer bovenaan de canyon, we moeten aardig door gaan lopen willen we voor het donker beneden zijn. Het is een steile afdaling, die langs diepe afgronden gaat. De hoogtevrees wordt gelukkig minder, de diepte went wel. Net voor het donker komen we beneden aan bij de brug over de Colca rivier. Na de brug doemt ineens weer een vrouwtje voor ons op die zegt een goed hostel te hebben in 'San Juan de Chucho'. We volgen haar en ze blijkt gelijk te hebben. Het is erg simpel allemaal maar dat hoort ook bij zo'n afgelegen plaats. Een kamer met kaarslicht en gelukkig is er een warme douche. Vanonder de douche is er een mooi uitzicht op de donkere silhouetten van het omliggende gebergte. Beleving van de canyon.. Uiteindelijk hebben we een slaapplaats en warme douche met diner en ontbijt voor totaal nog geen 10 euro.

De volgende ochtend weer vroeg op want we hebben een lange tocht voor de boeg. Half zeven hebben we ontbijt en om 7 uur vertrekken we. We volgen eerst de loop van de rivier en komen door oaseachtige dorpjes. We lopen echter verkeerd want het pad loopt dood in een driehoek van ravijnen. We lopen terug en worden weer op de goede weg geholpen door de allervriendelijkste mensen. Het blijkt dat we op de goede weg zitten want we zouden eerst een steile klim hebben tegen de andere kant van de kloof op. Die klim vinden we en in het felle zonnetje valt de eerste klim best zwaar. Jan draagt de benodigdheden, water en voedsel. Samantha haar kleren en toilettas. Maar genoeg gelachen hierom, al de Zumba-training blijkt zijn vruchten af te werpen en ik moet aanpoten om het tempo te kunnen volgen. Hijgend als een paard zijn we blij dat we de eerste klim gehad hebben. We kunnen nu voor 2 uur een vlak pad volgen wat ons door verschillende dorpjes leidt en waarna we weer kunnen afdalen naar de Colca rivier.

Om 11 uur komen we aan bij de rivier waar ook weer een oase is. We liggen goed op schema dus we gunnen onszelf 2 uur rust. We eten weer een beroerdespaghettiwaar de tomatensaus is gemaakt van alleen rode wijn met gesnipperde uitjes. Alles in de kloof wordt aangevoerd per ezel dus we moeten het er maar mee doen. De spaghetti moet ons de benodigde energie leveren voor de lange klim naar boven. We moeten een hoogte overbruggen van 1200 meter en dat op een hoogte van 2000 tot 3000 meter. Voor de kenners de Alpe d' Huez in Frankrijk is iets meer dan 1000 meter omhoog. We ontzien het wel een beetje maar anders dan bij een berg heb je in een canyon geen keus. Het eerst stuk gaat nog vrij gemakkelijk en we hebben geluk dat het bewolkt wordt en er zelfs enkele spetters vallen waardoor wij een beetje afkoelen, maar wanneer we in het rotsgedeelte komen wordt het zwaarder. De treden worden groter en zijn een belasting voor de knieën. Helemaal buiten adem houden we een korte stop. Een caballero op een ezel vertelt ons dat we halverwege zijn en we maken een praatje met hem. We kunnen inmiddels al een aardig woordje Spaans en een gesprekje lukt al aardig. Een beetje uitgerust vervolgen we onze weg. De laatste loodjes wegen enorm zwaar. Na 3,5 uur klimmen bereiken we de bovenkant. Dan is het nog een half uurtje lopen naar het dorpje. Zwaar vermoeid maar we zijn ook wel trots op de prestatie.

We besluiten in het dorpje maar te verkassen naar een ander hostel vanwegen lawaaierige nachten en de nonchalante manier van omgaan met het wasgoed en de achtergelaten backpacks. Even nog een hoop discussie over een verdwenen sok, waarbij wij gelukkig gelijk hebben en we de sok toch vinden achter de wasmachine. Maar na een goede douche, een goed biertje en 2 lekkere pizza's zijn de ontberingen van vandaag ook weer snel vergeten. Het was een prachtige tocht, schitterende uitzichten op de canyon en hoewel zwaar is het ook wel eens fijn om het lichaam weer eens uit te testen en het van jezelf te winnen.

Het gaat ons goed, we zijn fit, we hebben af en toe wel last van maagproblemen en we zijn nu ook wat voorzichtiger geworden met eten. Hoewel een net restaurant ook nog slecht eten kan leveren... Nog één week te gaan en we hebben nog verschillende dingen op het programma staan hoewel we ook al verschillende dingen doorgestreept hebben omdat de afstanden en het reizen toch meer tijd kosten dan verwacht. We hebben erg genoten van Bolivia, met name het lokale leven, de marktjes en de vriendelijke mensen en ook de 'prijs-kwaliteitsverhouding

Cool
. Twee weken is echt te kort voor dit land.

Peru is toch een beetje anders, het land is makkelijker bereisbaar en daardoor ook meer in trek bij het soort toeristen wat je liever niet te vaak tegenkomt op je vakantie... Als gevolg hiervan zijn de mensen stukken brutaler, je wordt meer lastig gevallen op straat en op de stations. In restaurants en ook bij toeristische activiteiten gelden speciale prijzen voor toeristen die stukken hoger liggen dan de werkelijke. Echter met een aardig mondje Spaans en onze eerder opgedane wijsheden weten wij ons hier ook aardig te weren. We hebben het best naar ons zin.

We willen iedereen bedanken voor alle reacties en mails. Altijd leuk om iets vanuit Nederland te lezen. We proberen ook het nieuws nog een beetje te volgen via internet. Het weer is niet al te best zagen we en politiek wil het ook nog niet echt vlotten... Kortom we hebben nog niet echt het gevoel dat we veel missen...!

Allen de hartelijke groeten,

Jan & Samantha

Salar de Uyuni en een dronken chauffeur

29 Augustus 2010, we lopen iets achter met het posten. We zijn inmiddels Bolivia al in en ook weer uit. We beginnen gewoon waar we gebleven waren. Jullie willen tenslotte niets missen...

In het vorige bericht schreven we dat ons reisplan min of meer in duigen viel doordat de Bolivianen alles geblokkeerd hadden in het gebied waar wij doorheen wilden trekken.

Zaterdag 14 augustus besluiten we dat we teveel tijd kwijt raken met wachten tot de situatie weer stabiel is. We wijzigen ons reisplan en willen nu in 2 dagen met de bus via Arica naar La Paz. Op weg naar de bus lopen we toch nog even binnen bij een ander bureau welke ook tours via de zoutvlakte naar Uyuni verzorgt. En wat blijkt; vanaf maandag wordt er weer gestart met de tours. In het weekend zal er extra diesel de woestijn in gereden worden omdat er tussentijds niet getankt kan worden, want in Bolivia is alles geblokkeerd. We zullen dan ook een alternatieve tour moeten volgen en als de situatie aanhoudt dan komen we terug naar San Pedro in Chili en niet, zoals we dit eerder van plan waren, verder trekken via Uyuni door Bolivia. We zijn echter allang blij dat we toch de Salar, de zoutvlakte, kunnen zien.

Het verdere weekend brengen we door met wat lui in de hangmatten 'hangen' bij ons hostel, daar we de meeste bezienswaardigheden rondom San Pedro wel gezien hebben. Wanneer we het luieren beu zijn huren we mountainbikes en trekken de bergen in. Op 2500 meter een zware sportieve prestatie leveren valt echter tegen doordat je na een halve km klimmen al flink naar adem hapt. De tocht wordt iets korter dan verwacht maar daarom niet minder mooi. De onverharde paadjes en rivierbeddingen vergen alle behendigheid en met flink wat last van zadelpijn (ook nog van het paardrijden) en van de polsen eindigen we weer in de hangmatten. Aan het eind van de middag maak ik, alleen, nog een tocht verder de vallei in, het is een vlak gebied en wat groener door de uitlopers van de rivier, en ik beland bij verschillende kleine boerenbedrijfjes met kippen een kleine kudde schapen en enkele lama's. Wanneer ik echter enkele valse honden, die goed waaks zijn, van me af moet trappen vind ik het ook wel mooi geweest.

Maandagochtend vertrekken we om 8 uur met een busje van het agentschap waar wij onze 4-daagse tour geboekt hebben. We rijden eerst naar de Chileense grenspost om daar de formaliteiten af te handelen. Vervolgens rijden we het hoger gelegen Andesgebergte in. Op bijna 4000 meter hoogte staat ook nog een klein gebouwtje, de Boliviaanse grenspost, met daarin één douanebeamte die zijn vak verstaat en die zonder verdere controle een stempeltje zet in de daarvoor bestemde bladzijde van ons paspoort. Het is een mooie grensovergang, in alle leegte één gebouwtje, je laat het wel uit je hoofd om hier te proberen iets de grens over te smokkelen...

We zijn met een groep van 10 personen uit Australië, Engeland, Duitsland, Chili en zelfs nog 2 andere Nederlanders, zoveel zijn we er nog niet tegengekomen. Bij de grenspost wordt de groep gesplitst en we vervolgen onze weg in een soort van Jeep-trucks die beter geschikt zijn voor dit landschap. We zitten met 6 personen in de Jeep waarvan de chauffeur tevens onze gids is die keurig Spaans mompelt. Gelukkig spreekt Jackie, de Chileense, naast uitstekend Spaans ook nog een beetje Engels dus wanneer wij en ook de andere 2 Hollanders er geen wijs meer uit kunnen is ze best bereid om het één en ander te verduidelijken.

We zien de verschillend gekleurde meren. Het witte meer en het groene meer. De kleuren ontstaan door het mineralengesteente eronder en de weerkaatsing van de zon daarop. We passeren grote stukken zandwoestijn waar uit het niets enorme rostblokken oprijzen. Deze woestijn heeft de naam 'Dali rock desert' genaamd naar Salvador Dali, de beroemde Spaanse kunstschilder die verschillende schilderijen gemaakt heeft van dit surrealistische landschap. Onze tocht voert ons verder langs heetwaterbronnen welke uitmonden in een groot meer. Erg bijzonder; de randen van het meer zijn bevroren terwijl het water langs de randen warm is. Dit komt door de scherpe koude wind die er op deze hoogte waait. Voor de liefhebbers is een deel van de bron ingericht om te zwemmen, maar wij ontzien de verkleedpartij in de koude wind. We bezoeken de 'Sol de Mañana geysers' waar hier ook alles weer borrelt en kookt. We kunnen er alleen niet al te dicht bij komen omdat de bodem onbetrouwbaar is en niet bekend is hoever de geysers onder de grond door lopen. Aan het eind van de middag komen we aan bij ons hostel voor de eerste nacht, gelegen aan het 'laguna colorada', het rode meer. In de namiddag bezoeken we het okerrode meer, waar ook weer veel prachtig roze flamingo's te zien zijn.

Ons hostel voor de nacht is erg basic. Door de wegblokkeringen in Bolivia is het rustig met toeristen en zijn wij de enige groep hier. Het dak is van golfplaten, er is geen warm water en de koude wind waait overal doorheen. De Boliviaanse dames verzorgen voor ons een simpel diner. We vullen de avond met een goed gesprek, onze tourgenoten zijn allemaal leeftijdsgenoten, en een potje kaarten. Maar vanwege de kou liggen we om 9 uur in bed. Gelukkig kunnen we een slaapzak huren naast de dunne dekentjes die op het bed liggen. Naast thermo ondergoed en nog een extra zijden lakenzak moet ons dit wel warm houden de komende nacht. De temperatuur daalt buiten naar -20 graden en binnen is het ook goed koud. Door de kou en de grote hoogte waarop we verkeren wordt er door iedereen slecht geslapen en de volgende ochtend heeft iedereen ofwel flinke pijn dan wel een zwaar gevoel in het hoofd. De remedie tegen hoogteziekte is goed rusten en veel water drinken. Van rusten komt verder niet veel en het vele water dat we drinken zorgt ervoor dat het gehobbel over de onverharde wegen nogal eens tot een noodstop leidt.

Na het ontbijt vertrekken we weer. Als eerste bezoeken we 'Stone tree', een rotsblok midden in een zandwoestijn wat door wind en zand geërodeerd is tot een rots in de vorm van een boom. Iedereen wil hier dan natuurlijk ook een foto van hebben. Gelukkig zijn wij dan maar met twee jeeps en niet zoals normaal met een stuk of 20. Toch een voordeel die blokkades. Het landschap blijft bizar, totale leegte en hierin enorme rotsblokken op willekeurige plaatsen. We bezoeken de prachtige meren Cañapa, Honda, Hedionda en Charcota. Weer schitterende plaatjes. Sommige meren zijn wit van zout en ook half bevroren. Met de felle zon is dit een mooi zicht. In de meren zitten grote kolonies flamingo's en langs de randen nemen vicunas een koud bad. Onze chauffeurs bereiden een gezonde lunch en we genieten van deze mooie plaatsen die we nu ook weer helemaal voor onszelf hebben, wat ons wel bevalt. We vervolgen de route en komen aan bij de actieve vulkaan 'Ollagüe'. Het landschap eromheen bestaat uit gestold lava wat de gekste vormen heeft. Eén van de jeeps heeft een lekke band dus deze moet gewisseld worden, en wij genieten op de lava van het zonnetje en de stilte om ons heen. De stapels stenen die her en der geplaatst zijn als offer aan 'Pachamama', de moeder aarde, dienen goed als camerastatief voor de zelfontspanner. Wanneer de wagens weer in orde zijn trekken we verder. We krijgen alvast een voorproefje op de volgende dag want we rijden over een andere, ook grote, zoutvlakte. Onze jeep is de nieuwste niet meer. De ventilators doen het niet meer en ook de ramen kunnen niet meer open. Wanneer we de deur dicht slaan valt de motor uit. Het zonnetje brand fel en binnen wordt het gloeiend heet, we verbranden door het raam heen. Gelukkig doemt ineens een spoorlijn op en vandaar is het niet ver meer naar het kleine dorpje 'San Juan' waar we de nacht doorbrengen in een zouthotel.

Het zouthotel is een ervaring op zich. Het hele gebouw is opgetrokken uit blokken uitgehakt uit de zoutvlakte. Alles is van zout, de tafels, krukjes en ook de bedden. De vloer is bedekt met een laag los zout. Na ons verblijf zijn we dan ook aardig voorbereid op de zoutvlakte, het is overal zout, in bed, in je kleren en in de backpacks. Onze groep is het unaniem eens dat we om 4.30 uur willen opstaan om de zon op te zien komen op de zoutvlakte. De avond ervoor is echter gezellig dus het vroege tijdstip valt voor de meesten niet mee.

De zon komt op tussen 6 en 6:30 uur dus we vertrekken om half zes richting de zoutvlakte. Onze chauffeurs laden de bagage weer op het dak in alle donker. Volgens de berichten zouden de blokkades in Uyuni opgeheven zijn dus dit wordt dan onze eindbestemming voor deze dag. Het is nog een uur rijden naar de zoutvlakte. De chauffeur weet feilloos de weg door de rotsachtige zandwoestijn. De snelheid ligt hoog maar hij lijkt te weten waar er gevaarlijke hobbels of geulen liggen en remt op tijd af. De wagens houden zich goed in het onherbergzame landschap. Wanneer het langzaam licht wordt zien we dat we al op de zoutvlakte zitten, tot aan de horizon niets dan zout. Echter onze chauffeur blijft maar doorjakkeren. Wanneer uiteindelijk de zon tevoorschijn komt wordt er abrubt gestopt. En zo staan we dan op de vlakte in alle leegte terwijl de zon opklimt. Doordat we redelijk dicht bij de evenaar zitten stijgt de zon snel. Onze lange schaduwen worden al snel korter, de lichtval is prachtig. Onze chauffeur heeft het blijkbaar al genoeg gezien, zijn stoel gaat achterover en hij verzinkt in diepe rust. We vermaken ons met het maken van speciale foto's met perspectiefbedrog.

We vervolgen onze weg en komen aan bij 'Isla del Pescado' oftewel 'Viseiland' een eiland van gestold lava temidden van de zoutvlakte wat de vorm heeft van een vis, vandaar de naam. Het eiland is bijzonder omdat het vol staat met cactussen. Ook deze groeien maar 1 mm per jaar. De hoogste is 12 meter en is helaas omgewaaid, de hoogste die nog overeind staat is nu 9 meter. Vanaf het eiland hebben we een mooi uitzicht en blijkt de weidsheid van de grootste zoutvlakte ter wereld. Deze reikt zover het oog rijkt, om precies te zijn is de grootte 11500 km2, volgens de kenners komt dit overeen met één derde van België. In de verte zien we een grote vulkaan, deze vulkaan zou in de verre historie een enorme uitbarsting gehad hebben. Door de enorme hitte is het meer, of zee, helemaal ingedroogd en is alleen het zout overgebleven. De enkele eilanden van lavagesteente, zoals deze, getuigen hiervan. Het is dan ook niet moeilijk voor te stellen dat alles zee is geweest.

We krijgen een uur om het eiland te bekijken. Wanneer we terugkomen is onze chauffeur in geen velden of wegen te bekennen. Hij blijkt in het, enige, restaurant te zitten. Wanneer we hem melden dat we klaar staan om te vertrekken verzoekt hij ons om zelf de zoutvlakte verder op te lopen en nog wat foto's te gaan maken zodat hij even klaar kan eten. We vinden het wat vreemd maar we vermaken ons wel dus lopen we verder de vlakte op en bedenken nieuwe creatieve ideeën voor op de foto. Na een half uur komen we terug bij het eiland en moeten we onze chauffeur weer gaan roepen. We vervolgen onze weg echter onze chauffeur maakt snelheiden van 120 km per uur, hij rijdt meer naast de sporen dan erop en lijkt af en toe zelfs in slaap te vallen. In de auto hangt een sterke dranklucht. Er volgt een felle discussie op de voorstoelen, gelukkig is er iemand die goed Spaans spreekt... Jorge, de chauffeur, zegt dat alles goed gaat en dat hij best in staat is om te rijden. We voelen ons echter verre van veilig. Hoewel de vlakte erg vlak is, zal het gevaar hier nog wel meevallen maar we weten niet wat er hierna nog komt. Ongemerkt gaat onze chauffeur steeds harder rijden. We verzoeken hem steeds om zachter te gaan rijden maar wanneer hij uiteindelijk weer in slaap valt is de maat vol. We laten de auto stoppen, gelukkig heeft Jackie, de Chileense, de tegenwoordigheid van geest om snel de contactsleuteltjes eruit te grissen. Onze andere jeep is nergens te bekennen. Gelukkig staan één km verderop twee andere jeeps van een ander agentschap. We lopen erheen en vragen of we deze kunnen volgen tot we in Uyuni zijn. Dit is geen probleem.

We laten Jorge plaatsnemen op de achterbank. En zo ben ik ineens de chauffeur en gids van onze truck, op de 'Salar de Uyuni'. De discussie tussen Jackie en Jorge gaat onverminderd voort. Jorge lijkt het eerst nog niet erg te beseffen en meldt dat hij dit wel vaker doet en dat het nooit tot problemen heeft geleid. Er wordt echter fel op ingegaan, en Jorge lijkt te beseffen dat het er somber uitziet voor zijn carriere.

Het rijden op de zoutvlakte valt niet tegen hoewel de besturing te wensen overlaat, het stuur heeft één omwenteling aan speling. We komen aan bij het oude zouthotel wat inmiddels een museum is, omdat de andere wagens hier stoppen doen wij dit ook. Het museum is alleen van de buitenkant te bezichtigen, we lopen er een rondje omheen maar het is niet echt bijzonder, gewoon een gebouw van zout, zoals ons hotel van de afgelopen nacht. Het museum is van alle kanten voorzien met bordjes 'Don't pee here' wat wel een tegenvaller is voor de meiden. Wanneer we terugkomen bij de wagen is Jorge diep in slaap.

We rijden verder en onze volgende stop zijn de zoutmijnen. De bovenste laag zout wordt afgeschraapt en gekristalliseerd in waterbaden. We komen aan bij een klein dorpje waar de mijnwerkers wonen en waar de inkomsten vooral bestaan uit souvenirs van zout. We kopen enkele dobbelstenen van zout. Wanneer we terugkomen bij de auto blijkt dat Jorge de dorpsoudste erbij gehaald heeft. Een sluw ogend mannetje, met een klein hoedje en één voortand sommeert mij streng kijkend de sleutels van de wagen in te leveren. Jackie gaat echter fier de discussie aan, wij kunnen al het rappe Spaans niet volgen. Uit een korte vertaling blijkt dat er enkele kilometers verderop een controlepost is van de Boliviaanse politie. Wanneer wij Jorge niet laten rijden en de zaak niet in de doofpot stoppen zal er daar aangifte gedaan worden van autodiefstal en gijzeling van de chauffeur. Even zie ik mezelf al eindigen in de Boliviaanse gevangenis, wat waarschijnlijk geen pretje is. Maar de discussie gaat voort en onze chauffeur, hoewel hij flink kauwgom knauwt, is nog steeds dronken dus dat zou hopelijk voldoende bewijs zijn voor onze beslissing. We vragen hulp bij andere chauffeurs, maar deze geven te kennen geen partij te willen kiezen omdat het anders onderling vechten wordt. Gelukkig staat Jackie haar mannetje en sabelt alle argumenten in rap Spaans van tafel tot de mannetjes beseffen dat er niet aan te tornen valt. Ineens is het pleit beslecht. Ik moet verder rijden, Jorge gaat achterin en lijkt zich te schikken in zijn lot. Gelukkig blijkt hun verhaal bluf te zijn, en er is geen spoor van politie of een controlepost. We verlaten de zoutvlakte en rijden over een erg slechte weg in de richting van, naar we hopen, Uyuni. Onze eindbestemming. Op de achterbank gaat Jorge over tot een smeken dat we het hierbij laten zodat hij zijn baan kan houden. Jackie is echter onverbiddelijk, ze is van plan hem te laten boeten en compensatie te regelen bij het agentschap. Samantha weet één en ander vast te leggen op video zodat latere discussies niet mogelijk zijn.

Wat zijn we blij wanneer uiteindelijk de stad Uyuni opduikt. Jorge is gelukkig nog zo vriendelijk om ons door een omweg heen te leiden zodat we niet in de file belanden die bij het tankstation staat. Door de blokkades is de stad lang ontheven geweest van brandstof. Nu er weer een levering is geweest wil iedereen tanken. Gevolg een enorm lange file van lege auto's voor het tankstation. We komen aan bij het kantoortje van het agentschap waar we ons beklag willen doen. Als inzet hebben we de autosleutels. In de eerste instantie is men van plan om het verhaal als normaal af te doen en dat drinken en rijden gewoon de Boliviaanse cultuur is. Echter wanneer we dit vastleggen op camera draait de wind. Jackie volhard en uiteindelijk krijgt ze de Chileense vestiging aan de telefoon. Gevolg is dat de grote baas op komt draven en na een uur van discussie, vooral in Spaans, wordt overeengekomen dat we een compensatie krijgen van deze dag en extra geld voor de komende overnachting en maaltijd.

We zijn blij de anderen van ons gezelschap weer te zien en na een uitgebreide lunch zakt de spanning weer wat af. Alles is goed afgelopen en we kunnen terugzien op een spannend maar ook wel mooi avontuur. Hoewel het meer genieten achteraf is dan op het moment zelf hebben we toch een unieke ervaring gehad. Er zullen weinig touristen zijn die zelf hun chauffeur/gids uit de woestijn thuisgebracht hebben...

De rest van de middag zoeken we uit hoe we van hieruit verder kunnen reizen en rusten we uit in ons hotel. Uyuni als eerste kennismaking met Bolivia valt helemaal niet tegen, we worden vriendelijk begroet door verschillende mensenop straat en de lokale marktjes zijn een prachtige beleving. 's Avonds dineren we met zijn allen bij een Mexicaan, en uiteindelijk belanden we in de 'Extreme Fun Pub' waar men cocktails kan drinken uit schaamteloos gevormde mokken...

Iedereen de hartelijke groeten,

Jan & Samantha

San Pedro de Atacama, en de rest van noord Chili


Woensdagochtend (ruim een week geleden alweer, sorry maar de tijd gaat zo ontzettend snel) gaat om 5.30 uur de wekker. We moeten namelijk vroeg op om de bus naar Chili te halen. Die vertrekt om 7.00 uur, maar ons werd zeer uitdrukkelijk verteld dat wij om 6.30 uur al op het busstation moeten zijn. Aangezien we ook nog een klein half uur moeten stappen voordat we daar weer zijn, gaat de wekker vroeg... De straten van Salta zijn donker en erg rustig. Er is bijna niemand te zien,maar toch rijden er alweer een aantal taxi's rond. Hun lampjes met 'libre' lichten fel op en hoopvol kijken de chauffeurs of wij mee willen. Maar ja, wij willen backpackers zijn, en als Zeeuwse backpackers draaien we iedere Peso 3 keer om voordat we deze uitgeven, dus we lopen dat half uurtje wel.
Aangekomen op het busstation is er al meer leven te vinden, maar de bus is er natuurlijk nog lang niet. Pas om 6.50 uur (degenen die Samantha kennen weten dat zij dit dus 20 minuten te laat vindt...) komt de bus aangereden. Snel laten we onze bagage inladen door een willekeurige belader die hiermee 4 peso verdient(€0,20, de standaardfooi voor bagage). We hebben een plaats bovenin helemaal voorin, voor het uitzicht. Maar van snel vertrekken is geen sprake. De buschauffeur vindt zijn schoenen niet genoeg blinken en laat deze nog uitgebreid poetsen door een oud mannetje. Deze laat nadat hij zijn geld heeft ontvangen alles prompt uit zijn handen vallen en gaat zijn zuurverdiende centjes snel weer opmaken aan...? Wanneer de schoenen weer opgefrist zijn moet er nog een ontbijtje worden ingekocht, voor alle passagiers een verpakte chocoladekoek, maar uiteindelijk zijn we dan toch nog op weg.
Het eerste gedeelte van de route kennen we al, omdat we de afgelopen dagen juist in dit gebied hebben rondgetourd. Maar dat doet niets af aan het nog steeds mooie kleurenpalet van de bergen. We rijden weer langs de zevenkleurige berg en daarna over de grote zoutvlakte. We blijven maar stijgen, al dan niet via haarspeldbochten. Het is geen overbodige luxe dat er 2 chauffeurs aan boord zijn.
De grens naar Chili passeren we rond het middaguur via 'Paso de Jama' op een hoogte van 4400 meter. Hier staat, naast alleen een kantoortje van de Argentijnse douane, een toiletgebouwtje en een kleine kiosk, ook een flink koude wind. Maar het uitzicht blijft mooi. Omdat we niet de enige bus zijn duurt het even voordat ook wij het exit-stempeltje hebben bemachtigd. Er wordt door de gewichtige mannetjes achter het bureau officiëler bij gekeken dan dat het werkelijk voorstelt. Overigens passeren we hier ook een tijdsgrens waardoor het tijdsverschil met Nederland nu op 6 uur komt te staan. Ondertussen zien we een vrouw overduidelijk last krijgen van hoogteziekte. Door de grote hoogte bevat de lucht maar weinig zuurstof, waar het lichaam zich dus geleidelijk naar moet aanpassen. Zelf hebben we er nog niet echt veel last van, behalve wat druk bij de slapen of een lichte duizeligheid.
We vervolgen weer onze route naar San Pedro de Atacama. We gaan over het Andesgebergte heen, waarbij het hoogste punt rond de 5000 m ligt. Het is er woest en onherbergzaam, zand, grind en rotsen. De enkele Vicunya (soort Alpaca, lijkt ook wel op een hert) is het enige leven wat we er zien. De 2 uren daarna blijven we dalen. We zien naast de weg op verschillende plaatsen noodbanen liggen met daarop grindhopen voor het geval dat de remmen het begeven. Onze chauffeur levert ons echter netjes af bij de douanepost in 'San Pedro de Atacama' waar weer erg gewichtig gedaan wordt over de dingen die we het land in zouden kunnen smokkelen, maar waar de werkelijke controle weinig inhoudt. San Pedro is een oasedorpje in het noorden van Chili aan de voet van het Andesgebergte. In San Pedro willen we een paar dagen verblijven om de omliggende Atacama woestijn te bekijken. Het duurt even voordat we een hostel vinden, maar dat komt meer doordat we de verkeerde straten inlopen, dan omdat er een gebrek is aan slaapgelegenheden. Het plaatsje blijkt in de middag erg heet en stoffig. Door al het gereis in combinatie met de hoogte eindigt de dag voor Jan met een niet gewende toch wel flinke hoofdpijn. Samantha heeft nergens last van dus 's avonds toch maar even het plaatsje bekijken en zien wat er te doen valt. We vinden een voordelige deal en deze tour zorgt dat onze eerste 2 dagen gelijk gevuld zijn. Door het extra tijdsverschil vroeg naar bed en de volgende dag zijn de problemen verdwenen.
Om 8 uur in de ochtend worden we opgehaald door een klein tourbusje met engelstalige gids. Over onverharde wegen scheuren we al hobbelend de woestijn in. Niets dan grind en zand met op de achtergrond het Andesgebergte en de verschillende vulkanen rondom San Pedro. Het noorden van Chili is een gebied met veel vulkanen. Maar liefst 70, maar gelukkig maar 2 actieve. Doordat het Andesgebergte zo hoog ligt komt er geen wolk overheen, dus is het hier kurkdroog. We zitten nog steeds op 2500 meter, dus vanaf de kust van Chili komen er ook weinig wolken. Het enige water wat hier komt zijn enkele riviertjes die door de oasen heen lopen. Als eerste bezoeken we een zoutvlakte met enkele grote meren waar we flamingo's willen zien, hoewel vooraf al verteld wordt dat het maar de vraag is of we ze zullen zien doordat het gebied zo uitgestrekt is. De zoutvlakte ziet er door de droogte uit als geploegd land. Wij doorlopen enkele paden en een gedeelte langs het meer. We hebben geluk, de flamingo's zijn er. We zien enkele eenlingen van erg dichtbij. Voor de grote groep hebben we wel de zoom functie van de camera nodig om deze goed te kunnen zien. Maar het is tenslotte ook een reservaat. Een flamingo zien vliegen staat al lang op ons wensenlijstje. Gelukkig dat er hier dan ook enkele over komen vliegen. De flamingo staat bekend als een mooie roze vogel, echter als hij zijn vleugels uitslaat toont hij de onderkant die helemaal zwart is. In combinatie met zijn enorme spanwijdte is dit een prachtzicht. Het lukt Samantha om er een mooi fotootje van te maken.
Vervolgens rijden we in het busje verder de hoogte in waar we de 2 hoger gelegen meren bezoeken. Deze meren liggen tussen 2 vulkanen in en door uitbarstingen in het verleden is de bodem rijk aan verschillende mineralen. Hierdoor heeft het water een mooie kleur wanneer de zon erop schijnt en de randen van het meer zijn wit van het zout. Door de hoogte is het er koud en het water is voor een gedeelte bevroren. Het is een mooie plaats om te vertoeven en we ervaren weer eens wat echte stilte is.
We rijden terug naar Toconao waar we bij een klein lokaal restaurantje een uitgebreide lunch voorgeschoteld krijgen. We herkennen niet alles wat op ons bord ligt maar smaken doet het wel. We tafelen lang, we zijn maar met een kleine groep en het is best gezellig hoewel we nog niet al het Spaans kunnen volgen. In de middag bezoeken we een klein slaperig dorpje met stoffige straatjes, lemen huisjes, een mooi kerkje en veel rust en stilte. Op de terugweg stoppen we nog even bij een kloof waar een rivier doorheen loopt. We krijgen het gevoel wat hoort bij een oase wanneer we na km's hobbelen door stof, zand en grind ineens een groene strook onder ons zien.
We worden weer netjes afgeleverd in San Pedro. In de avond proberen we wat meer te zien van de heldere sterrenhemel waar de melkweg duidelijk te zien is. We lopen San Pedro uit om zo in het volledig donker te kunnen staan en zo het beste zicht te kunnen hebben. Wanneer echter in het pikdonker enkele grauwende honden op ons afstormen, besluiten we snel ons romantisch avontuur. Daarom boeken we in San Pedro snel een Astrotour voor de volgende avond. We eindigen met een pizza de Brasil met daarop banaan en chocoladesaus, erg alternatief maar wel lekker. Ook vanavond weer vroeg naar bed want....
Half 4 in de ochtend, de tijd waarop je normaal nooit een wekker zet maar nu dus wel. Om 4 uur staan we netjes voor ons hostel. Het is steenkoud, door de heldere luchten koelt het 's nachts af tot -15 graden. We zijn echter goed voorbereid in thermo ondergoed en daarover behoorlijk wat laagjes kleding. Onze bus pikt ons netjes op tijd op en over een enorm slechte weg scheuren wij de hoger gelegen bergen in. De bus doorkruist verscheidene riviertjes en de weg lijkt steeds onbegaanbaarder te worden. Onbegrijpelijk dat sommige mensen, waaronder Samantha toch nog hun slaap af kunnen maken. Ik zit met mijn 2 meter echter strak ingeklemd tussen de stoeltjes en alleen kaarsrecht overeind zitten geeft mij de gelegenheid om ook mee te kunnen.
Onze bestemming is de 'Geysers El Tatio' en de reden dat dit zo vroeg moet is dat bij zonsopgang het enige moment is dat we de geysers actief kunnen zien. De geysers zijn gelegen in een oude uitgestrekte vulkaankrater. Het water uit de geysers wordt opgewarmd door het magma in de aarde. Doordat het 's nachts zo extreem koud is, is de grond bevroren dus de aarde is steenkoud. Bij zonsopkomst is de zon gelijk fel en de temperatuur stijgt snel. Ondergronds wordt druk opgebouwd en daardoor komen de geysers tot uitbarsting, ter vergelijking met het principe van de snelkookpan. De grootste geysers bereiken wel hoogten van 10 meter, echter door de vele stoom die eraf komt is dat minder goed te zien. Het blijft wel een spectaculair zicht met overal borrelende en bruisende kolommen water en damp wat omhoog rijst. We doorlopen het gebied, het is opletten waar we lopen, want in de grond zitten veel gaten waar het ook borrelt en kookt. Door de zon en het lopen in de damp warmen we weer een beetje op. Onze chauffeur warmt koffie, thee en chocolademelk op in één van de geysers en we krijgen een ontbijtje. Zo rond een uur of 10 worden de activiteiten van de geysers weer minder en vertrekken wij weer met de bus. De slechte weg blijkt een prachtige route door een schitterend landschap en de chauffeur is niet te beroerd om te stoppen voor half bevroren riviertjes, kleine kuddes lama's, groene konijntjes met een lange staart(Vizcacha genaamd), zeer zeldzaam mos wat maar één mm per jaar groeit en ook de cactussen blijken maar 1 cm per jaar te groeien(en ze zijn al 3 meter). Alles bij elkaar zeker de moeite waard om vroeg voor uit bed te komen.
's Middags om 3 uur vertrekt onze volgende tour dus de tijd daartussen gebruiken we voor de lunch en een uurtje slaap. Om 3 uur vertrekken we richting de maanvallei. Deze vallei is zo genaamd omdat het landschap in de loop der tijden zo is gevormd en geërodeerd door weer, wind, zoutafzetting en aardverschuivingen dat het nu wel op het maanoppervlak lijkt. We bekijken dit alles eerst vanaf hoger gelegen bergen zodat we panoramische uitzichten hebben. We krijgen uitleg over bergwanden die ons laten zien wanneer er grote vulkaanuitbarstingen zijn geweest door de witte lagen die hierin te zien zijn. We dalen af naar waar we de rotsen ingaan die volledig bestaan uit zoutkristallen, wat echter zonder blazen of schoonvegen niet te zien is doordat alles onder een dikke laag stof zit. Onze vrije tijd besteden we door een grottencomplex in te duiken en uiteindelijk te eindigen waar we zelfs op de knieën niet verder kunnen. We zijn te laat terug bij de bus, wat vooral Samantha verschrikkelijk vind, maar gelukkig is er op ons gewacht. We vervolgen de route verder de vallei in en we zien hoe toepasselijk de naam is. Uiteindelijk beklimmen we de grootste zandduin en op een steile bergrug wachten we tot om 6 uur de zon ondergaat. Met de ondergaande zon verandert het landschap met in het midden de perfect gevormde vulkaan 'Licancabur' van kleur wat een waar spectrum oplevert.
Om 7 uur zijn we weer terug in ons hostel waar we onze thermokleding weer aan kunnen trekken, omdat ons volgende programma ook weer in de koude buitenlucht is. Om 8 uur zitten we weer in een andere bus die ons buiten San Pedro brengt waar Fransman astronoom Alain Maury ons zal laten zien wat voor moois er buiten de aarde ligt. De lucht in Chili is extreem droog en daardoor erg helder, daarnaast is er weinig lichtvervuiling dus is het echt donker. Het is hier dus de ideale plaats om eens goed naar de sterrenhemel te kijken. We krijgen in een groep eerst les van Alain's vrouw, die met een laserlampje in een rap tempo verschillende sterren en planeten aanwijst. Hoewel Samantha wel indruk maakt op mevrouw met haar eerder opgedane kennis (de lengtegraad van Nederland is 52 graden en dit is de hoek waarnaar wij naar de sterrenhemel kijken) is het voor mij 'als leek op dit gebied' erg interessant allemaal maar de namen en sterrenbeelden, waar je overigens enorm veel fantasie voor moet hebben om deze te ontdekken, zijn na zo'n lange dag snel weer vergeten. We verwonderen ons daarom maar over de pracht van de melkweg en omliggende sterren. We kijken door verschillende telescopen, sommige in groot formaat, naar sterren, planeten, galaxy's en gasbellen. Als je weet wat je moet zien is het niet zo moeilijk maar wij vonden de grootte van de sterren wel tegenvallen. Je denkt altijd aan de mooi gefotografeerde planeten die je in de schoolboeken en op posters tegenkomt, echter zelfs door een grote telescoop blijven het nog maar stipjes. Dit doet je alleen wel beseffen dat de miljoenen lichtjaren die deze van ons verwijderd zijn echt wel ver zijn. Mevrouw doet hier nog een schepje bovenop door te stellen dat onze zon er waarschijnlijk vanaf een andere planeet net zo uitziet als dat wij hier sterren zien. Wanneer alle uitleg te overweldigend wordt en we tot op het bot koud zijn, worden we door Alain binnengenodigd in zijn huis, met ook weer een gat in het dak om maar altijd naar de sterren te kunnen kijken. Alain bedient ons met warme chocolademelk en zo in het donker bij een kaarslichtje zien we alleen een grote Franse puntneus die ons echter erg boeiend kan vertellen over het heelal, en hoe nietig de aarde daar in is. Vraag alleen nooit aan een astronoom wat een zwart gat is, want dan zit je nog wel even. Rond middernacht zijn we weer terug en vinden we het wel mooi geweest voor vandaag...
Zaterdagochtend vertrekken we met de bus naar Calama waar we in ons beste Spaans een auto huren voor 5 dagen om zo ook nog wat van het verdere noorden van Chili te kunnen zien. Calama heeft weinig meer te bieden dan haar grote winkelpaleis waar wij een lunch halen, maar waar Samantha later erg slecht van blijkt te worden. We rijden verder richting de kust waar we de route 5, de beroemde Panamarican Higway nemen richting het noorden. De weg is niet zo bijzonder en op sommige plaasten ronduit slecht voor zo'n beroemd gebeuren. Het uitzicht daarentegen is erg wijds, er zijn zo goed als geen bergen meer, het is één vlakke leegte met alleen maar zand en stenen en totaal geen leven. De weg is lang en recht en de zon is al snel onder. We zijn dan ook blij wanneer we na 400 km het eerste stadje tegenkomen en daar ook een hostel aanwezig is.
Het stadje is niet ver meer vanaf de bezienswaardigheid Humberstone die wij graag willen zien. Dit doen we dan ook de volgende ochtend. Humberstone is een spookstadje wat totaal verlaten is. Het stadje ligt naast de zoutmijn waar tussen 1872 en 1960 salpeter werd gewonnen voor gebruik op het land. Dit was in die tijd één van de belangrijkste exportproducten van Chili en soortgelijke mijnen en stadjes vind je dan ook over heel het noordelijke gebied. De uitvinding van kunstmest maakte de winning van salpeter echter overbodig en de export stortte in en de bewoners vertrokken. Het stadje is door het gunstige klimaat goed bewaard gebleven en inmiddels wordt er ook entree gevraagd om het te mogen bezichtigen. Het stadje is een vreemde gewaarwording, alles is nog net zo intact als toen het door de bewoners werd verlaten. We bezichtigen de fabrieksgebouwen, school, theater, hotel en kerk en ook de oude toiletgebouwtjes onder de golfplaten dakjes doen nog goed dienst, vooral voor Samantha
Frown
. In enkele huisjes zijn exposities ingericht met gevonden attributen en gereedschappen. We krijgen een aardig beeld van hoe het leven er toen uit heeft gezien.
We vervolgen onze weg richting het meest noordelijke stadje van Chili. We moeten nog een flink stuk en we zijn in Humberstone langer blijven hangen dan gepland. Rechte brede weg dus 'vort met de kar'. Wanneer na een inhaalmanouvre de tegenoverliggende auto de 'Carabineros' (politie) blijkt te zijn, zijn we er gloeiend bij. In de spiegels zien we de remlichtjes opgloeien en de auto draait op de snelweg (zoals je dit ook in 'Need for speed' ziet). Hij krijg ons echter niet bijgereden door het tussenrijdende verkeer maar bij de volgende controlepost worden we van de weg geplukt. We moeten allebei uitstappen en meekomen naar het kantoortje waar 2 agentjes streng door hun grote zonnebril kijken en ons de lasergun laten zien met daarop enkele getalletjes die men gemeten heeft toen we hun tegemoet reden. We doen natuurlijk alsof onze neus bloedt en een snelheidslimiet niet begrijpen. De grootste van de twee legt ons in zijn beste Engels uit dat we tot Arica maar 100 km/uur mogen en als we nog één keer te hard rijden ons dit gelijk 200 dollar kost. We knikken wat bedremmeld en daarmee is de kous af.
Op een oude historische kaart in Humberstone hebben we ons wat meer georiënteerd op de tussenliggende plaatsjes. Eén daarvan is het kuststadje Pisagua wat ons wel een geschikte overnachtingsplaats lijkt omdat de weg naar Arica toch nog wat ver is. Het plaatsje ligt pal aan de kust op 40 km vanaf de route 5. We zitten nog steeds op 2000 meter hoogte en wanneer we na 30 km nog niets gedaald zijn vragen wij ons toch af wanneer we dan terugzakken naar zeeniveau. Dit blijk op 1 km van de kust te zijn, de weg zakt enorm steil naar beneden en we belanden vanuit de hitte in een koud mistig oord op de smalle strook tussen de bergen en de zee. Het stadje doet dan ook nog eens heel triest en verlaten aan en veel gebouwen zijn in dezelfde staat als Humberstone. We zien enkele pelikanen voor de kust dobberen en dat zijn tegelijk ook onze grootste bezienswaardigheden. Later googlen we wat op 'Pisagua' en dit blijkt in de periode van de salpeterwinning de grootste haven van Noord Chili te zijn geweest. Na het instorten van de handel is het stadje grotendeels verlaten en vervallen. Later is in de donkere tijden, in de nog maar kortgeledene geschiedenis, het stadje in gebruik geweest voor andere doeleinden. Onder het dictatorische bewind van generaal Pinochet in 1973 werd Pisagua vooral gebruikt als concentratiekamp voor de linksdenkenden. Velen vonden hier hun dood in de gevangenis of werden ter plaatste geëxecuteerd. Jaren later zijn er veel massagraven gevonden. Toch wel een beladen plek voor een nachtje over, dus we besluiten dan ook weer maar snel de hoger gelegen zon op te zoeken en door te rijden naar Arica.
We vervallen weer in het donker maar de weg is beter dan in Argentinië. Een hostel vinden in Arica valt niet echt mee, omdat we geen kaart of boek van Chili bij ons hebben (we hadden al 4 dikke reisgidsen in de tassen en gewicht is belangrijk...). We vinden een hostel, je zou het aan de voorkant niet zeggen, maar erachter blijkt het allemaal netjes en gerieflijk te zijn. De oude eigenaresse praat rap Spaans en wanneer blijkt dat we er weinig van begrijpen gaat ze nog sneller en meer Spaans praten. Het blijkt allemaal niet zo belangrijk, want we komen er met wat teruglachen weer mooi vanaf. Hoewel; het vrouwtje is meelevend met al haar gasten en wanneer middernacht ergens een telefoon afgaat waarvan de eigenaar te diep slaapt, komt ze al sloffend en met een kraakstem waarmee ze zo de Ohra papegaai uit de reclame kan nadoen de gang op en wekt de eigenaar en daarmee tegelijk ook de andere gasten.
In Arica verblijven we 2 nachten en op ons gemakje bekijken we de volgende dag de stad en de kust. We lopen naar de lange pier waar we genieten van het zonnetje en de grote golven waarop surfers hun kunsten vertonen. We eten samen een halve kip, goed voor de maag, en beklimmen daarna de grote berg welke een prachtig uitzicht geeft op de stad en de kustlijn. Echter het eten blijft weer niet hangen bij Samantha maar gelukkig is er boven ook een toilet wat dan ook weer druk bezocht wordt. We genieten van onze rust en het voelt na alle drukte in San Pedro dan ook een beetje als een vakantie tijdens onze vakantie.
Dinsdag 10 augustus vertrekken we terug richting het zuiden. Onze volgende bestemming is de tussenliggende kuststad Iqique, waar we rond de middag aankomen. De stad zelf blijkt weinig interessant. Het is een langgerekte stad langs de zee met veel hoge flatgebouwen. De zee daarentegen is er prachtig. Er zijn enkele grote stranden waar de enorme golven van de Pacifische oceaan op neer beuken. We parkeren de auto op loopafstand, eten eerst een pizza en brengen de rest van de middag door aan het strand. Na alle droogte en woestheid is de zee weer verfrissend om te zien. Enorme golven storten over een lengte van wel meer dan 100 meter tegelijk op het strand met een enorm geraas (het klinkt als het geluid van overkomende straaljagers, zo hard). Mooi zeetje...
We willen geen tijd besteden aan het zoeken van een hostel in Iqique, dus rijden we terug naar de hoofdweg waar we weer terechtkunnen bij het hostel waar we eerder al overnacht hebben. De eigenaar, blij om ons weer te zien, begint gelijk heel zijn privé fotocollectie te showen met wat er allemaal nog meer te zien is in het omliggende gebied. De volgende dag vertrekken we al vroeg voor de terugweg richting Calama waar we de auto weer moeten inleveren. Echter eenmaal op weg gaan de kopjes weer helder denken en blijkt dat we een dag misgerekend hebben en de auto voor 5 dagen gehuurd hadden, dus hebben we nog een dag. We slaan af richting het hooggebergte, we bezichtigen nog een oasedorpje Pica genaamd maar dit hebben we al snel gezien. We vervolgen onze weg over een onverharde weg de hoogte in. Deze weg wordt echter weer steeds slechter. We moeten zelfs enkele zandduinen doorduiken waar we al slippend net weer uitkomen. Verontrustend is ook dat er geen ander verkeer is. We zitten inmiddels bijna op het punt dat de terugweg bijna even lang is als het stuk dat we nog moeten, dus toch maar door hobbelen. Al onze eerdere off-road ervaringen zijn niets vergeleken met deze, maar gelukkig houdt onze auto het vol. En de beloning is er dan ook, na 50 km komen we aan bij het meer Huasco. Dit is ook weer een zoutmeer met zeldzame mossen en flamingo's. Er waait een ijskoude wind en het is half bevroren. Het meer is verder totaal verlaten, wij zijn de enigen. We doen een poging om de grote groep flamingo's eens wat dichter te benaderen, maar deze houden de afstand tussen ons netjes gelijk. De wind waait overal doorheen, dus we rijden nog een eindje langs het meer en keren daarna terug richting onze vertrekplaats waar we een enorme Lomito, dat is een warmvlees sandwich, als lunch verorberen.
's Middags vangen we de terugweg aan naar Calama. We moeten tenslotte ook nog 400 km. Onderweg stoppen we even bij een reservaat waar geögliefen te zien zijn. Geögliefen werden in de tijd van de Inca's en Atacama-indianen gemaakt tegen bergwanden door er stenen weg te halen waardoor een patroon of tekening ontstaat. De geogliefen dienden als communicatiemiddel en als oriëntatiepunten. Deze tekeningen zijn in al die jaren goed bewaard gebleven, ze zijn groot en van veraf te zien.
In de avond komen we in Calama aan. We vinden een geschikt hostel, lopen nog even door het centrum op zoek naar een warme hap en daarna een beetje uitrusten. De volgende dag proberen we met de auto de grote kopermijnen te bezoeken die naast de stad liggen. Onderweg kwamen we al reusachtige machines tegen op transport die waarschijnlijk in de mijn werkzaam zijn. Alleen komen we de mijn niet in, en de bezoekersingang is gesloten. We brengen daarom de auto terug en leveren onze bagage alvast af bij het busstation. We trekken nog even de stad in waar we wat fruit kopen, alvast wat chileense peso's wisselen voor Bolivianos en een ijsje met twee bolletjes eten wat eigenlijk een enorm ijsje blijkt te zijn. 's Middags nemen we de bus terug naar San Pedro, waar we weer intrek nemen in het ons bekende hostel.
Vanuit San Pedro willen we nu met een 3 daagse 4x4 expeditie de grens van Bolivia overtrekken door de beroemde 'Salar de Uyuni', de zoutvlakte waarbij al onze eerdere ervaringen in het niet zouden vallen. We hebben er al veel over gelezen en gezien dus deze trip staat dan ook gemerkt als één van de hoogtepunten van onze reis. 's Middags bezoeken we het kantoortje van de Uyuni-man die deze tours regelt. Eerder hadden we al informatie opgehaald dus we hoeven alleen nog maar te boeken. Maar wat blijkt; misschien is het in Nederland ook op het nieuws geweest, maar op dit moment is er een grote staking aan de gang in het gedeelte van Bolivia waar wij dan aan zouden komen. De reden voor deze staking zou de bouw van een groot kantoor zijn waarvoor verschillende locaties mogelijk zijn. Nu willen de arme bewoners van Potosi graag dit kantoor in hun buurt hebben, omdat dit werkgelegenheid oplevert voor de bevolking. Echter het systeem van lobbyen en kruiwagens is hier totaal onbekend. Men weet niet hoe ze iets gedaan kunnen krijgen bij de politiek, dus om het minste of geringste wordt in staking gegaan en worden alle belangrijke wegen geblokkeerd. Toerisme is erg belangrijk voor het land, dus het belemmeren hiervan zorgt al snel dat de politiek met hun wil onderhandelen. Het schijnt dan ook regelmatig voor te komen, de vorige keer ging over de bouw van een sportcomplex in hun stad. Maar dit betekent voor ons wel dat we de tour kunnen doen en dan daarna waarschijnlijk vast komen te zitten in Uyuni, omdat daarvandaan alle wegen geblokkeerd zijn. Aangezien de staking al 17 dagen duurt zal Uyuni niet het meest ideale oord zijn om te verblijven, daar de lokale voorraden voedsel e.d. wel een heel eind geslonken zullen zijn. We besluiten nog een dag af te wachten in San Pedro waar het ons dan beter toeven lijkt.
De volgende ochtend stappen we op een paard en onder begeleiding van een gids maken we een schitterende tocht van twee uur door de omliggende San Pedro vallei. Het is voor ons de eerste keer dat we paardrijden, maar zo in de rust van de natuur hobbelen op je paardje bevalt ons wel. Er zijn zelfs enkele stukken waar we in galop mogen, echer dan goed te blijven zitten blijkt een hele kunst. Samantha blijkt veel talent te hebben, als haar paard dan eenmaal eindelijk vooruit wil, is ze zo verdwenen. Voor mij is het paard aan de kleine kant en ook van zadel en stijgbeugels is de grootste afstelling niet op maat. In galop zit ik dan ook meer achter het zadel dan erop. Met aardig wat last van beenspieren en zitbotjes stappen we later met wat O-achtige benen door San Pedro. In de middag liggen we relaxt in de hangmatten op de binnenplaats van ons hotel. Mooi de gelegenheid om de verslagen weer eens bij te werken. Tevens proberen we via de website van radiofides, de Boliviaanse radio, op de hoogte te blijven van de status in het gebied, maar de Spaanse nieuwsberichten zijn niet altijd even makkelijk te volgen.
's Avonds gaan we weer even naar de Uyuni-man om te kijken of we al kunnen vertrekken. Deze zit echter ook al met de handen in het haar. De lokale mijnwerkers op de zoutvlakte hebben besloten om ook mee te doen met de blokkades en nu worden de tours aldaar ook geblokkeerd. Aangezien het op de zoutvlakten 's nachts enorm koud is (zo'n -20 graden) trekt een verblijf in een koude jeep die niet verder kan ons nog niet zo aan en we beginnen langzaam te denken aan een wijziging van ons reisplan. Dit zou inhouden dat we met de bus terug moeten naar Arica en van daaruit naar La Paz. Misschien dat we dan later de 'Salar' nog kunnen zien wanneer de blokkades opgeheven zijn. Het betekent wel dat we weer een paar dagen extra kwijt zijn aan het reizen.
Zo zitten we op het moment wat te 'dubben'. Het nieuws verandert met het uur dus een goed plan trekken is moeilijk. Gelukkig zijn we flexibel en hebben we ook nog een maand tijd. Waarschijnlijk kunnen we er in een volgend bericht meer over vertellen.
Iedereen de hartelijke groeten,
Jan & Samantha


Pancho's in Tucuman en verder...


Zondagochtend 25 juli zijn we na de lange en mooie reis vanuit Iguazu aangekomen in Tucuman. Wanneer we uitstappen schijnt de zon aan een strakblauwe hemel en het belooft een aangenaam temperatuurtje te worden. Dit keer werden we iets minder luxe bediend dan de vorige keer, dus het eerste wat we doen is een ontbijtje regelen op het busstation.
Vervolgens trekken we de stad in, welke ook weer in vierkantjes is opgedeeld.
In de verte trekt een soort parade voorbij met meerdere wagens waar veel mensen bij lopen. Op de wagens staan mensen die muziek maken, maar het klinkt voornamelijk als veel herrie en geschreeuw. Het lijkt te maken te hebben met een viering van vrijheid. Ten slotte werd in Tucuman in 1816 voor het eerst de onafhankelijkheid van Argentinië gedeclareerd waardoor het niet meer bij Spanje hoorde. Later gaat de parade dezelfde kant op als wij en we lopen achteraan een stukje mee, maar uiteindelijk moeten we toch een andere kant op.
Nadat we weer helemaal schoon en opgefrist zijn maken we er een rustdag van. De stad is grotendeels gesloten waardoor het er ook in het centrum kalmpjes aan toe gaat. Met een boekje erbij houden wij het ook rustig, op een bankje onder sinaasappelbomen, waar de vruchten vanaf te plukken zijn, maar waar het zonnetje onderdoor piept. Het teken om weer weg te gaan wordt aangegeven door een vogeltje op een tak boven Samantha die besluit hier zijn enorme behoefte te doen...
's Avonds, wanneer het een stuk kouder is, gaan we verder het centrum in en blijkt Tucuman wat meer tot leven te komen. Met name in en rondom het Plaza Indepencia (park) bruist het van de mensen. We komen 3 kerken tegen, welke we allemaal bezoeken. Argentinië is een katholiek land en dat merken we gelijk bij de eerste kerk. Deze is heel traditioneel met veel beelden, schilderingen, goud- en mamerbewerkingen, maar oogt erg donker. De tweede kerk is licht met veel minder versieringen zoals in de vorige kerk, maar wel heel mooi. Hier blijkt een mis gaande waar we een gedeelte van bijwonen. We kunnen het niet verstaan, maar de boodschap en het ritueel is duidelijk. Vooral het stuk met 'hebt uw naasten lief' waarbij de Argentijnen dit letterlijk opvatten en vervolgens omdraaien om elkaar te kussen of de hand te schudden. Ook wij worden niet overgeslagen... De laatste kerk is ook katholiek, maar de schilderingen verwijzen naar gevechten uit de 18e of 19e eeuw.
Onze grote honger besluiten we te stillen bij Don Pancho. In feite krijg je een héle grote hotdog met brood van zo'n 30 centimeter. Er staan meerdere schalen met sausjes, groenten, salades, rijst enzovoort. Het is de bedoeling om je enorme hotdog te garneren met al dit lekkers om vervolgens tegenover een grote spiegel jezelf dit te zien opeten. Natuurlijk proberen we zoveel mogelijk smaakjes waardoor we kleurrijke creaties maken welke soms beter of heter smaken.
Na dit feestmaal blussen we onze monden met een 'ijsje' van Blue Bells. Met handen- en voetenwerk krijgen we het voor elkaar om naar buiten te lopen met een piepschuimen kilobak ijs met 3 verschillende smaken en los een paar ijshoorntjes. Dat laatste begrijpen we niet zo, maar goed we kijken een gegeven paard niet in de bek... Zittend in het park genieten we van ons ijsje, waarvan de 'Yogurt con Zamosa' wel het allerlekkerst smaakt.
Maandag is het wasdag. In Iguazu hadden we al een poging gedaan om zelf onze was te doen, maar vanwege het vochtige klimaat en frissere temperaturen wilde het niet drogen. Gisteren waren we al meerdere wasserettes tegengekomen dus dit is nu geen probleem. We hadden verwacht zelf bij de wasmachine te moeten zitten, maar het blijkt een complete service welke wordt gedaan door de dames aldaar. Het duurt alleen wel ietsje langer... Pas om 19 uur kunnen we onze schone, maar vooral ook droge goed weer ophalen.
----
In Tucuman huren we een auto voor een week. Een 4x4 blijkt niet nodig, met het kleinste autootje, een Chevrolet Corsa, zouden we ook overal moeten kunnen komen. Hoewel met best wat rijervaring in het buitenland, blijkt het toch een heel gevecht om de stad uit te komen. De stad is wel overzichtelijk in vierkantjes ingedeeld maar bijna alle straten zijn eenrichtingsverkeer. De rijbanen zijn niet ingedeeld in stroken maar soms kunnen 5 auto's naast elkaar, tot men een geparkeerde auto tegenkomt... Dan moet alles abrubt weer op één of 2 banen. Links en rechts inhalen mag allebei en als je een gaatje ziet; niet kijken maar vol gas je auto erin sturen. Ook als je in een bus rijdt. Voetgangers steken overal over en ook brommers en scooters manouvreren zich links en rechts tussen de auto's door en de bus stopt overal wanneer er iemand in of uit wil. Van beheerst rijden is dus geen sprake, het is vooral zelf goed sturen, afstanden kort houden zodat er geen onverwachte dingen voor je opdoemen en zonder schade de stad uit zien te komen.
De eerste dag verkennen we de omgeving rondom Tucuman. We beklimmen met de auto de berg 'San Javier' waar het op 3 na hoogste Christusbeeld ter wereld staat. De berg is een nationaal park met verschillende diersoorten en mooie vergezichten.
We bezoeken ook het stuwmeer 'El Cadillal' waar het waarschijnlijk in de zomer een stuk drukker is. Het geheel is op enkele Argentijnse toeristen na verlaten. Het meer heeft ongeveer dezelfde grootte als het meer van Genevé en het water kleurt mooi in het felle zonlicht.
We rijden terug langs Tucuman en maken nog een mooi rondje aan de andere kant van deze stad. Het landschap is hier vlak en staat vooral in het teken van de teelt van suikerriet en citroenen. We komen dan ook menig vrachtwagen volgeladen met deze gele vruchten tegen(weer eens wat anders dan 3 in een netje). Het suikerriet wordt op dit moment volop geoogst. Na de oogst worden de stoppels afgebrand, zoals men dit bij ons een tiental jaren geleden ook deed met de tarwestoppel. We zien dan ook verscheidene velden in lichterlaaie staan en aangzien alles er omheen ook dor en droog is valt het ons mee dat er niet nog meer in de fik staat.
We brengen nog even een snel bezoek aan de Jezuïeten ruïnes in Lules. De Jezuïeten kwamen in de 16e eeuw vanuit Spanje naar hier en stichtten missies om de bevolking te onderwijzen en voor het geloof te bekeren. De missie is in de eeuwen daarna voor verschillende doeleinden in gebruik geweest en later in verval geraakt. De kerk is gerestaureerd en de bijgebouwen, hoofdzakelijk muren waar alle specie al tussenuit is ,zijn iets verstevigd zodat het geheel niet verder vervalt. We krijgen een rondleiding in het Spaans, we knikken heftig overal ja op en maken foto's naar gelang de gids enthousiaster wordt.
's Avonds verblijven we weer in Tucuman. We overnachten weer in het jaren '70 'King' hotel waarvan de eigenaar al een bekende wordt voor ons. We halen de was op en werken verder die avond weer hetzelfde programma af als de dag ervoor met Pancho's en ijs.
Dinsdagochtend werken we eerst onze digitale activiteiten af in het naastgelegen internetcafé. Om 11 uur vertrekken we in de richting van 'Tafi del Valle'. We rijden vanaf nu het gebergte in. Na eerst nog wat velden suikerriet, al dan niet zwartgeblakerd, begint de weg te stijgen en komen we in de Yungas. De Yungas is een groene zone die voor komt op een bepaalde hoogte van het Andesgebergte en loopt vanaf Argentinië tot halfverwege Bolivia. De weg slingert door het regenwoud omhoog en al snel komen we in de bossen zonder blad en even later groeit er niets meer.
We brengen een bezoek aan het Menhir park in El Mollar. De menhirs kennen we uit 'Asterix en Obelix' als enorme langwerpige staande rostblokken. Ze werden 2000 jaar geleden met de hand vervaardigd uit de rotsen en de bedoeling hiervan is nog steeds onduidelijk. Het park is een verzameling van alles wat er gevonden is in die omgeving. De menhirs blijken best groot en sommige zijn voorzien van een inscriptie of tekening.
We vervolgen onze weg langs een mooi maar bijna uitgedroogd meer en vinden redelijk vroeg in de middag een net hostel in 'Tafi del Valle'. Daar het nog vroeg is besluiten we met de auto nog een mooie panoramische route te rijden. Deze blijkt onverhard, maar onze Chevrolet Corsa blijkt dit soort wegen ook aardig aan te kunnen alhoewel we in het begin bij iedere scherpe kei een lekke band verwachten. De weg is 30 km lang en slingert hoog door het gebergte waarvan het reliëf prachtig in beeld is doordat de zon steeds lager gaat schijnen. We stoppen dan ook menig keer om van het uitzicht te genieten. Uiteindelijk vervallen we in het donker maar de auto, chauffeur, bijrijder en de weg houden zich goed en we zijn nog keurig op tijd voor een biefstuk bij 'Don Pepito'. We kiezen een plaats voor het raam en dit blijkt goede reclame voor het restaurant want het stroomt binnen de kortste keren vol. Ondanks dat de bereiding erg lang duurt, en Samantha haar biefstuk een kip blijkt te zijn, is het een mooi einde van deze dag.
Woensdagochtend vertrekken we verder noordwaarts in de richting van Cafayate. De goed berijdbare hoofdweg houdt plotseling op en gaat over in een onverharde weg. Hoewel we hier al wat meer mee vertrouwd zijn schieten we niet echt meer op. We zien geen enkele bewegwijzering meer en de weg wordt steeds beroerder en we twijfelen of dit wel de hoofdweg was. Gelukkig gaat de weg ineens weer over in geasfalteerd en we blijken toch goed te zitten. We stijgen nog hoger. Het landschap wordt nu gekenmerkt door grote cactussen met 3 of meerdere 'vingers' die her en der verspreid staan als in een wild west film, of Lucky Luke. De cactussen blijken reusachtig en we vinden ze best mooi.
In Argentinië is het winter, dit betekent voor dit gebied dat er geen druppel regen valt. De regenseizoenen zijn alleen in het voor en najaar. De rivierenbeddingen die we passeren zijn soms wel meer dan 100 meter breed maar er is nog geen stroompje water te zien. Het landschap is dor en droog en ook de lucht is droog. Onze lippen springen kapot en de neuzen doen pijn van het stof.Wel lekker is het temperatuurtje van 24 graden.
We slaan af bij een lange zandweg en komen aan bij de Quilmes ruïnes. Omstreeks het jaar 1000 leefden hier de Quilmes indianen. Het geheel bestaat uit een groot complex aan muren van gestapelde stenen gebouwd tegen de helling van de berg. De muren zijn 1 meter hoog en 1 meter dik. Beide uitlopers van de berg waren ingericht als uitkijkpost en verdedigingslinie. De Quilmes indianen hebben de aanvallen van de Inca's afgeslagen rond 1400, echter de aanvallen van de Spanjaarden in 1667 kon men niet aan. De laatste 2000 indianen werden gedeporteerd naar Buenos Aires en hun verblijfplaats is in verval geraakt. We staan bovenop de uitlopers die in gebruik waren als fort. Je hebt hier een mooi uitzicht over de ruïnes en ook over de vallei. Je krijgt een aardig beeld hoe de verblijven ingedeeld waren en je kunt je een voorstelling maken hoe het er toen uit zou hebben gezien. Op ons fort, kijkend in de verte kunnen we ons hun schrik goed voorstellen wanneer we in de verte een spaanse helm zien blinken. Tegen hun moderne wapens hadden de indianen geen schijn van kans.
Uiteindelijk komen we aan in Cafayate, gelegen in de wijnvallei. We zien dan ook veel wijngaarden maar hier blijkt toch dat het winter is. Er zijn geen druiven en geen blad. We vinden een slaapplaats bij hostel 'El portal de las Vinãs'. De volgens de 'Lonely Planet' interessante eigenaar blijkt een oude pinnige dame op geitenwollensokken in badslippers. Ze wijst ons de kamer en we krijgen een half uur uitleg over de afstandsbediening van de TV, de airco en de douche. In het Spaans, dus we knikken en Si-en er weer lustig op los.
Achter Cafayate ligt de 'Quebrada de Cafayate', een wild lanschap van rijk gekleurd zandsteen en door de vroegere rivier uitgesleten rotsformaties. De beste tijd om door deze kloof heen te rijden is laat in de middag wanneer de zon er laag op schijnt. Dit komt ons mooi uit en en we besluiten hier de rest van de middag te vullen. We rijden de route door het gebergte en na iedere bocht worden we weer verrast met een nieuwe aanblik. De grilligheid van de rotsen in combinatie met de roodbruine kleuren beneemt ons de adem en we schieten menig foto en film. Wanneer het uiteindelijk donker wordt keren we langs dezelfde weg terug naar Cafayate. Ook in Cafayate is het stadscentrum vormgegeven als park in het midden, een mooi verlichte kerk, en verder allemaal restaurantjes waar enthousiaste obers je de kaart in handen duwen wanneer je langs loopt. We besluiten het te gunnen aan een klein lokaal zaakje, ik bestel een pasta wat geen pasta blijkt te zijn en Samantha heeft eindelijk weer een echte biefstuk.
Donderdag rijden we weer door hetzelfde gebergte in de richting van Salta. Salta blijkt zelf een nog lastigere stad om te rijden dan Tucuman en met het zweet in de handen zijn we blij dat we ook hier doorheen komen. We zien een bord Jujuy (spreek uit Goe-Goey) en daar willen we naartoe. We hebben niet de meest makkelijke route gekozen. De weg leidt ons door een gebergte, waarschijnlijk ook Yungas en de weg slingert erg en is af en toe maar net geschikt voor één auto. We komen bijna geen verkeer tegen, er is geen wegwijzering en we twijfelen weer of het nog ergens heen leidt. Hoewel het gebergte en bos best mooi zijn, zeker wanneer je de diepte inkijkt, zijn we toch blij wanneer we uiteindelijk toch in Jujuy uitkomen. De stad blijkt veel groter dan gedacht en vanwege de inspanningen in Salta en Tucuman met de auto willen we toch maar proberen er omheen te rijden en een slaapplaats te zoeken in een kleiner dorpje. We vinden wel enkele hostels buiten Jujuy maar deze overschrijden allen ons budget. Uiteindelijk loopt de weg dood bij een spa hotel bij de thermaal bronnen van Reyes en ook dit hotel blijkt aan de 'dure' kant. Dus toch maar terug naar Jujuy en na flink wat rondjes in de stad vinden we een geschikte slaapplaats. 's Avonds bekijken we dan toch maar deze stad, echter het bekijken vervalt in beleven wanneer de stroom tot 3 keer toe voor een half uur uitvalt. Dan merk je ook eens hoe donker een stad kan zijn. We vinden uiteindelijk een kleine pizzeria die wel noodverlichting heeft. Het is er dan ook druk maar de maaltijd is er niet minder om.
Vrijdag 30 juli is een mooie dag. De zon schijnt, de lucht is helder en de temperatuur is een aangename 23 graden. We vertrekken al vroeg want we hebben flinke plannen. We vervolgen onze weg na Jujuy richting het noorden. We rijden door de bergen met een grillig relief gevormd uit gesteente in verschillende kleuren. Met het zonnetje erop is dit prachtig om te zien. Na een uur komen we aan in Purmamarca een klein dorpje met huisjes van klei en leem. Het dorpje ligt onder aan de berg wat ook wel de 7 kleurige berg wordt genoemd vanwege de vele kleuren van het gesteente. In het dorp is een marktje ingericht waar de lokale bevolking hun alpaca wollen kleding en allerlei andere snuisterijen probeert te vermarkten. Op de hoek van de straat staat Oscar Wamani. Oscar is muzikant en staande achter zijn microfoon en geluidsboxje bespeelt hij zijn blok- en panpluit. Met op de achtergrond de berg en rondom het gemoedelijke sfeertje van de markt is dit een mooi tafereeltje. We kopen Wamani zijn laatste CD voor 20 peso's(4 euro). Ideale muziek voor in de auto en later als achtergrond in de film.
We rijden 40 km terug naar Tilcara omdat op onze verdere weg pas over 200 km een tankstation zit. De vriendelijke oude dame uit de kiosk verzorgd voor ons een sandwich milanese, een broodje met een flink stuk vlees en een gebakken ei erin. We vervolgen onze weg richting de 'Salinas Grande'. De weg voert ons al slingerend door het hooggebergte. Werkelijk een prachtige route, met bergen in vele vormen en kleuren. Op iets meer dan 3300 meter hoogte passeren we de top van het gebergte waar de temperatuur maar 3 graden is. Riviertjes zijn van ijs en wanneer we uitstappen voor een foto blijkt de venijnige wind ijskoud. We komen aan op de 'Salinas Grande' een grote zoutvlakte wat vroeger een meer was. Duizenden jaren geleden is het meer opgedroogd en is alleen het zout nog overgebleven. De vlakte is te berijden met de auto en we maken dan ook een kort tourtje. Door de witte vlakte is er geen perspectief van afstanden dus we zijn creatief met het fototoestel en maken een paar mooie plaatjes. Op kleine schaal wordt er ook nog zout gewonnen van deze vlakte. Het zout proeft gewoon naar keukenzout.
We rijden dezelfde weg terug en nu is het de beurt aan Samantha om haar bochtenwerk in de bergen te oefenen. We overnachten in Tilcara, een beetje 'Laid back' plaatsje met veel rasta figuren en mensen die klaarblijkelijk al te lang op reis zijn. Ook in dit plaatsje bestaat het centrum uit een parkje met een lokaal marktje. Ons avonddiner bestaat uit lokale producten van de verschillende aanbieders op de markt. Een gezonde 'papas fritas' van zoete aardappel, een gebarbequede tortilla en uiteindelijk een hamburgesa completa, en dat is dus weer met een gebakken ei.
Zaterdagochtend genieten we van ons ontbijt in de zon met rust en stilte om ons heen. We rijden nog iets verder noordelijk naar Humahuaca en maken een wandeling door dit kleine stadje. Buitenom de lemen huisjes en het parkje is er weinig te beleven. De weg verder noordwaarts wordt steeds slechter en zal uiteindelijk overgaan in onverhard. We zitten dan ook al op enkele honderden km's van de Boliviaanse grens. Aangezien we een flink eind verwijderd zijn van onze startplaats Tucuman besluiten we om weer terug te rijden richting het zuiden. Aan het begin van de middag komen we weer bij Salta aan, we zijn nog redelijk vroeg en we hebben de auto nog voor een dag. Ons reisdoel veranderd dus in San Antonio wat aan de route ligt van de legendarische trein der wolken vanwege het hoogstgelegen spoorviaduct ter wereld. Doordat de snelweg, waar we 50 cent tol voor betaalden, abrubt ophoudt raken we echter weer de weg kwijt in Salta, komen terecht in de meest afgelegen buitenwijk en wanneer we uiteindelijk de weg vinden naar San Antonio is de middag al ver gevorderd. De weg naar San Antonio gaat ineens over in onverhard wat in het begin nog wel goed te doen is. Echter de originele weg blijkt overdekt door ingestorte bergwanden dus de nieuwe weg vervolgt door de drooggelegen rivierbedding wat aanmerkelijk slechter rijdt vanwege de grote keien. We houden dit 40 km vol, en doorkruisen als een echte Dakar rally rijder verschillende riviertjes zonder te kunnen zien hoe diep ze zijn. Echter in de bergen wordt het al snel donker, de weg blijkt nog 120 km van het zelfde te zijn en de volgende rivierbedding lijkt ons toch echt te breed. We draaien om, hobbelen terug, verdwalen weer in Salta en moeten uiteindelijk een kaart kopen om de stad uit te kunnen. We belanden in het donker maar de snelweg blijkt goed berijdbaar als er maar een auto voor je rijdt. De enige oriëntatie zijn de strepen in het midden; kantbelijning en reflectie ontbreken. Zaterdagavond 9 uur komen we aan in San Jose de Metan waar we een goed en goedkoop hotel vinden waar men blij is met een klant. We beëindigen de avond met een flinke biefstuk voor 4 euro.
De zondag doen we rustig aan. We werken onze reisverhalen en foto's bij. We bekijken het stadje Metan, maar er is weinig te beleven. Ook de Argentijnen houden rust, ouders gaan met de kleine kinderen naar het park waar verliefde stelletjes op de bankjes hangen. Diegenen die nog niet voorzien zijn rijden stoer rond op hun lawaaierige scooters en brommers om zo indruk te maken. De ouderen rijden rond in hun oude barrels van auto's en uit de ramen komt de lokale muziek met steeds maar hetzelfde ritme. Dit ritme blijft ons achtervolgen; bij Don Pancho's in Tucuman hoorden we het voor het eerst, verder komt het uit iedere passerende auto en in iedere winkel hoor je ook hetzelfde. Opvallend...
We hebben het al snel gezien en besluiten nog een autoritje te maken richting het oosten. Hier zijn geen bergen meer en het landschap is een stuk groener. We ontdekken hele kolonies dwergpapegaaien die zich te goed doen aan de zaadlobben van de uitgebloeide bloemen in de bermen. Verder zien we grote roofvogels en we krijgen er ook enkele duidelijk voor de lens van de camera. Even googlen leert ons dat de roofvogel die we hier vaak tegenkomen de kuifcaracara is die aas eten verkiest boven op jacht gaan. Verder zien we in de lucht enorm grote zwarte roofvogels vliegen. De manier van vliegen lijkt op die van gieren, het zouden kalkoengieren kunnen zijn maar ze komen niet dichtbij genoeg om ze duidelijker te kunnen zien.
We rijden ineens de bossen uit en komen tussen de graanvelden die reiken tot zover we kunnen zien. Het is winter hier, maar de wintertarwe heeft toch al een flinke lengte. De temperatuur is overdag dan ook bijna 25 graden. De groeiseizoenen lopen waarschijnlijk aardig in elkaar over. We komen grote graansilo's tegen en het overige graan wordt in lange brede plastic slurven opgeslagen. Overal staan machines en combines buiten en ook een enkel sproeivliegtuig.
We rijden terug naar Metan en komen onderweg een enorme verzamelplaats voor de runderen tegen. Naar schatting staan er bijna 1000 dieren op een kleine vlakte, klaar voor transport naar de ambachtelijke slagers. Wel een mooi zicht.
Maandagochtend vertrekken we al vroeg naar Tucuman. We leveren de auto in en lopen terug naar de busterminal. Hier nemen we de bus terug naar Salta. We boeken gelijk onze vervolgreis naar Chili met de bus. We verblijven echter nog 2 nachten in Salta.
Hoewel Salta vanuit de auto niet echt beviel blijkt nu toch dat we vooral de armste en lelijkste buitenwijken hebben gezien. Het centrum is mooier, veel historische koloniale gebouwen, natuurlijk een park in het centrum en verder wel mooie winkelstraten. Opvallend is dat het enorm druk is, het aantal mensen op straat is veel meer dan in Buenos Aires. Doordat het stadje erg toeristisch is, zijn vanwege de concurrentie de prijzen een stuk lager. Dit bevalt ons wel. We dineren pancho's en friet op straat voor 2,5 euro voor 2 personen.
We belanden in een grote overdekte loods met verschillende stands van etenswaren tot souvenirs waar verkopers en obers ons verwachtingsvol aankijken. Men blijft echter beleefd en van aanklampen of achtervolgen (zoals in arabische landen) is hier geen sprake wat wij wel prettig vinden.
Dinsdag doorlopen we heel de stad, en geïmponeerd door alle drukte duiken we de rustige kathedraal in waar een serene stilte hangt. Verder struinen we de souvenirmarktjes af, proberen wat lokale lekkernijen en raken niet uitgekeken op de drukte en menigte in deze stad.
Morgen (woensdag) vertrekt om 7 uur onze bus en gaan we de grens over richting Chili. Onze volgende bestemming is 'San Pedro de Atacama'.
Na twee en een halve week op reis hebben we een klein beetje van Argentinië gezien. Met de bus reisden we ongeveer 2500 km, met de auto hebben we in een week ook 2200 km gereden. Hoe groot het land is blijkt weer eens. Wanneer we op de landkaart kijken hebben we maar een klein deel van het land gezien. Het land is ons goed bevallen. De drukte en gezelligheid in de steden, de pracht van het vallende water en regenwouden, de weidsheid van de open vlaktes en de kleurenpracht en ruigte van het gebergte. We hebben er van genoten.
Iedereen de hartelijke groeten,
En bedankt voor de vele reacties...!
Jan & Samatha

Buenos Aires en Iguazu watervallen

Hallo allemaal,
Ondertussen is er al weer ruim een week voorbij en wat gaat de tijd snel! Hoog tijd voor een update!
Zondagochtend om een uur of 8 komen we aan in Buenos Aires, Argentinië. Na een lange vlucht ingeklemt tussen een stinkende en snurkende fransman en een iets minder lastige Koreaan blijkt er van een goede nachtrust weinig terecht gekomen. Door een fout in het elektronisch inchecken is Samantha ingedeeld in een ander compartiment en ook daar blijkt van slapen weinig terecht te zijn gekomen. De aircolucht blijkt niet zo gezond en dit resulteert in een beginnende verkoudheid.
Na alle douane formaliteiten, het zoeken van een geldautomaat en het daarna weer inwisselen voor kleingeld (door koekjes te kopen en te betalen met een briefje van 100) vinden we een bus die ons rechtstreeks naar het centrum kan brengen. Voor de zekerheid hadden we vooraf toch maar een hosteltje geboekt. Een bestemming hebben na een lange reis is soms net zo fijn.
Buenos Aires is grauw en nat, en de palmbomen staan er dan ook een beetje treurig bij... Na de warmte in Nederland is het even wennen aan de koude hier, het is zo'n 5 graden. We vinden ons hostel in een rustige wijk iets buiten het centrum in het oude deel van de stad. Na het inchecken slaat de vermoeidheid toe dus een paar uur bijslapen kan geen kwaad. We worden gewekt door een flinke trek en besluiten de stad maar eens te gaan verkennen. Gelukkig kan grilrestaurant 'El Gaucho' in onze behoefte voorzien met voor beide een echte Argentijnse biefstuk. Dat is groot, mals en zelden zo goed gegeten voor een prikkie. Deze maken de naam en faam dus zeker waar...
Buenos Aires is een wereldstad waar op straat genoeg te zien en te beleven valt. Dwars door de stad loopt een brede weg met in totaal 14 banen waar alles overheen raast van stoplicht naar stoplicht en van daaruit verspreid het zich in de rest van de stad. Het oversteken van deze straat lukt dan ook niet in één keer maar kost je gerust een kwartiertje maar door de drukte en alles wat er langs komt verveelt dit niet.
De komende 3 dagen bekijken we de stad en verwonderen ons over alles wat deze stad te bieden heeft. We doorlopen de stad in alle richtingen en als onze voeten het begeven ploffen we in de metro terug naar onze startplaats. We zien de oude wijk San Telmo met vele kleine middenstandszaakjes. De armste wijk 'La Boca' met daarmiddenin het voetbalstadion van de 'Boca Juniors' waar nationale voetbalheld Maradona en zowat het hele nationale elftal vandaan komt. Het centrum van de stad is gelegen rondom het 'Plaza del Mayo' waar veel historische gebouwen te zien zijn afgewisseld met parkjes en ook weer brede drukke wegen. We proberen de Atlantische oceaan te bereiken maar we stranden in een natuurreservaat wat er nog tussen gepropt ligt. Vanwege het regenachtige weer besluiten we dat een natuurreservaat in Buenos Aires toch iets teveel 'avontuur' is.
Ook de rijkere buurt 'Palermo' wordt met een bezoek 'verrijkt'. Buenos Aires is een moderne stad met een levensstandaard die overeenkomt met de Europeesche, echter het contrast tussen arm en rijk blijkt dan toch groot. In de rijke buurt lopen vrouwen in veel te grote bontjassen en Louis Vuitton tasjes en het hoofd in trots geheven, (behoorlijk slecht gekleed) terwijl achter deze wijk het moderne bus/treinstation Retiro ligt wat dan weer bevolkt wordt door de armsten der stad die zich met het verkopen van kleine prullaria en rommel proberen van een klein inkomen te voorzien. Er zijn best veel daklozen in Buenos Aires, hoewel bedelen weinig voor komt. Met de kou van de laatste weken is het buiten leven in deze stad echt geen pretje, en er zijn dan ook al kwetsbaren omgekomen. Ander opvallend iets is dat tegen de avond alle mensen hun afval op straat droppen in vuilniszakken, dit hier gesorteerd en 'gerecycled' wordt door de zwervers die het overige afval vervolgens verzamelen op grote hopen waar het dezelfde nacht nog afgevoerd wordt. Dit herhaalt zich iedere avond en het resultaat is 's-avonds een grote puinhoop op de straten, maar 's-ochtends is alles weer netjes schoon.
Uiteraard zijn al onze belevenissen en indrukken van deze stad te veel om hier allemaal op te schrijven. Ondanks het wat tegenvallende weer hebben we een goede indruk gekregen van Buenos Aires. Het is een mooie stad die bruist van de activiteiten, na 4 dagen houden wij het voor gezien...
Woensdagmiddag 5 uur vertrekken wij met de bus naar Puerto d'Iguazu wat op de grens met Brazilië en Paraguay ligt. Totaal een reis van zo'n 1100 km. In Argentinië is het comfortabel reizen met de bus. Je reist per luxe touringcar met luxe ligstoelen en met een stewardess aan boord wordt je van eten en drinken voorzien. Het kost niet veel en bijkomend voordeel is dat je 's-nachts reist en dus ook weer een hotel e.d. uitspaart. We reizen de hele nacht, slapen ook nog wel een paar uur en wanneer om 7 uur de zon opkomt blijkt het landschap van stedelijk te zijn verandert naar jungle. De temperatuur is ook gelijk hoger, en het klimaat is vochtig. Om 11 uur komen we aan in Iguazu, we vinden een slaapplaats bij hostel 'Peter Pan' en gebruiken de rest van de dag om het plaatsje te verkennen, ons te oriënteren op het bezoek aan de watervallen en voor de rest wat uitrusten van de lange reis.
De volgende dag vertrekken we al vroeg met de bus naar de Iguazu watervallen. Natuurlijk hebben we vooraf wel wat fotootjes gezien maar als je er eenmaal staat wordt je toch weer overweldigt door de pracht van de natuur en het geweld waarmee het water hier naar beneden stort. De watervallen zijn onderdeel van een nationaal park. Er zijn verschillende tochten uitgezet door de jungle en onderweg zie je de watervallen iedere keer weer vanuit ander perspectief. Vanaf ver, dichtbij, onder en boven,en zelfs erin. Uiteindelijk eindigen we bij het hoogtepunt wat in de volksmond ook wel de 'devils throat' wordt genoemd. We staan op een verhoogd platform aan de rand van een diepe kloof, aan alle kanten stort het water met donderend geraas in deze kloof die wel 80 meter diep is maar wat moeilijk te zien is vanwege de nevel die er hangt. In de verre historie is hier een scheiding geweest tussen de beide aardplaten waarbij de ene veel hoger ligt dan de andere wat dus resulteert in deze prachtige watervallen. We treffen het, in de winter is de waterstand hoog waardoor de massa water ook nog eens groter is. We schieten menig fotootje en film, welke we hier ook met jullie willen delen. We zien verder nog wat van de inheemse diersoorten, mooie gekleurde vogels en neusbeertjes die door de vele touristen aardig brutaal zijn geworden. Als laatste op deze dag maken we een tochtje met een speedboat tot onder de watervallen, dit voelt als een flinke 'vlaege' regen en doornat maar weer een ervaring rijker beïndigen we deze mooie dag.
Een dag later blijkt 'Puerto d'Iguazu' weinig meer te bieden te hebben. Het is een oud stadje, vooral gericht op het toerisme. Het blijkt dat we in het regenwoud zitten, eerst zon en ineens plenst het van de regen. Alle gebouwen, wegen en auto's zien rood van de opgespatte aarde. We hebben het snel gezien en besluiten snel te vertrekken. Dit zit wat tegen, doordat het weekend is zijn alle bussen zo goed als vol geboekt. Na lang zoeken vinden we 'Julio' die zijn vak verstaat en met een combinatie van verschillende tickets en stoelen ons toch per direct in de bus weet te krijgen op weg naar het noord-westelijke Andes gebergte. Hoe groot het land is blijkt nu ook weer. Onze volgende bestemming is Tucuman, ongeveer 1400 km, we zitten bijna 24 uur in de bus. Doordat we nu ook een deel overdag rijden kunnen we meer genieten van het landschap en we hebben het geluk dat we in de dubbeldekker voorin zitten.
We zien het landschap veranderen van jungle naar bebouwd en ineens houdt alles op... De volgende uren rijden we over een vlakte ook wel pampas genaamd. Zover het oog reikt zien we één grote vlakte met natuurgras en ruigte met hier en daar een struik. We raken onder de indruk van de weidsheid van dit landschap. Het is alsof je op de dijk bij Westkapelle staat maar in plaats van de oneindigheid van de zee heb je hier de pampas. We zien gelijk ook waar onze biefstukken vandaan komen. Her en der verspreid lopen kuddes runderen in variëteit aan rassen en leeftijden. Kalveren, moederdieren en een enkele stier lopen te grazen of zijn op weg naar betere plaatsen. Een enkele groep begeeft zich in de nattere gebieden. Tegen het vallen van de avond vormen zich mooie wolkenpartijen, de horizon kleurt langzaam rood en de lucht wordt één met het landschap. De koeien vervagen tot donkere silhouetten in het landschap, en een enkel dier steekt nog zijn kop omhoog wanneer wij voorbijrijden...
Het gaat goed met ons, op een kleine verkoudheid van Samantha na zijn we gezond. Het reizen gaat voorspoedig en we zien en beleven mooie dingen. Onze Spaanse woordenschat wordt steeds groter, hoewel de dingen die jullie hier allemaal wegschrijven ons vocabulaire nog te boven gaat :-)
Allen de hartelijke groeten,,
Jan en Samantha

Vertrek naar Buenos Aires

Hallo allemaal,

Zo op de dag van vertrek nog even het eerste berichtje plaatsen op ons reisblog.
Na het enkele jaren zorgvuldig opsparen van vakantiedagen werd het ons vergund om zowaar 8 weken vakantie op te nemen. En dat is natuurlijk een mooie gelegenheid om de wereldatlas, en ons verlanglijstje, er eens bij te pakken..
De bestemming is uiteindelijk Zuid-Amerika geworden.
Vanavond kwart voor 9 zullen wij vertrekken vanaf Schiphol Amsterdam, en na een half jaar van voorbereiden en plannen maken is onze reis dan eindelijk begonnen.
Na een vlucht van ongeveer 18 uur met een overstap in Parijs zullen wij morgenochtend landen in Buenos Aires in Argentiniëwaar de tijd 6 uur achter loopt op de onze.
Op zich niet helemaal verkeerd om´s-nachts te vliegen, dan kunnen we al wat vooruit slapen op onze eventuele jett-lag. De overige tijd kunnen we natuurlijk nuttig besteden om nog wat meer Spaans te gaan leren zodat we ons iets meer verstaanbaar kunnen maken dan met de paar zinnetjes(lees zin:'de auto staat voor het hotel'
Frown
) die we tot nu toe beheersen.

Onze reis start vanaf Eizeiza airport en de eerste dagen zullen we in wereldstad Buenos Aires verblijven. Daarna willen we aan de hand van het lijstje met dingen die we willen zien(en dat zijn er nogal wat) en met het backpack op de rug een gedeelte van het continent gaan verkennen.
We hebben een globaal reisplan, en willen via het noorden van Argentinie naar het noorden van Chili, van daaruit naar Bolivia en uiteindelijk vertrekt ons vliegtuig op 10 september weer vanuit Lima in Peru terug naar Nederland.
8 weken lijkt een hele tijd maar met het opstellen van het reisplan blijken de weken zo ingevuld. Enerzijds de woeste en onherbergzame natuur en anderszijds een rijk cultuurhistorisch verleden betekent dat ons wensen-lijstje met de plaatsen die wij met een bezoek zouden willen vereren nu al aan de lange kant is. Echter het enige wat echt vastligt is de terugreis dus we zijn best flexibel in de plannen.

Omdat onze bestemming aan andere kant van de evenaar ligt zal het daar winter zijn. Gezien de regenseizoenen daar in voorjaar en zomer is'een beetje koud maar wel droog'toch wel net zo aangenaam voor ons om te reizen hoewel het in het hooggebergte´s-nachts toch extreem koud zou kunnen zijn. Dit vereistte dan ook de nodige creativiteit met inpakken omdat je van te voren niet precies weet hoe het voelt en we natuurlijk grote afstanden met een grote verscheidenheid aan klimaten doorreizen. Echter met allebei een backpack van maar 10 kg lijkt dit toch aardig gelukt.

De komende weken zullen we proberen onze reisbelevenissen hier te verhalen en ook ruimte voor 200 fotos zullen wij proberen te benutten.
We zien uit naar een mooie tijd.

Iedereen de hartelijke groeten,

Jan en Samantha