Machu Picchu, Cusco en Pisco
Ons laatste bericht vanuit Peru,
Donderdag 2 september nemen we om half 7 in de ochtend de bus vanuit Cabanaconde in de Colca Canyon. Deze blijkt echter niet door te rijden tot aan Aerequipa dus zouden we moeten wachten op de bus van 9 uur. Nu we dan toch al vroeg op zijn besluiten we toch deze bus te nemen en nog maar een keer uit te stappen bij 'Cruz del Condor' om daar op de volgende bus te wachten want daar is tenminste wat te zien. We hebben geluk. Het is de laatste twee dagen wat meer bewolkt geweest en deze ochtend is het voor het eerst weer zonnig. De condors zijn dan ook erg actief. In grote groepen cirkelen ze vlak voor onze neuzen. Het blijft een mooi zicht.
Om half 10 komt de volgende bus langs gehobbeld. We stappen in en denderen de kloof weer uit. Het is een lange rit van 6 uur maar onderweg is er genoeg entertainment van alle verkopers die de bus inkomen. Zo ook dit mannetje die een hele redevoering begint te houden tegen 'signor amigo', 'mijnheer mijn vriend' over het belang van gezond eten en opletten voor je cholesterol. Hij biedt daarbij een soort kruidenthee aan in pakjes die door de mensen dankbaar ontvangen wordt. Wanneer echter in de tweede ronde blijkt dat er toch voor betaald moet worden worden alle pakjes snel weer ingeleverd. Op deze manier probeert hij verschillende producten aan de man te brengen, zo ook spierzalf waarbij de hele bus vervuld wordt met de geur van tijgerbalsem.
Een beetje gammel komen we uiteindelijk om 3 uur in Aerequipa aan. We boeken gelijk de nachtbus naar Cusco, die om 9 uur vertrekt. We hebben nog een paar uurtjes om Aerequipa te bekijken. We nemen een taxi naar het historisch museum maar we blijken gedropt te zijn bij de gelijknamige universiteit. We nemen een andere taxi en zo komen we uiteindelijk één uur voor sluitingstijd bij het museum. Alles in dit museum draait om belangrijke vondsten die in 1995 gevonden zijn op een vulkaan doordat in die tijd de naastgelegen vulkaan een flinke uitbarsting had waardoor het ijs op de top is weggesmolten en dit een belangrijke offerberg van de inca's bleek te zijn. De belangrijkste vondst is de ijsmummie 'Juanita'. Dit is een jong meisje die in de incaperiode geofferd is op de berg. In hoge nood werden door de Inca's mensen geofferd om de goden gunstig te stemmen vanwege aanhoudende vulkaanuitbarstingen of slechte weersomstandigheden. Men moest een lange tocht maken en uiteindelijk een enorm steile klim naar de top van de berg. Juanita is na te zijn gedood gelijk begraven en door de enorme koude altijd bevroren geweest. Hierdoor is dit de best bewaard gebleven Incamummie ter wereld, alle inwendige organen waren nog gaaf. Zij wordt nu tentoongesteld in het museum. We krijgen eerst een filmpje te zien hoe het er waarschijnlijk aan toe is gegaan en hoe men haar heeft gevonden. Daarna volgt een korte tour door het museum met als afsluiting het bekijken van het ingevroren ijsmeisje.
De rest van de tijd gebruiken we om het stadscentrum van Aerequipa te bekijken. De vrijblijvende touristinformatie blijkt weer niet zo vrijblijvend te zijn maar bedoeld om ons weer verschillende tours aan te smeren. We weten er ons uiteindelijk beleefd onderuit te praten. We vinden een goed restaurantje wat ons snel van een goed maal, alpacabiefstuk, kan voorzien.
We moeten vertrekken vanaf een ander busstation. Lastig, want onze bagage wordt ingeladen vanaf het andere station. Wij zijn nog gekleed op de temperaturen van overdag maar we krijgen geen kans meer om nog wat extras uit de bagage te pakken. We hebben dus een belabberde busrit. De chauffeur rijdt als een wilde, via de haarspeldbochten, en maakt roekeloze inhaalmanoevres waar het helemaal niet kan. In de hooggelegen bergen is het ijskoud. Wij hebben de voorste stoelen bovenin, waar de koude tocht rechtstreeks door het raam komt. Door al het heen en weer gaan en de kou komt er weinig van slapen. We zijn blij wanneer we de volgende ochtend aankomen in Cusco. De bus stopt alleen op de eigen vestiging dus het is even zoeken hoe we de reis kunnen vervolgen. Daarbij blijven we lastig gevallen worden door taxichauffeurs en touragenten of mensen die het allebei lijken te zijn. Enigzins prikkelaar besluiten we eerst maar eens een eind te gaan lopen om van deze lui af te zijn.
We willen graag naar Machu Picchu, de verloren Inca ruïnestad. We vinden een minibusje die ons in ieder geval iets die kant op kan brengen. Deze vertrekt echter pas wanneer die vol is. Uiteindelijk zitten we met 13 man opgepropt in het Hyunday busje. Maar op deze manier worden de kosten wel efficient gedeeld waardoor het een goedkope manier van reizen is. We rijden de 'Sacred Valley' in, het is er mooi weer en veel boeren zijn hun land aan het ploegen. Dit gebeurt met twee grote zware ossen die de ploeg door de rode aarde trekken.
Een uur later komen we aan in Urubamba. We worden gelijk weer benaderd door meerdere taxichauffeurs die op passagiers stonden te wachten. Er valt te onderhandelen dus we zijn snel voorzien van vervoer naar het volgende plaatsje. Het vervoermiddel is een collectivo, een taxi die je deelt met meerdere mensen en pas vertrekt wanneer deze vol is. Onze andere passagier is blij met ons want hij stond al even te wachten. Het is een groenteboertje en hij laadt snel zijn kistjes met knolselderij en tomaten achterin, naast onze backpacks. De auto vult zich met de geur van de knolselderij. Vering of goede stoelen hebben we niet, maar de rit duurt maar een half uurtje.
Om 11 uur ‘s ochtends komen we aan in het plaatsje Ollantaytambo. Vanaf hier vertrekt de trein naar onze eindbestemming Machu Picchu. Naar Machu Picchu is het erg populair om te voet af te reizen via een vierdaagse tocht die leidt over de oude Inca trails, echter vanwege de populairiteit is het iets wat je minimaal een half jaar van te voren al moet boeken. Aangezien dit niet werkt voor ons omdat het moeilijk plannen is voor het einde van de reis, en omdat we er te weinig tijd voor hebben, houden wij het bij de trein. We kopen onze tickets, die tegen toeristenprijzen, in US dollars, aangeboden worden en 2 uur later vertrekken we.
De treinrit is mooi, we volgen de rivier en hebben uitzicht op de valleien en prachtige besneeuwde bergtoppen in de verte. In de valleien staat de mais al 30 cm hoog, en het is winter. In Argentinië zagen wij de maïs geoogst worden in de winter. Blijkbaar lopen de groeiseizoenen hier in elkaar door afhankelijk van het regenseizoen. We komen aan in Aguas Calientes en worden bestormd door hosteleigenaars die ons graag als klant willen. Dit zien we graag want op zo’n moment valt goed te onderhandelen over de prijs. Uiteindelijk krijgen we iemand zo ver die het voor 25 sol voor 2 personen per nacht doet, iets meer dan 7 euro. Niet slecht voor een toeristische plaats. De rest van de dag bekijken we het plaatsje, doen wat boodschappen en hebben een goede mexicaanse maaltijd waarvoor we ook weer goed onderhandeld hebben over de prijs. We lopen wat rond over het dorpspleintje waar de kinderen aan het voetballen zijn, klein tegen groot. We worden wel 5 keer geinterviewd door middelbare schoolkinderen die als opdracht voor de Engelse les een interview moeten houden met een toerist en dit gelijk te filmen met een cameraatje. We zijn behoorlijk uitgeput van het reizen en de vorige nacht was de beste niet dus we slapen vroeg.
De wekker gaat om half 5, want we willen voor zonsopgang en voor de grote drukte bij Machu Picchu zijn. We willen de weg naar boven toe lopen echter na een half uur komen we bij de brug waar we een ticket moeten laten zien, wat we niet hebben. We moeten terug en wanneer we uiteindelijk het ticket hebben is het al te laat om het lopend te doen. We nemen het busje, waarvan de prijzen ook al in dollars gerekend worden. Naar verhouding met de andere prijzen in het land is het erg duur allemaal. En zo zijn we uiteindelijk nog voor 7 uur op de berg vanwaar we een goed uitzicht hebben over de ruïnestad.
Voor de geïnteresseerden enige achtergrondinformatie: Machu Picchu is een oude ruïnestad op een berg. De stad is gebouwd door de Inca's en werd waarschijnlijk gebruikt als toevluchtsoord of schuilplaats. De stad is door de spanjaarden nooit gevonden, en dus ook niet verwoest. De ruïne is pas in 1911 gevonden, en deze was toen helemaal overwoekerd. Ondanks de grote archeologische waarde is er toch weinig over bekend. De informatie die er is zijn vaak maar gissingen of veronderstellingen, het is tenslotte ook al een tijdje geleden dat de Inca-indianen aan de macht waren. Inmiddels is Machu Picchu één van de belangrijkste toeristenplaatsen ter wereld.
En zo komen ook wij hier terecht. Onze indruk van de plaats is “mystiek en mistig”. De berg met daarop de stad is omringd door andere scherpe pieken. In het dal ligt de rivier. In de vroege ochtend stijgen grote mistflarden op uit het dal en het uitzicht op de verborgen stad wordt door de mist maar ten dele prijs gegeven. Dit geeft de stad dan ook een mystiek tintje, en zo op de vroege ochtend wanneer het geheel nog niet overlopen is door toeristen doet dit recht aan deze plaats. We genieten van het uitzicht, het is een mooie plaats. Later doorlopen we de stad en bekijken alle vertrekken, uitzichten, tempels, noem maar op. We lopen enkele uren door de stad en wanneer we alles gezien hebben dalen we te voet de berg weer af en lopen terug naar Aguas Calientes.
De rest van de middag en avond houden we rust. Hoewel het in de stad een lawaai is van jewelste. Er zijn binnenkort verkiezingen voor een nieuwe burgemeester van de stad. De strijd gaat tussen de streng kijkende Oscar in een deftig gestemd pak en Willy met zijn blinkende blotekontengezicht, wat je op ieder huis, muur of bord tegekomt, poserende voor Machu Picchu. De aanhangers van Oscar voeren flink campagne, met veel lawaai en knalvuurwerk trekken ze door de straten en heffen ware spreekkoren aan. Uiteindelijk wordt verzameld op het 'Plaza de Armas', het dorpsplein waar het feest voor het podium verder gaat. 's Avonds is er live muziek en worden hapjes uitgedeeld en het feest duurt tot in de late uurtjes. Wij denken dat Oscar wel zal winnen.
In de straten van het stadje probeert ieder restaurant ons binnen te krijgen. Er wordt flink gestunt met aanbiedingen en happy hours met 4 cocktails voor de prijs van 1. Wij kiezen weer voor Mexicaans, omdat we het Peruaanse eten genoeg gegeten hebben en we er niet zo’n fan van zijn. Het is allemaal erg vet en veel komt uit de frituur. We treffen ook nog een voetbalwedstrijd die gehouden wordt op een verlaten bouwplaats. De politie houdt met twee man sterk 'streng' toezicht. Wanneer de enige dronken voetbalhooligan zijn leuzen begint te scanderen, naast oom agent, wordt hij gelijk aangesproken en streng vermaand waarna hij beteuterd afdruipt.
De volgende dag vertrekken we om half 10 met de trein terug. In Ollantaytambo treffen we een taxichauffeur die ons aanbied voor 70 sol naar Cusco te brengen. Vergeleken met onze heenreis van 15 sol is dit wel wat duur. We bieden hem ook 15 sol, maar hij lacht ons uit. We lopen door en even later vinden we het parkeerterrein met minibusjes die door de gedeelde kosten veel goedkoper zijn. Gelijk komen enkele chauffeurs met een enorm grote wauwel op ons af. We kiezen voor de wat minder opdringerige jongen, maar deze houdt de boot af, waarschijnlijk zijn de anderen de baas. Ondertussen daalt de prijs van de andere chauffeur van 30 naar 20 sol dus uiteindelijk stappen we in zijn busje. Het busje is nog lang niet vol dus de chauffeur rijdt luid toeterend en uit het raam hangend alvast verder. Bij iedere voetganger die langzaam loopt of stilstaat wordt stevig op de rem getrapt en 'Cusco' 'Cusco' geroepen. Uiteindelijk komt het busje toch vol te zitten. Het is niet de beste rit, de chauffeur rijdt hard en staat plots weer ineens op de rem. Ondertussen is hij aan het bellen of bezig met zijn muziek, die extreem hard staat. Onderweg passeren we ook weer reclamecampagnes van drommen mensen in pick ups en vrachtwagens met vlaggetjes en toeters. Waarschijnlijk ook voor 'Oscar'. Uiteindelijk zijn we nog redelijk snel in Cusco. De route door de 'Sacred valley' blijft prachtig en we vinden het jammer dat we ook hier niet een paar dagen de tijd voor hebben.
In Cusco verblijven we één nacht. We vinden een gezellig familiehostel waarvan de eigenaar blij is dat hij zijn Engels weer eens kan gebruiken. 's Middags lopen we naar het busstation. Daar onze vorige lange afstandsrit niet best beviel besteden we wat extra tijd om alles eens goed op een rijtje zetten zodat we toch een betrouwbare maatschappij hebben en goedkoop maar toch veilig op onze volgende bestemming kunnen komen. We vinden een alternatief en besluiten dit keer om eerste klas te boeken. Dan zitten we beneden waar het rustiger is en hebben bredere stoelen die ook nog eens iets verder achterover kunnen. Misschien dat we dan een betere nacht hebben. De rest van de middag shoppen we nog wat souvenirs bij elkaar, en ook al winnen we maar 5 sol, het afdingen blijft toch een sport. En het lukt steeds beter. Probeer nooit te enthousiast te zijn, laat eerst een prijs noemen, en doe zelf pas een bod als erom gevraagd wordt. Wij doen meestal een bod wat bijna onbeleefd laag is ten opzichte van de vraagprijs maar niet van de werkelijke waarde. Meestal volgt dan een verhaal over het vele handwerk en kostbare materiaal dat er in zit. Uiteindelijk zakt men wel, zij het in kleine stapjes. Wij proberen meestal niet te veel toe te geven en wanneer men echt niet verder wil zakken proberen we het verschil te delen. Ook het verhaal van een grote familie en voor ieder cadeau hetzelfde budget doet het goed en is vaak een goede reden om zelf het bod niet te hoeven verhogen. Uiteindelijk hebben we, alles bij elkaar, wel wat mooie spullen tegen goede prijzen kunnen vinden.
Maandag 6 september checken we uit in ons hostel maar gelukkig kunnen we nog wel een paar uurtjes gebruik maken van het draadloos internet om de site weer eens bij te werken. We lunchen bij een goed Israelisch restaurant, wel apart om in Peru falafel te kunnen eten. We bekijken het 'Plaza de Armas' en de mooie gebouwen die daaraan gelegen zijn. Daarna lopen we op het gemakje met alle bagage naar het busstation. Om 5 uur vertrekken we met onze bus in de richting van de kust. We hebben weer een lange rit van 11 uur voor de boeg, maar dan zijn we ook flink opgeschoten ook. Te voelen aan de vele manoevres van de bus gaan we weer over bochtige bergwegen, maar deze rijdt gelukkig wat rustiger. Dit in combinatie met onze comfortabele stoelen en de iets aangenamere temperatuur zorgt dat we een redelijk goede nachtrust hebben. Wanneer het licht wordt blijken we al een heel eind in de buurt van de kust te zitten. Het landschap lijkt op dat van Chili langs de kust. Eén dorre droge woestijn met enkel zand en stenen. Zo komen we om 7 uur in de ochtend aan in Nazca waar we de beroemde Nazca-lijnen willen bekijken. Bij het uitstappen worden we gelijk weer aangesproken door verschillende reisagenten en taxichauffeurs. De Nazca lijnen bekijken kan het beste vanuit het vliegtuig dus we stappen in een taxi en geven de chauffeur opdracht ons naar het vliegveld te brengen. Echter tegelijkertijd worden er ook woorden gewisseld tussen onze chauffeur en één van de reisagentes. Men speelt weer samen onder één hoedje en we komen niet op het vliegveld maar bij het kantoor uit van de mevrouw die daar ook al weer aanwezig is. Op zulke momenten is het extra lastig dat we de taal niet goed machtig zijn, anders hadden we eens goed kunnen zeggen waar het op staat en dat we hier niet van gediend zijn. Mevrouw doet ons echter een aanbod, en dit verschilt niet veel met ons boek en wat we dus verwacht hadden.
De Nazca lijnen zijn enorm grote geogliefen, en alleen zichtbaar vanuit de lucht. De figuren zijn gemaakt door culturen vele duizenden jaren geleden. De figuren zijn gemaakt door de stenen in een bepaald gebied uit het zand te halen. De lijnen zijn pas in 1939 ontdekt door iemand die er toevallig overheen vloog en het zag. Sinds die tijd zijn er veel onderzoeken naar gedaan maar nog steeds weet men niet welke bedoeling de mensen er toendertijd mee gehad hebben. Er zijn verschillende theorieën over waaronder die dat de figuren bedoelt waren als welkom voor de ruimtewezens die men verwachtte. Wonderlijk blijft wel hoe men de figuren heeft kunnen maken, men beschikte in die tijd nog niet over vliegtuigen dus men heeft zelf nooit het resultaat kunnen zien. Tegenwoordig houdt het nog steeds vele archeologen bezig en daarnaast is het een belangrijke toeristische bezichtiging. Daar de vluchten in de kleine vliegtuigjes best prijzig zijn en ik er toch iets minder in geïnteresseerd ben besluiten we dat Samantha alleen gaat vliegen. En zo zit Samantha even later in het kleine vliegtuigje wat naast 2 piloten de 5 passagiers kan meenemen. Het vliegtuigje vliegt laag over de figuren en cirkelt er een beetje schuin overheen. Zo heeft iedereen een goed zicht op de figuren. Het vele draaien en schommelen zorgt er echter wel voor dat Samantha beroerd en misselijk het vliegtuig uit komt gestrompeld. Maar het was het waard.
We vervolgen onze weg met de lokale bus en na 4 uur komen we aan in de buurt van Pisco. De bus rijdt niet tot in het plaatsje dus we worden gedropt langs de snelweg. Geen probleem, er zijn zat taxichauffeurs die ons er willen brengen. We jagen de concurrentie wat op stang, krijgen een goede prijs en 10 minuten later staan we op het plein in Pisco. Onze eerste indruk is een smerig en vervallen stadje, echter even later blijkt waarom. In 2007 is dit gebied getroffen door een zware aardbeving met vloedgolf. Veel gebouwen zijn verwoest of half verwoest en vele mensen zijn omgekomen of verwond. Op dit moment is de stad nog steeds aan het herstellen. Er is geen gebouw waar geen randje puin aan zit en ook alle wegen zijn zwaar toegetakeld. Hierdoor is het erg stoffig en het geheel oogt erg vervallen. De mensen hebben het niet breed en we worden verschillende keren gewaarschuwd om toch vooral uit te kijken waar we gaan en onze spullen goed in de gaten te houden. Blijkbaar komen berovingen vaak genoeg voor. Ook zijn er te veel (jonge) mensen die met een kruk lopen of iets anders mankeren. We krijgen flink wat informatie van een andere taxichauffeur die blijkbaar toch nog ergens anders belangen in had, want hij is niet blij wanneer wij hem vriendelijk bedanken voor alle informatie en daarna ons eigen plan trekken. Even later worden we weer aangesproken door verschillende mannetjes. We besluiten één jongen te volgen die zegt een goed hostel te weten, welke ook in ons boek staat. Daar aangekomen wordt het hoogseizoen voor het gemak nog even verlengd en doet men alsof men bijna vol zit om toch maar een hogere prijs te kunnen ontvangen. We zijn het er niet mee eens en staan weer al bij de deur wanneer er dan wel ineens een tientje af kan. En uiteindelijk blijken we zelfs de enige gasten in het hostel te zijn. Dat ook onze gids niet gratis was blijkt wel want wanneer we de spullen gedropt hebben en weer beneden komen zit hij er ook nog en wil natuurlijk graag dat wij de tour naar de eilanden die we de volgende dag willen gaan doen bij hem boeken. We volgen hem naar zijn kantoortje waar we alle uitleg krijgen. Onderhandelaars die we inmiddels zijn, weten we hier zelfs 30 sol af te dingen en ons wordt zelfs gevraagd onze prijs geheim te houden voor de andere tourgenoten. Het kan een truckje zijn maar het voelt wel goed...
We eten een bord vis wat helemaal verknoeid is met limoensaus en een enorm hete pepersaus. Niet echt ons beste maal. We lopen nog wat door Pisco waar de electronicazaken goed gevuld zijn. Wat blijkt nu; er is een belangrijke voetbalwedstrijd op televisie voor de Amerika-cup tussen Peru en Jamaica. De beste plaats om die te volgen is bij de televisiezaak waar je de wedstrijd kunt volgen op meerdere grote HD schermen. De zaken staan dan ook vol mannetjes. Sommige zaken zijn slim geweest en hebben een TV bij de ingang gezet zodat de mannetjes vanuit het park kunnen kijken en hun zaak toch begaanbaar blijft. Wij vermaken ons de rest van de avond met poolen op het dakterras van ons hostel.
De volgende ochtend vertrekken we al vroeg. Om kwart over zeven worden we opgehaald en rijden we naar Paracas. In Paracas worden we gelijk bestormd door hoedenverkopers die ons graag een hoedje willen verkopen. In het reisboek “Lonely Planet” staat het zinnetje dat je maar beter een hoofddeksel kunt kopen aangezien er ook veel vogels over de boot vliegen. Daar iedereen dit boek gebruikt, hebben deze verkopers een goed bestaan. Het is ongelooflijk hoeveel invloed een boek kan hebben op het leven van bepaalde mensen. Wanneer een reisbureau of een hostel in de Lonely Planet vermeld wordt dan is dit gelijk een reden om de tarieven iets te kunnen verhogen.
In Paracas stappen we aan boord van een grote speedboot. Na een mooi tochtje komen we aan bij de 'Isla's Ballestas' de eilanden die ook wel de 'Galapagoseilanden van de armen' genoemd worden. We varen het eiland rond met de boot en we zien hele zwermen verschillende zeevogels. Ook de rotsen zitten er vol mee. Het is een enorm gekrijs en de rotsen zijn bedekt met een witte laag mest wat ook wel guano genoemd wordt en wat zeer vruchtbaar is voor op het land. Verder zien we zeehonden en zeeleeuwen die op de rotsen liggen te luieren. We zien ook pinguins die in waggelpas achter elkaar lopen. De eilanden zijn rotsachtig en het water breekt mooi op de scherpe kliffen. Het is een mooie tour en er is genoeg te zien.
In de middag blijven we in Pisco. Het is vandaag 8 september, dat is de dag dat generaal San Martin per boot in Peru aankwam om het land onafhankelijk te maken van de Spanjaarden. Deze naam duikt overal op. San Martin is waarschijnlijk een groot generaal geweest, zowel in Peru als in Argentinië. Vandaag is dus zijn dag, en dat wordt gevierd. We belanden aan de weg waar een optocht gaande is. Deze optocht is meer een presentatie van de gemeenschap. Verschillende klassen van de scholen lopen er, met fanfare en majorettes. Er vallen prijzen mee te winnen. Ook de leraren ontkomen er niet aan. Zij hebben zelfs hun mars ingestudeerd. Echter de tocht gaat te langzaam en de maat klopt niet meer. En zo lijken de 3 rijen zwarte pakjes meer op de pinguïns van die ochtend dan op een mars. Het ziet er komisch uit allemaal maar men kijkt er allemaal zo serieus en trots bij dat we het niet wagen om er om te lachen. Verder volgen de ambulancediensten en reddingswerkers en ook de brandweer. Als laatste volgen de politie en ook het leger, de marine en de luchtmacht welke het marcheren beter afgaat. Wij vinden het machtig interessant allemaal.
Goede restaurants blijkt Pisco niet te hebben. We vinden echter een plaats waar men lasagne serveert echter deze blijkt in zo’n klein metalen bakje te zitten wat je zo de oven in kunt schuiven. Desalniettemin valt de maaltijd niet tegen. Als je in Pisco bent moet je natuurlijk ook Pisco Sour drinken. Dat is een cocktail van limoen, suiker, bitter en rauw eiwit. Deze cocktail is erg populair in Zuid Amerika. De bewoners van Chili beweren deze drank uitgevonden te hebben en ook de beste te kunnen mixen. Maar de bewoners van Pisco in Peru beweren natuurlijk het tegenovergestelde. Wij concluderen echter dat we van beide geen fan zijn. De drank is zo zuur en bitter dat je mond in een grimas vertrekt.
Donderdag 9 september scharrelen we eerst een gezond ontbijt op in de stad en genieten van het uitzicht op de stad vanaf het dakterras. Daarna lopen we naar de Plaza waar we een klein Daewoo autootje vinden waar al een passagier in zit. Deze wil ons er graag bij in hebben als klant. Dus met onze grote backpacks proppen we ons op de achterbank. De chauffeur vind het autootje nog niet vol genoeg en besluit nog een vrouwtje op te laden. En zo zitten we met vijven en twee grote tassen in het kleine autootje, wat dezelfde grootte heeft als een Fiat Panda. Gelukkig duurt de reis maar 10 minuten en we kunnen gelijk overstappen op de bus naar Lima.
De busrit duurt 4 uur en we hebben uitzicht op enorme zandduinen. Het geheel lijkt wel een beetje op de Sahara in Afrika. Maar af en toe hebben we een doorkijkje en kunnen we de oceaan zien. Om 3 uur komen we aan in Lima waar we na kort overleg een taxi nemen naar het centrum. De taxi baant zich met halsbrekende toeren en luid getoeter een weg door het verkeer. Wij zijn er inmiddels wel aan gewend... We checken in bij een hotel met een prachtig koloniaal barok interieur. Wanneer we ons gesetteld hebben trekken we gelijk de stad in. We hebben tenslotte maar goed en wel een dag om Lima te bekijken. Lima valt ons absuluut niet tegen. Het is een nette stad met prachtige koloniale gebouwen en kerken. We doorlopen de belangrijkste plaatsen rondom het centrum. We krijgen uitleg van een politieman die ons graag gidst om zo zijn Engels te kunnen oefenen. We proberen de Peruaanse lekkernij, Anticucho dat is een in plakjes gesneden gebraden koeienhart op een stokje. Het klinkt niet lekker maar dat is het wel. Misschien iets voor de vakslager in Nederland om daar volgend jaar weer een hoofdprijs mee in de wacht te slepen...
Vandaag gebruiken we om het laatste verhaal even te posten en verder zullen we nog wat rondhangen in Lima. Vanavond half 8 vertrekt ons vliegtuig terug naar Nederland waar we dan zaterdagmiddag om 3 uur aankomen. We zijn nu 8 weken in Zuid Amerika, en de tijd is omgevlogen. De dag dat we op Buenos Aires landden en terecht kwamen in de regen en koude staat ons nog helder voor de geest. In de tussentijd hebben we veel beleefd en gezien en wat het weer betreft hebben we niets te klagen gehad. Hoewel het soms koud was hebben we na Buenos Aires geen regen meer gezien. Alleen wel veel droogte en woestenij. We verlangen dan ook weer naar de prachtig gecultiveerde en groene aardappelvelden in Zeeland. We hebben lang niet alles gezien wat we hadden willen zien maar toch is het gelukt om van alles wat te zien, wat zorgde voor een divers programma en wat absoluut niet verveelde.
Tot ziens in Nederland,
Jan en Samantha
Sucre, La Paz, Titicaca meer en Colca Canyon
Zondag 5 september, bij deze het vervolg van ons reisverslag.
De dag na ons avontuur op de zoutvlakte trekt iedereen van ons gezelschap weer verder. Een deel van de groep vertrekt richting de grens met Argentinië. Wij zijn daar al geweest dus wij twijfelen tussen La Paz en Sucre. Sucre stond eerst wel in ons plan maar aangezien we wat tijd verloren zijn met het wachten in San Pedro hadden we deze eigenlijk al doorgestreept. Echter alle bussen vertrekken op onmogelijke tijden, middernacht, behalve de bus naar Sucre. En omdat we niet zo heel lang in Bolivia zijn willen we eigenlijk niet 's nachts rijden om maar niets van de omgeving te missen. En bovendien lijkt het ons ook wel gezellig, dus samen met de 'Aussies' Claire en Hayden en Duitser Dominik stappen we om 9 uur in de 'off road' bus richting Sucre.
We passeren de zwartgeblakerde wegen waar de blokkades hebben plaatsgevonden en gaan daarna via een steile weg al snel de bergen in. De route is prachtig. Via smalle bergweggetjes stuitert de bus omhoog en wij stuiteren mee. We genieten van het uitzicht en na alle doodsheid van de Salar zijn we blij weer eens iets te zien wat groeit, hoewel het maar enkele struikjes en grassprieten zijn. We zien hele kudde's lama's, passeren prachtige valleien en bestijgen soms weggetjes naast enorme diepten waarbij we blij zijn dat wij degene zijn die hier ingehaald worden. Er is geen toilet aan boord dus de enige stop is meer dan welkom. Achter een restaurantje staat een klein hokje wat als toilet dient, echter na het bezoek zie je de inhoud via een gootje naar de weg teruglopen. Dat noem je beleefd wildplassen...
We komen aan in Potosi waar we een uur moeten wachten voor we in de volgende bus verder kunnen. We genieten onze maaltijd bij de oude vrouwtjes buiten het station die een klein bakje serveren met kleine stukjes lamabiefstuk, gebakken aardappel en een soort grote gepofte maïskorrels. Na een uur vervolgen we onze weg en de rest van de weg krijgen we niet te zien doordat het al donker is.
Om 9 uur 's avonds komen we, na 12 uur in de bus, aan in Sucre. Dominik heeft op voorhand al een hostel geboekt dus we volgen hem en er blijkt plaats voor ons allen. Een blijde gewaarwording zijn de prijzen in Bolivia. Deze liggen stukken lager dan die van Chili en Argentinië. Gingen we in de eerste weken ons budget ruim te boven, lijkt het nu allemaal weer wat gecompenseerd te kunnen worden. We kunnen overnachten voor een tientje en het diner, bestaande uit rijst, salade en een flink stuk vlees, kost nog geen euro. Tijdens de maaltijd worden we geanimeerd door het kleine aapje wat overal aan zit en de moeke die er dan weer achteraan gaat, al slaande met haar theedoek.
De volgende dag verkennen we Sucre. De stad Sucre is de hoofdstad van Bolivia, hoewel het lang niet de grootste stad van het land is. Het is echter wel een mooie stad, de straten zijn netjes en veel gebouwen zijn opgetrokken in koloniale stijl. We belanden op een lokaal marktje, we zien de kippenstalletjes waar de eerste rij kraampjes ons geslachte kippen aanbieden met kop en poten er nog aan. Vervolgens komen we in de fruitlaan waar de verkopende vrouwtjes schuil gaan achter enorme bergen tomaten, appels, ananas, bananen en vele andere soorten fruit. We zien de slagers, alle vlees ligt netjes uitgestald in grote stukken en daar ruikt het ook naar. In een lange rij staan vrouwen pap te koken en room te kloppen. Het ziet er lekker uit dus we proberen ook een bekertje. Dit hadden we beter niet kunnen doen... Het room blijkt opgeklopt (rauw) eiwit, waar we later veel last van hebben. Andere delen van de markt herbergen de kruideniers die pasta en noten verkopen. We krijgen kaneelstaven van één meter aangeboden maar zien niet in hoe we deze mee kunnen nemen in onze backpacks. De aardappelverkopers bieden hun aardappelen geschild en wel aan. Alle ambachten staan bij elkaar, van prijsconcurrentie is geen sprake. Men probeert echter wel om het hardst de aandacht te trekken. We lopen over de bovenverdieping waar de restaurantjes gevestigd zijn. Aan alle kanten wordt er aan ons getrokken en iedereen probeert ons te verleiden om plaats te nemen aan hun tafeltjes. Met mijn lichaamslengte wordt ik waarschijnlijk gezien als goede klant, en van Samantha, met haar donkere haren en gelaatskenmerken wordt verwacht dat ze al het Spaans wel even begrijpt. Ons lijkt het echter beter om wat rustig aan te doen met het lokale eten, de maag is wat onrustig. We kopen een Cherimoya(Custardappel) en samen met wat ander fruit houden we dit voor lunch. We genieten van het Bolivaanse leven, wat hier voornamelijk op straat te doen is. Iedereen probeert zijn inkomen op straat te verdienen, er zijn ontelbare sapkarren die allemaal sinaasappels persen,ijscomannenmet 3 smaakjes ijs en mensen die zomaar enkele willekeurige producten aanbieden zoals flesopeners, batterijen of kleine souvenirs. Op iedere hoek van de straat zit wel een Boliviaans vrouwtje met een soort van straatkiosk die frisdrank, chocolade en koekjes probeert te slijten. Ook bedelaars zijn er genoeg, hoewel dit voor sommigen ook een nevenactiviteit is naast de handel.
We verblijven 4 dagen in Sucre. We vinden het een mooie stad en het is gezellig met onze andere reisgenoten. We bezoeken park Bolivar en beklimmen de miniatuur eifeltoren die hier staat. We doorlopen de verschillende wijken en beleven de drukte van de stad. De zaterdag is Samantha vooral aan bed gekluisterd, erg last van de maag en misselijkheid. De wandeling naar de bushalte eindigd al na 100 meter doordat alle uitlaatgassen teveel zijn en haar doen kokhalzen. Het is jammer dat we niet meekunnen met de tour om de grote archeologische voetsporen van dinosaurussen te gaan bekijken. Ik vul mijn dag met wat boodschappen doen en uitzoeken hoe we het beste verder kunnen reizen.
Zondag gaat het al een stuk beter. We willen vandaag de beroemde zondagmarkt van Tarabucco, een dorpje 60 km verderop bezoeken. Deze markt staat bekend om de gezellige drukte en de authenticiteit. Vele inwoners van de omringende dorpen reizen hier naar toe om hun producten aan te bieden. We vertrekken om half negen vol goede moed met de bus, we stranden echter na een kleine 10 minuten aan de rand van de stad. Na een half uur blijkt duidelijk waarom we stilstaan. Er is ineens een onaangekondigde wielerwedstrijd op de belangrijkste uitvalsweg vanuit de stad. De politie sluit, erg behulpzaam, netjes de weg af. Het gevolg is dat alle verkeer vast staat. Sommige brokkenpiloten gaan de file inhalen wat vervolgens chaos in alle richtingen veroorzaakt. Onze buschauffeur is het na een half uur ook zat, hij start de bus geeft flink gas en wil ook een omtrekkende beweging maken maar ramt daarbij gelijk een andere auto. Vervolgens weer uitstappen natuurlijk en een hoop discussie over de schade. Even denk ik dat het terugrijden van deze bus mijn volgende uitdaging zal zijn maar gelukkig blijkt onze chauffeur nog wel in staat om verder te rijden...
We keren terug bij ons vertrekpunt en er wordt medegedeeld dat we over 2 uur een nieuwe poging kunnen wagen. We besteden onze 2 uur met het kopen van bananen op de lokale markt, goed voor de buik. We laten een uitgebalanceerd fruitsapje mixen bij één van de sapjesbars. En kopen wat chocolade bij het beroemde 'Para Ti' echter dit rustig opeten in het park blijkt een illusie. We worden overstelpt door hardnekkige bedelaars en kinderen die om een bijdrage vragen voor hun kinderarbeid. Geven aan bedelaars blijft altijd een overweging omdat je het ook niet wilt stimuleren, gelukkig blijkt chocolade ook een goed betaalmiddel.
Uiteindelijk vertrekt 2 uur later de bus opnieuw. Ditmaal is de bus iets kleiner en de mensen kunnen niet allemaal zitten. Geen nood, we schuiven er wel een krukje bij in. Zitten op een los krukje is tenslotte minder gevaarlijk dan staan... We komen weer in dezelfde file te staan, hetzij iets verder dan de vorige keer. Iedereen stapt uit en het kioskje langs de kant heeft nog nooit zulke goede zaken gedaan. Uiteindelijk komen we dan toch 4 uur later dan gepland in Tarabucco aan. We doorlopen de kleine straatjes met de vele handwerkkraampjes. Geborduurde kleden, hoedjes, sjaals, wanten, alles van alpaca of lamawol. We kiezen een eetstalletje waar de meeste mensen zitten en de lunch valt niet tegen. Vanuit de meeste bordjes soep die we zien steekt het klauwtje van een kippenpoot, gelukkig is onze maaltijd minder alternatief. We proberen wat leuke souvenirs te vinden maar goed afdingen is hier niet mogelijk. We verwachten dat het in La Paz goedkoper zal zijn.
Na terugkomst in Sucre beklimmen we een hoger gelegen punt wat een mooi uitzicht biedt op de ondergaande zon boven de stad waarna de stad erg mooi verlicht wordt in het donker. Samantha besluit dapper om een sangria met fruit te delen met Claire, echter op haar net herstelde maag valt dit erg slecht...
Maandagochtend bezoeken we de begraafplaats van Sucre. Hoewel het niet echt gangbaar is om in je vakantie een begraafplaats te bezoeken is dit toch wel een bijzondere gewaarwording. De mensen worden niet begraven in een graf in de grond maar in een tombe in een muur. De kist wordt hier in een precies passend gat geschoven. Dit wordt dicht gemetseld en ervoor wordt een halve meter ingericht als monument. Je koopt een glazen deurtje, waar tevens de rijkdom aan af te lezen valt. De ruimte tussen het deurtje en het werkelijke graf wordt ingericht met verse bloemen en foto's of kenmerkende eigendommen van de overledene. Voor sommige is dit alleen een zakje cocablaadjes en een flesje bier... De muren zijn erg hoog en het besef je te bevinden tussen muren met honderden graven aan alle kanten is een vreemde gewaarwording. De rijke families hebben een compleet eigen gebouwtje met verschillende tombes en de priesters hebben een eigen kerk met graven. De begraafplaats heeft veel groen en wordt goed onderhouden en het is een waar rustpark in de drukke stad. Het is een komen en gaan van mensen die de bloemen komen verversen. De bloemenstalletjes voor de begraafplaats hebben een goed bestaansrecht en het zetten van verse bloemen is voor veel mensen een goede reden om vaak terug te komen naar hun overleden geliefden. Dat de bloemen vers zijn bewijst de kleine kolibrie die van bloem naar bloem vliegt. De eerste die we spotten.
We genieten van een uitgebreid 4 gangen diner voor 5 euro, dubbel genieten dus. Onze reisgenoten gaan allemaal andere richtingen op dus hier nemen we afscheid. Maandagavond vertrekken we naar het busstation. We hebben tickets geboekt bij ons hostel voor de bus naar La Paz. Jammer genoeg gaan er alleen nachtbussen zodat we de omgeving rondom Sucre moeten missen. Ons ticket blijkt geen ticket maar een voucher, het is dus weer een heel gezoek en gedoe voor we uiteindelijk een ticket hebben en de goede bus gevonden hebben. We zijn net op tijd, gelukkig hebben we een goede ruime plaats voorin. De rit gaat gelukkig over asfaltwegen, en hoewel het erg koud is in de bus lukt het ons om een groot deel van de reis slapend door te brengen.
En zo komen we dinsdagochtend om 8 uur aan in La Paz. Onze bagage blijkt er ook nog te zijn, we hebben weinig zin om er ver mee te sjouwen dus we nemen intrek in een hostel vlakbij het busstation. La Paz betekent letterlijk 'De Pas', de stad is gebouwd in een bergpas, het centrum is gelegen in de diepte en de straten en huizen lopen tegen de berghellingen op. Het verkennen van deze stad is dan ook een sportieve prestatie door de vele beklimmingen en daarnaast de grote hoogte(4000 meter) maakt dat we al snel lopen te hijgen. De hoofdstraat van de stad wordt gekenmerkt door kleine Toyota busjes die overal lijken te stoppen en waarbij de bijrijder ver uit het raam hangt en in rap tempo alle mogelijke bestemmingen opratelt. Wij vinden La Paz, na Sucre, maar een lawaaierige stinkstad. Bussen en taxi's stoppen overal en bij het optrekken laten ze enorme roetwolken achter. De chauffeurs lijken wel 4 pedalen te hebben, het vierde voor de claxon. Men toetert vooral om de aandacht te trekken van nieuwe klanten en om de voorganger die ook vast staat in het verkeer te dwingen ook te gaan toeteren. We verblijven er 2,5e dag. We besteden onze tijd voornamelijk met inkopen doen. De prijzen van goede souvenirs liggen hier lager dan in de rest van het land en afdingen gaat hier ook beter, hoewel het voor de altijd enthousiaste Samantha toch af en toe moeilijk is om desinteresse te veinzen om zo onze onderhandelingspositie te verbeteren... We weten aardig wat spullen te verzamelen en doen deze maar gelijk op de post om onze ruggen te sparen. We zien een ouderenmanifestate voorbij trekken, een kleurrijk geheel waar we enkele foto's van willen maken. Maar ineens blijken wij zelf de grootste bezienswaardigheid. De oudjes wijzen en maken grapjes over ons waar iedereen luid om lacht, behalve wij, omdat we het Spaans uit de tandloze mondjes niet kunnen volgen.
Wanneer we alle drukte beu zijn vinden we een Boliviaanse bioscoop, met een aanbieding 2 voor de prijs van 1. Uiteindelijk hebben we 2 kaartjes voor 3 euro en samen met enkele verveelde Bolivianen kijken we de film 'Salt' ('Zout', hoe kan het ook anders, om ons zoutavontuur compleet te maken), met agent 'Zout'. We bezoeken ook nog het cocamuseum wat ons meer informatie geeft over de geschiedenis van de coca. Het kauwen van cocabladeren wordt gedaan door bijna iedereen in Bolivia. De cocabladeren, komende van de coca plant, zijn gedroogd en worden op de markt verhandeld. Het kauwen is een beetje te vergelijken met het kauwen van pruimtabak; een prop bladeren wordt fijn gekauwd en daarna als prop in de wang bewaard. Dit geeft een stimulerend effect op de hersenen, je voelt je wakkerder en krijgt nieuwe energie. Het kauwen van coca is een sociale bezigheid en doe je samen met anderen. Het stamt al uit de tijd van de indianen. In de tijd van de Spanjaarden was het kauwen van coca een middel om te overleven voor de indianen die uitgebuit werden in de zilvermijnen en wel dagen van 48 uur moesten maken. In later jaren is er ook een drank van gebrouwen, de Coca Cola, maar uiteindelijk is de natuurlijke coca hierin vervangen door een kunstmatige. Cocaïne is een product afkomstig van de coca maar het is een chemisch product, geïntroduceerd door de westerse wereld. Het museum is een verzameling van feiten en weetjes, en na een uurtje hebben we weer wel genoeg coca-kennis gesnoven. Wij houden het maar bij coca-thee, heet water met een hand vol blaadjes, en coca snoepjes
Donderdagmiddag 27 augustus vertrekken we om 2 uur met de bus naar Cobacabana aan het Titicacameer. We hebben weer even genoeg stad gezien en verlangen weer naar rust en stilte. We zitten in de tourbus die rechtstreeks naar Copacabana zal rijden, maar de bus zit nog niet half vol dus de chauffeur besluit om onderweg ook maar iedereen mee te nemen die mee wil. Het duurt dus wel even voor we La Paz uit zijn. Het wordt echt een lokale bus, we hebben net nog geen kippen op het dak. De chauffeur schuift snel nog even twee grote gastonnetjes in het bagageruim onder onze zitplaats, de bijstaande agent knikt goedkeurend (In Nederland zijn er genoeg mensen die geen gasauto willen rijden omdat de gastank gevaarlijk zou zijn).
De route is prachtig. We rijden door weidse velden, het gras is wel wat dor maar het is dan ook winter. Hier en daar kleine kuddes schapen, kuddes lama's en een enkele koe, meestal zit er ergens wel een herder in de buurt. We rijden langs het Titicacameer, het hoogstgelegen meer(4000 m) ter wereld. Het meer heeft voor ons de grootte van een zee, de overkant is niet te zien. We moeten een oversteek maken. Iedereen moet uit de bus, de bus rijdt op een soort houten vlot wat gevaarlijk schommelt en overhelt. Wij moeten tickets kopen en worden overgezet met een klein kajuit jachtje wat veel te vol beladen wordt. Het lijkt allemaal geen probleem en na even op de bus te hebben gewacht aan de overkant kunnen we onze weg weer vervolgen. 's Avonds 7 uur komen we aan in Copacabana waar we weer bestormd worden door verschillende hoteleigenaars die ons graag een slaapplaats aanbieden. We hebben geen zin om ver te gaan zoeken en volgen de eerste de beste, wat nog niet eens tegenvalt.
De volgende ochtend stappen we, beladen met onze backpacks in de grote motorboot die ons met nog meer andere toeristen naar het eiland 'Isla del Sol' zal brengen. Het is een mooie tocht we zitten boven op dek en genieten van zon, zee en uitzicht op de groene bergachtige oevers. Na 1,5 uur komen we aan op het eiland van de zon. We staan maar net op de steiger of de weg wordt versperd door twee brede Boliviaanse 'moekes' die gelijk 10 Bolivianos van ons eisen als entree voor het eiland. Daarna worden we opgevangen door een jonge knaap die zegt een goed hostel voor ons te weten. Het hostel wordt ook goed aangeprezen in ons boek dus we besluiten hem te volgen. We moeten een half uur lang stijl klimmen om bij onze bestemming te komen. We zitten nog steeds op 4000 meter hoogte en met volledige bepakking is het loodzwaar. Maar we worden beloond, we hebben een mooie kamer met prachtig uitzicht over het meer.
We slaan wat voorraden in, in het kleine dorpje en beginnen onze lange tocht naar het noorden van het eiland. Op het eiland zijn geen voertuigen aanwezig en het is er zo bergachtig en ongerept dat het enige vervoer de benen of een ezel is. We hebben geen kaart, maar we worden vriendelijk de weg gewezen door een schaapherdertje. Het gewezen pad blijkt dan ook een echt herderspad te zijn. Een smal paadje voert ons eerst over één van de hoogste bergen van het eiland en daarna langs de randen van andere bergen, een mooie route maar zwaar voor de benen. Uiteindelijk komen we via een grote omweg toch uit op het grote brede pad wat ons midden over het eiland naar het noorden leidt. We komen net achter een klein gebouwtje uit waarvan het mannetje niet weet hoe snel hij bij ons moet komen om ons te verplichten een ticket voor het pad te kopen. De lokale bevolking weet al aardig hoe men kan verdienen aan het toerisme op hun eiland. Gelukkig zijn het maar kleine bedragen. Het pad voert ons over de toppen van de middelste bergrug en we hebben prachtig uitzicht op de flanken van het eiland en de verschillende baaien. Op een hoge bergrug doemt uit het niets weer een controlepost op waar onze 'tickets' nog een keer gecontroleerd worden. Na iets meer dan 9 km over het midden van het eiland komen wij bij het uiterste noorden aan waar we een oude Inca ruïne bezichtigen. Verspreid over het eiland komen meerdere ruïnes en oude tempels uit het Inca tijdperk voor, echter dit is de grootste en belangrijkste. We dwalen wat rond door de gangetjes en hokjes maar doordat het al laat is en we ook weer terug naar het zuiden moeten kunnen we er niet te lang blijven hangen.
Voor de terugweg kiezen we de lager gelegen route. Deze blijkt echter zwaarder dan de hoger gelegen route. We dalen enkele keren helemaal af naar het strand en moeten daarna weer stijl klimmen. We komen door kleine dorpjes waar men kleine kuddes schapen hoedt, tegelijkertijd de wol spinnend die deze dieren leveren. De vruchtbare hellingen van de bergen worden beteelt. Degenen met een bootje proberen wat vis te vangen en varkens doorwroeten de natte stukken van het strand. Een mooie wandeling en de aardige mensen wijzen ons continue de weg zonder dat we erom vragen. Net voor zonsondergang zijn we terug aan de zuidkant van het eiland. Bezweet en met enorm zware benen, na 18 km klimmen en dalen over inca paden(dat betekend grote treden) verlangen we naar een warme douche. We zouden een 'hot shower' op onze kamer hebben werd verteld, echter op alle reclamebordjes in het dorp staat 'hot shawer'. Dit komt overeen met een ijskoude douche, de douchekop is een electrische die het water dat er doorstroomt snel zou moeten verwarmen. Deze dingen verbruiken echter zoveel energie dat het netwerk dit helemaal niet aankan. Als je de lamp aandoet wordt je douche nog kouder... Bovendien zijn de electricitietsdraadjes in de douche aan elkaar geknoopt met kroonsteentjes. Wanneer je onder de douche de kraan vastpakt krijg je een stroomstoot. Wanneer we goed opgefrist zijn vinden we in het aardedonkere dorpje nog een restaurantje waar mevrouw snel wat ingrediënten in gaat kopen en toch een lekker visje voor ons bakt. Er wordt voornamelijk forel gevangen in het Titicaca meer en deze wordt op verschillende manieren bereid. Na een goed maal is het goed slapen, met uitzicht op de maan die weerspiegelt op het wateroppervlak.
We hebben het eiland in één dag helemaal rond gelopen. We gaan de volgende ochtend dan ook weer terug naar het vaste land met de boot van half elf. De rest van de dag vermaken we ons in Copacabana. We bezoeken het lokale marktje, bezichtigen de grote kerk en kijken verwonderd hoe mensen hier hun auto komen inzegenen door deze te versieren en er daarna twee flessen champagne over heen te spuiten. We maken een kleine tocht met een kano door de haven en bekijken vanaf het water de zonsondergang. Het mannetje die de kano verhuurt zet ons af maar omdat het over een klein bedragje gaat laten we het maar zo. Voor diner kiezen we een slecht restaurant wat geen klanten heeft en een waardelozespaghettiserveert.
De volgende dag vertrekken we met de bus richting Peru. Bij de grens stappen we uit, halen onze exit stempel, lopen de grens over en laten ons instempelen in Peru. We vervolgen onze weg langs het meer en na 4 uur komen we aan in het stadje Puno. Al in de bus komt één of andere kerel al vragen wat onze plannen zijn. Hij blijkt iemand te zijn die alles kan regelen en voor we het weten hebben we een tour geboekt voor de middag en gelijk onze nachtbus naar Aerequipa. Wanneer we op het station komen blijken zijn prijzen echter wel erg hoog te liggen. Wij moeten ook nog even leren rekenen met de nieuwe koers, 100 Bolivianos is maar 11 euro terwijl 100 Peruaanse sol bijna 30 euro is. We hebben nog niets betaald dus gaan opnieuw in onderhandeling. Nu blijkt het ook voor de helft van de prijs te kunnen. Het voelt niet helemaal lekker dus we nemen ons voor dat dit de laatste keer is dat we van deze 'reis' agenten gebruik maken.
We verkennen te voet het stadje Puno. We zijn net op tijd voor de middagparade van de plaatselijke politie. Met blazerskorps en stramme pas wordt de elite aan het publiek getoond en wordt een rondje om het plein gemarcheerd. De rest van de middag gebruiken we een uitgebreide lunch terwijl we wat foto's uploaden via de wifi verbinding in het restaurant.
Aan het eind van de middag vertrekt onze tour naar de rieteilanden van Uros. We worden opgehaald bij de grote kerk, in een taxi gezet en naar de haven gebracht. Daar vertrekt onze boot naar de rieteilanden. In het verleden heeft een groep bewoners van Puno zich ontrokken aan het strijdgewoel op het vaste land. Ze bouwden zelf drijvende eilanden van riet en hebben deze een flink eind uit de wal gestationeerd. Inmiddels bevolkt een hele populatie deze rieteilanden. Er wordt voornamelijk in levensonderhoud voorzien met vissen, het jagen van eenden en het toerisme. Er vertrekken dagelijks veel boten naar Uros en de lokale bewoners weten goed hoe ze de toeristen uit moeten kleden. Dus zo ook wij.. We komen aan bij een eiland wat speciaal ingericht is voor het ontvangen van toeristen. We krijgen uitleg van de gids over de bouw van rieteilanden en de leefwijze van de mensen. Er worden eerst een soort turfblokken gestoken die met touw aan elkaar worden gebonden. Zo ontstaat een vlot. Daarbovenop wordt een dikke rietlaag uitgespreid. De onderste 10 cm. van het riet wordt opgegeten, de rest is bruikbaar voor de bodem en voor de bouw van de huisjes en bootjes. Het riet verteerd ook dus blijvend onderhoud aan het eiland blijft nodig. Het eiland is een aparte ervaring, de bodem voelt best stevig aan maar toch voel je alles bewegen. Voor de rest is het een show speciaal voor toeristen. Er zijn maar twee eilanden toegankelijk, de rest is afgeschermd voor het toerisme. Wat ook wel te begrijpen is. Wel jammer dat je weinig van het authentieke te zien krijgt. Wanneer de gids zijn verhaal klaar heeft worden we snel meegetornd door een man en een vrouw in hun rieten huisje. Alles binnen is van riet, de bankjes en ook het bed. We moeten traditionele kleding aantrekken en ermee op de foto. Dat dit allemaal niet zo vrijblijvend is blijkt even later. We moeten mee naar buiten waar ze een klein souvenirstalletje hebben. Er wordt natuurlijk van ons verwacht dat we als tegenprestatie iets van hun kopen. Nu weten wij door La Paz inmiddels wel goed wat alle verschillende souvenirs werkelijk waard zijn. De prijs die gevraagd wordt is 5 keer zo veel. Maar afdingen is hier uit den boze. Uiteindelijk kopen we dan toch maar een rieten souvenir, en de mensen zijn ons zeer erkentelijk. We stappen met zijn allen in de 'Mercedes Benz', een grote rieten roeiboot, die ons naar een volgend eiland brengt. Ook hier wordt weer extra geld voor gerekend. Op de boot worden we vermaakt door een jong meisje die verschillende liedjes zingt, en ook hier natuurlijk weer een 'vrijwillige' bijdrage voor vraagt. We komen aan op het andere eiland waar je ook weer veel te dure souvenirs kunt kopen. Er zijn ook enkele kleine restaurantjes en een riethotel waar je een nachtje over kan blijven. Ook is het mogelijk om tegen forse betaling een extra 'Uros' stempel in je paspoort te laten zetten. Wij proberen echter de geleden schade te beperken en met twee handen op de knip slagen we daarin.
We worden opgepikt door de motorboot en in het donker worden we weer teruggebracht naar Puno. Een taxibusje brengt ons naar de bushalte, waar we 2 uur moeten wachten voor onze bus vertrekt.
De bus vertrekt om 8 uur, en voor de zekerheid halen we zelf onze bagage op en laden deze in. Er wordt door de bagagedragers meestal niet al te voorzichtig met de bagage omgesprongen en je bent er ook nooit zeker van dat deze in de goede bus terechtkomt dus waar mogelijke proberen wij dit in eigen hand te houden. Onze bus blijkt een goedkopere maatschappij te zijn waar ook de Peruanen mee reizen. De bus stopt dan ook erg vaak om mensen te laten in en uitstappen. De mensen slepen alles mee de bus in, tot een compleet keukentafel en stoelenset toe. Het is lawaaierig en onrustig in de bus, die ook nog eens over onverharde slingerende bergwegen rijdt. Slapen lukt dus ook echt niet. Wanneer ik toch indommel schrik ik prompt wakker en kan ik nog net voorkomen dat de metalen klapstoeltjes uit het bagagagerek op onze hoofden terechtkomen.
Om 4 uur 's nachts komen we aan in Aerequipa. Het busstation blijkt verre van verlaten. Alle stoelen in de wachtruimte zijn bezet en her en der liggen reizigers op de grond onder een deken in diepe slaap verzonken. Samantha heeft erg last van haar maag dus ik ga alleen op onderzoek uit hoe we onze reis het beste kunnen vervolgen. We willen graag naar de Colca Canyon, de grote kloof. Hier willen we een trekking doen en hopelijk kunnen we ook 's werelds grootste vliegende vogel, de Condor, zien. Er is maar één balie die onze bestemming aanbiedt en dit is gelijk ook de balie waar niemand zit. Ik sta samen met een grote groep locals 1,5 uur aan de balie te wachten. Tenslotte duikt er iemand met een slaperig hoofd op. De Peruanen zijn duidelijk in het voordeel en met hun rappe Spaans weten ze al snel een plekje te regelen in de enige bus die naar Cabanaconde rijdt. Gelukkig blijven er ook nog 2 plekjes over en we zijn blij dat we deze toch voor ons kunnen reserveren.
Om 6 uur in de ochtend vertrekt de bus. Het is niet de meest luxe bus en de stoelen en ook de vering laten te wensen over. We rijden in de richting van de kloof en de bus belandt al snel op de onverharde wegen. De Colca Canyon is qua grootte en diepte groter dan de Grand Canyon in Noord Amerika echter het relief is minder scherp. De bus rijdt bovenlangs de canyon wat betekend dat we vanuit het raam de eindeloze diepte in kijken. We passeren stukken waarbij de weg naast en onder ons niet eens meer te zien is, en het lijkt alsof we vliegen. Het is een mooi uitzicht maar de hoogte en de weg zijn best wel spannend. We pakken de stoelen voor ons dan ook nogal eens stevig vast wanneer de bus een onverwachte slinger maakt. We zijn blij dat we deze route niet in het donker afleggen. De rit duurt 6 uur, we zitten achter de achterwielen dus we worden enorm door elkaar geschud. De vorige ochtend zijn we vertrokken uit Copacabana, de dag erna komen we om 12 uur aan in Cabanaconde. We zijn flink vermoeid, kiezen het eerst het beste hostel en de rest van de middag proberen we onze slaap in te halen wat geen probleem is.
Flink opgekikkerd dineren we pizza in een restaurantje waar de Belgische ober ons alle uitleg kan verstrekken over de mogelijke trektochten in de omgeving. De volgende ochtend staan we vroeg op en nemen de bus van half zeven. Na een uurtje hobbelen komen we aan bij 'Cruz del Condor' een hooggelegen punt wat een panoramisch uitzicht biedt op de canyon. Op de bergen huist een grote colonie condors die alleen 's ochtends wanneer de zon opkomt en 's middags wanneer de zon ondergaat te zien zijn omdat ze dan op jacht gaan. We wandelen naar het uizichtpunt en al snel komen de eerste condors voorbij gezweefd. De Andes condor is de grootste vliegende landvogel ter wereld. Het zware lichaam van wel bijna 15 kg wordt gedragen door de enorme vleugels die een totale spanwijdte hebben van 3 meter. De vogels zijn werkelijk enorm, de vleugels bewegen niet maar de vogels zweven op de thermiek langs de bergwanden. Het is een prachtzicht om deze vogels majestueus te zien zweven al draaiend met hun nek, het landschap afspeurend naar aas of prooi. De vogels komen erg dichtbij, je hoort het suizen van hun vleugels. We brengen bijna 4 uur door met het bekijken van deze vogels en het is een kunst om de grote snelheden vast te leggen op de film.
Rond de middag komt de volgende bus en komen we weer terug in Cabanaconde. We nemen een uitgebreide lunch en vertrekken daarna te voet naar de bodem van de canyon. Een tocht van 3,5 uur moet de bijna 1,5 km diepte overbruggen. Bovenaan de canyon willen we natuurlijk het panoramisch uitzicht filmen en komen er tot grote schrik achter dat we de videocamera kwijt zijn. Dus in stress en op looppas terug naar het dorp, waar deze gelukkig blijkt te zijn gevonden in het restaurant en aldaar veilig bewaard is. Om 3 uur staan we we weer bovenaan de canyon, we moeten aardig door gaan lopen willen we voor het donker beneden zijn. Het is een steile afdaling, die langs diepe afgronden gaat. De hoogtevrees wordt gelukkig minder, de diepte went wel. Net voor het donker komen we beneden aan bij de brug over de Colca rivier. Na de brug doemt ineens weer een vrouwtje voor ons op die zegt een goed hostel te hebben in 'San Juan de Chucho'. We volgen haar en ze blijkt gelijk te hebben. Het is erg simpel allemaal maar dat hoort ook bij zo'n afgelegen plaats. Een kamer met kaarslicht en gelukkig is er een warme douche. Vanonder de douche is er een mooi uitzicht op de donkere silhouetten van het omliggende gebergte. Beleving van de canyon.. Uiteindelijk hebben we een slaapplaats en warme douche met diner en ontbijt voor totaal nog geen 10 euro.
De volgende ochtend weer vroeg op want we hebben een lange tocht voor de boeg. Half zeven hebben we ontbijt en om 7 uur vertrekken we. We volgen eerst de loop van de rivier en komen door oaseachtige dorpjes. We lopen echter verkeerd want het pad loopt dood in een driehoek van ravijnen. We lopen terug en worden weer op de goede weg geholpen door de allervriendelijkste mensen. Het blijkt dat we op de goede weg zitten want we zouden eerst een steile klim hebben tegen de andere kant van de kloof op. Die klim vinden we en in het felle zonnetje valt de eerste klim best zwaar. Jan draagt de benodigdheden, water en voedsel. Samantha haar kleren en toilettas. Maar genoeg gelachen hierom, al de Zumba-training blijkt zijn vruchten af te werpen en ik moet aanpoten om het tempo te kunnen volgen. Hijgend als een paard zijn we blij dat we de eerste klim gehad hebben. We kunnen nu voor 2 uur een vlak pad volgen wat ons door verschillende dorpjes leidt en waarna we weer kunnen afdalen naar de Colca rivier.
Om 11 uur komen we aan bij de rivier waar ook weer een oase is. We liggen goed op schema dus we gunnen onszelf 2 uur rust. We eten weer een beroerdespaghettiwaar de tomatensaus is gemaakt van alleen rode wijn met gesnipperde uitjes. Alles in de kloof wordt aangevoerd per ezel dus we moeten het er maar mee doen. De spaghetti moet ons de benodigde energie leveren voor de lange klim naar boven. We moeten een hoogte overbruggen van 1200 meter en dat op een hoogte van 2000 tot 3000 meter. Voor de kenners de Alpe d' Huez in Frankrijk is iets meer dan 1000 meter omhoog. We ontzien het wel een beetje maar anders dan bij een berg heb je in een canyon geen keus. Het eerst stuk gaat nog vrij gemakkelijk en we hebben geluk dat het bewolkt wordt en er zelfs enkele spetters vallen waardoor wij een beetje afkoelen, maar wanneer we in het rotsgedeelte komen wordt het zwaarder. De treden worden groter en zijn een belasting voor de knieën. Helemaal buiten adem houden we een korte stop. Een caballero op een ezel vertelt ons dat we halverwege zijn en we maken een praatje met hem. We kunnen inmiddels al een aardig woordje Spaans en een gesprekje lukt al aardig. Een beetje uitgerust vervolgen we onze weg. De laatste loodjes wegen enorm zwaar. Na 3,5 uur klimmen bereiken we de bovenkant. Dan is het nog een half uurtje lopen naar het dorpje. Zwaar vermoeid maar we zijn ook wel trots op de prestatie.
We besluiten in het dorpje maar te verkassen naar een ander hostel vanwegen lawaaierige nachten en de nonchalante manier van omgaan met het wasgoed en de achtergelaten backpacks. Even nog een hoop discussie over een verdwenen sok, waarbij wij gelukkig gelijk hebben en we de sok toch vinden achter de wasmachine. Maar na een goede douche, een goed biertje en 2 lekkere pizza's zijn de ontberingen van vandaag ook weer snel vergeten. Het was een prachtige tocht, schitterende uitzichten op de canyon en hoewel zwaar is het ook wel eens fijn om het lichaam weer eens uit te testen en het van jezelf te winnen.
Het gaat ons goed, we zijn fit, we hebben af en toe wel last van maagproblemen en we zijn nu ook wat voorzichtiger geworden met eten. Hoewel een net restaurant ook nog slecht eten kan leveren... Nog één week te gaan en we hebben nog verschillende dingen op het programma staan hoewel we ook al verschillende dingen doorgestreept hebben omdat de afstanden en het reizen toch meer tijd kosten dan verwacht. We hebben erg genoten van Bolivia, met name het lokale leven, de marktjes en de vriendelijke mensen en ook de 'prijs-kwaliteitsverhouding
Peru is toch een beetje anders, het land is makkelijker bereisbaar en daardoor ook meer in trek bij het soort toeristen wat je liever niet te vaak tegenkomt op je vakantie... Als gevolg hiervan zijn de mensen stukken brutaler, je wordt meer lastig gevallen op straat en op de stations. In restaurants en ook bij toeristische activiteiten gelden speciale prijzen voor toeristen die stukken hoger liggen dan de werkelijke. Echter met een aardig mondje Spaans en onze eerder opgedane wijsheden weten wij ons hier ook aardig te weren. We hebben het best naar ons zin.
We willen iedereen bedanken voor alle reacties en mails. Altijd leuk om iets vanuit Nederland te lezen. We proberen ook het nieuws nog een beetje te volgen via internet. Het weer is niet al te best zagen we en politiek wil het ook nog niet echt vlotten... Kortom we hebben nog niet echt het gevoel dat we veel missen...!
Allen de hartelijke groeten,
Jan & SamanthaSalar de Uyuni en een dronken chauffeur
29 Augustus 2010, we lopen iets achter met het posten. We zijn inmiddels Bolivia al in en ook weer uit. We beginnen gewoon waar we gebleven waren. Jullie willen tenslotte niets missen...
In het vorige bericht schreven we dat ons reisplan min of meer in duigen viel doordat de Bolivianen alles geblokkeerd hadden in het gebied waar wij doorheen wilden trekken.
Zaterdag 14 augustus besluiten we dat we teveel tijd kwijt raken met wachten tot de situatie weer stabiel is. We wijzigen ons reisplan en willen nu in 2 dagen met de bus via Arica naar La Paz. Op weg naar de bus lopen we toch nog even binnen bij een ander bureau welke ook tours via de zoutvlakte naar Uyuni verzorgt. En wat blijkt; vanaf maandag wordt er weer gestart met de tours. In het weekend zal er extra diesel de woestijn in gereden worden omdat er tussentijds niet getankt kan worden, want in Bolivia is alles geblokkeerd. We zullen dan ook een alternatieve tour moeten volgen en als de situatie aanhoudt dan komen we terug naar San Pedro in Chili en niet, zoals we dit eerder van plan waren, verder trekken via Uyuni door Bolivia. We zijn echter allang blij dat we toch de Salar, de zoutvlakte, kunnen zien.
Het verdere weekend brengen we door met wat lui in de hangmatten 'hangen' bij ons hostel, daar we de meeste bezienswaardigheden rondom San Pedro wel gezien hebben. Wanneer we het luieren beu zijn huren we mountainbikes en trekken de bergen in. Op 2500 meter een zware sportieve prestatie leveren valt echter tegen doordat je na een halve km klimmen al flink naar adem hapt. De tocht wordt iets korter dan verwacht maar daarom niet minder mooi. De onverharde paadjes en rivierbeddingen vergen alle behendigheid en met flink wat last van zadelpijn (ook nog van het paardrijden) en van de polsen eindigen we weer in de hangmatten. Aan het eind van de middag maak ik, alleen, nog een tocht verder de vallei in, het is een vlak gebied en wat groener door de uitlopers van de rivier, en ik beland bij verschillende kleine boerenbedrijfjes met kippen een kleine kudde schapen en enkele lama's. Wanneer ik echter enkele valse honden, die goed waaks zijn, van me af moet trappen vind ik het ook wel mooi geweest.
Maandagochtend vertrekken we om 8 uur met een busje van het agentschap waar wij onze 4-daagse tour geboekt hebben. We rijden eerst naar de Chileense grenspost om daar de formaliteiten af te handelen. Vervolgens rijden we het hoger gelegen Andesgebergte in. Op bijna 4000 meter hoogte staat ook nog een klein gebouwtje, de Boliviaanse grenspost, met daarin één douanebeamte die zijn vak verstaat en die zonder verdere controle een stempeltje zet in de daarvoor bestemde bladzijde van ons paspoort. Het is een mooie grensovergang, in alle leegte één gebouwtje, je laat het wel uit je hoofd om hier te proberen iets de grens over te smokkelen...
We zijn met een groep van 10 personen uit Australië, Engeland, Duitsland, Chili en zelfs nog 2 andere Nederlanders, zoveel zijn we er nog niet tegengekomen. Bij de grenspost wordt de groep gesplitst en we vervolgen onze weg in een soort van Jeep-trucks die beter geschikt zijn voor dit landschap. We zitten met 6 personen in de Jeep waarvan de chauffeur tevens onze gids is die keurig Spaans mompelt. Gelukkig spreekt Jackie, de Chileense, naast uitstekend Spaans ook nog een beetje Engels dus wanneer wij en ook de andere 2 Hollanders er geen wijs meer uit kunnen is ze best bereid om het één en ander te verduidelijken.
We zien de verschillend gekleurde meren. Het witte meer en het groene meer. De kleuren ontstaan door het mineralengesteente eronder en de weerkaatsing van de zon daarop. We passeren grote stukken zandwoestijn waar uit het niets enorme rostblokken oprijzen. Deze woestijn heeft de naam 'Dali rock desert' genaamd naar Salvador Dali, de beroemde Spaanse kunstschilder die verschillende schilderijen gemaakt heeft van dit surrealistische landschap. Onze tocht voert ons verder langs heetwaterbronnen welke uitmonden in een groot meer. Erg bijzonder; de randen van het meer zijn bevroren terwijl het water langs de randen warm is. Dit komt door de scherpe koude wind die er op deze hoogte waait. Voor de liefhebbers is een deel van de bron ingericht om te zwemmen, maar wij ontzien de verkleedpartij in de koude wind. We bezoeken de 'Sol de Mañana geysers' waar hier ook alles weer borrelt en kookt. We kunnen er alleen niet al te dicht bij komen omdat de bodem onbetrouwbaar is en niet bekend is hoever de geysers onder de grond door lopen. Aan het eind van de middag komen we aan bij ons hostel voor de eerste nacht, gelegen aan het 'laguna colorada', het rode meer. In de namiddag bezoeken we het okerrode meer, waar ook weer veel prachtig roze flamingo's te zien zijn.
Ons hostel voor de nacht is erg basic. Door de wegblokkeringen in Bolivia is het rustig met toeristen en zijn wij de enige groep hier. Het dak is van golfplaten, er is geen warm water en de koude wind waait overal doorheen. De Boliviaanse dames verzorgen voor ons een simpel diner. We vullen de avond met een goed gesprek, onze tourgenoten zijn allemaal leeftijdsgenoten, en een potje kaarten. Maar vanwege de kou liggen we om 9 uur in bed. Gelukkig kunnen we een slaapzak huren naast de dunne dekentjes die op het bed liggen. Naast thermo ondergoed en nog een extra zijden lakenzak moet ons dit wel warm houden de komende nacht. De temperatuur daalt buiten naar -20 graden en binnen is het ook goed koud. Door de kou en de grote hoogte waarop we verkeren wordt er door iedereen slecht geslapen en de volgende ochtend heeft iedereen ofwel flinke pijn dan wel een zwaar gevoel in het hoofd. De remedie tegen hoogteziekte is goed rusten en veel water drinken. Van rusten komt verder niet veel en het vele water dat we drinken zorgt ervoor dat het gehobbel over de onverharde wegen nogal eens tot een noodstop leidt.
Na het ontbijt vertrekken we weer. Als eerste bezoeken we 'Stone tree', een rotsblok midden in een zandwoestijn wat door wind en zand geërodeerd is tot een rots in de vorm van een boom. Iedereen wil hier dan natuurlijk ook een foto van hebben. Gelukkig zijn wij dan maar met twee jeeps en niet zoals normaal met een stuk of 20. Toch een voordeel die blokkades. Het landschap blijft bizar, totale leegte en hierin enorme rotsblokken op willekeurige plaatsen. We bezoeken de prachtige meren Cañapa, Honda, Hedionda en Charcota. Weer schitterende plaatjes. Sommige meren zijn wit van zout en ook half bevroren. Met de felle zon is dit een mooi zicht. In de meren zitten grote kolonies flamingo's en langs de randen nemen vicunas een koud bad. Onze chauffeurs bereiden een gezonde lunch en we genieten van deze mooie plaatsen die we nu ook weer helemaal voor onszelf hebben, wat ons wel bevalt. We vervolgen de route en komen aan bij de actieve vulkaan 'Ollagüe'. Het landschap eromheen bestaat uit gestold lava wat de gekste vormen heeft. Eén van de jeeps heeft een lekke band dus deze moet gewisseld worden, en wij genieten op de lava van het zonnetje en de stilte om ons heen. De stapels stenen die her en der geplaatst zijn als offer aan 'Pachamama', de moeder aarde, dienen goed als camerastatief voor de zelfontspanner. Wanneer de wagens weer in orde zijn trekken we verder. We krijgen alvast een voorproefje op de volgende dag want we rijden over een andere, ook grote, zoutvlakte. Onze jeep is de nieuwste niet meer. De ventilators doen het niet meer en ook de ramen kunnen niet meer open. Wanneer we de deur dicht slaan valt de motor uit. Het zonnetje brand fel en binnen wordt het gloeiend heet, we verbranden door het raam heen. Gelukkig doemt ineens een spoorlijn op en vandaar is het niet ver meer naar het kleine dorpje 'San Juan' waar we de nacht doorbrengen in een zouthotel.
Het zouthotel is een ervaring op zich. Het hele gebouw is opgetrokken uit blokken uitgehakt uit de zoutvlakte. Alles is van zout, de tafels, krukjes en ook de bedden. De vloer is bedekt met een laag los zout. Na ons verblijf zijn we dan ook aardig voorbereid op de zoutvlakte, het is overal zout, in bed, in je kleren en in de backpacks. Onze groep is het unaniem eens dat we om 4.30 uur willen opstaan om de zon op te zien komen op de zoutvlakte. De avond ervoor is echter gezellig dus het vroege tijdstip valt voor de meesten niet mee.
De zon komt op tussen 6 en 6:30 uur dus we vertrekken om half zes richting de zoutvlakte. Onze chauffeurs laden de bagage weer op het dak in alle donker. Volgens de berichten zouden de blokkades in Uyuni opgeheven zijn dus dit wordt dan onze eindbestemming voor deze dag. Het is nog een uur rijden naar de zoutvlakte. De chauffeur weet feilloos de weg door de rotsachtige zandwoestijn. De snelheid ligt hoog maar hij lijkt te weten waar er gevaarlijke hobbels of geulen liggen en remt op tijd af. De wagens houden zich goed in het onherbergzame landschap. Wanneer het langzaam licht wordt zien we dat we al op de zoutvlakte zitten, tot aan de horizon niets dan zout. Echter onze chauffeur blijft maar doorjakkeren. Wanneer uiteindelijk de zon tevoorschijn komt wordt er abrubt gestopt. En zo staan we dan op de vlakte in alle leegte terwijl de zon opklimt. Doordat we redelijk dicht bij de evenaar zitten stijgt de zon snel. Onze lange schaduwen worden al snel korter, de lichtval is prachtig. Onze chauffeur heeft het blijkbaar al genoeg gezien, zijn stoel gaat achterover en hij verzinkt in diepe rust. We vermaken ons met het maken van speciale foto's met perspectiefbedrog.
We vervolgen onze weg en komen aan bij 'Isla del Pescado' oftewel 'Viseiland' een eiland van gestold lava temidden van de zoutvlakte wat de vorm heeft van een vis, vandaar de naam. Het eiland is bijzonder omdat het vol staat met cactussen. Ook deze groeien maar 1 mm per jaar. De hoogste is 12 meter en is helaas omgewaaid, de hoogste die nog overeind staat is nu 9 meter. Vanaf het eiland hebben we een mooi uitzicht en blijkt de weidsheid van de grootste zoutvlakte ter wereld. Deze reikt zover het oog rijkt, om precies te zijn is de grootte 11500 km2, volgens de kenners komt dit overeen met één derde van België. In de verte zien we een grote vulkaan, deze vulkaan zou in de verre historie een enorme uitbarsting gehad hebben. Door de enorme hitte is het meer, of zee, helemaal ingedroogd en is alleen het zout overgebleven. De enkele eilanden van lavagesteente, zoals deze, getuigen hiervan. Het is dan ook niet moeilijk voor te stellen dat alles zee is geweest.
We krijgen een uur om het eiland te bekijken. Wanneer we terugkomen is onze chauffeur in geen velden of wegen te bekennen. Hij blijkt in het, enige, restaurant te zitten. Wanneer we hem melden dat we klaar staan om te vertrekken verzoekt hij ons om zelf de zoutvlakte verder op te lopen en nog wat foto's te gaan maken zodat hij even klaar kan eten. We vinden het wat vreemd maar we vermaken ons wel dus lopen we verder de vlakte op en bedenken nieuwe creatieve ideeën voor op de foto. Na een half uur komen we terug bij het eiland en moeten we onze chauffeur weer gaan roepen. We vervolgen onze weg echter onze chauffeur maakt snelheiden van 120 km per uur, hij rijdt meer naast de sporen dan erop en lijkt af en toe zelfs in slaap te vallen. In de auto hangt een sterke dranklucht. Er volgt een felle discussie op de voorstoelen, gelukkig is er iemand die goed Spaans spreekt... Jorge, de chauffeur, zegt dat alles goed gaat en dat hij best in staat is om te rijden. We voelen ons echter verre van veilig. Hoewel de vlakte erg vlak is, zal het gevaar hier nog wel meevallen maar we weten niet wat er hierna nog komt. Ongemerkt gaat onze chauffeur steeds harder rijden. We verzoeken hem steeds om zachter te gaan rijden maar wanneer hij uiteindelijk weer in slaap valt is de maat vol. We laten de auto stoppen, gelukkig heeft Jackie, de Chileense, de tegenwoordigheid van geest om snel de contactsleuteltjes eruit te grissen. Onze andere jeep is nergens te bekennen. Gelukkig staan één km verderop twee andere jeeps van een ander agentschap. We lopen erheen en vragen of we deze kunnen volgen tot we in Uyuni zijn. Dit is geen probleem.
We laten Jorge plaatsnemen op de achterbank. En zo ben ik ineens de chauffeur en gids van onze truck, op de 'Salar de Uyuni'. De discussie tussen Jackie en Jorge gaat onverminderd voort. Jorge lijkt het eerst nog niet erg te beseffen en meldt dat hij dit wel vaker doet en dat het nooit tot problemen heeft geleid. Er wordt echter fel op ingegaan, en Jorge lijkt te beseffen dat het er somber uitziet voor zijn carriere.
Het rijden op de zoutvlakte valt niet tegen hoewel de besturing te wensen overlaat, het stuur heeft één omwenteling aan speling. We komen aan bij het oude zouthotel wat inmiddels een museum is, omdat de andere wagens hier stoppen doen wij dit ook. Het museum is alleen van de buitenkant te bezichtigen, we lopen er een rondje omheen maar het is niet echt bijzonder, gewoon een gebouw van zout, zoals ons hotel van de afgelopen nacht. Het museum is van alle kanten voorzien met bordjes 'Don't pee here' wat wel een tegenvaller is voor de meiden. Wanneer we terugkomen bij de wagen is Jorge diep in slaap.
We rijden verder en onze volgende stop zijn de zoutmijnen. De bovenste laag zout wordt afgeschraapt en gekristalliseerd in waterbaden. We komen aan bij een klein dorpje waar de mijnwerkers wonen en waar de inkomsten vooral bestaan uit souvenirs van zout. We kopen enkele dobbelstenen van zout. Wanneer we terugkomen bij de auto blijkt dat Jorge de dorpsoudste erbij gehaald heeft. Een sluw ogend mannetje, met een klein hoedje en één voortand sommeert mij streng kijkend de sleutels van de wagen in te leveren. Jackie gaat echter fier de discussie aan, wij kunnen al het rappe Spaans niet volgen. Uit een korte vertaling blijkt dat er enkele kilometers verderop een controlepost is van de Boliviaanse politie. Wanneer wij Jorge niet laten rijden en de zaak niet in de doofpot stoppen zal er daar aangifte gedaan worden van autodiefstal en gijzeling van de chauffeur. Even zie ik mezelf al eindigen in de Boliviaanse gevangenis, wat waarschijnlijk geen pretje is. Maar de discussie gaat voort en onze chauffeur, hoewel hij flink kauwgom knauwt, is nog steeds dronken dus dat zou hopelijk voldoende bewijs zijn voor onze beslissing. We vragen hulp bij andere chauffeurs, maar deze geven te kennen geen partij te willen kiezen omdat het anders onderling vechten wordt. Gelukkig staat Jackie haar mannetje en sabelt alle argumenten in rap Spaans van tafel tot de mannetjes beseffen dat er niet aan te tornen valt. Ineens is het pleit beslecht. Ik moet verder rijden, Jorge gaat achterin en lijkt zich te schikken in zijn lot. Gelukkig blijkt hun verhaal bluf te zijn, en er is geen spoor van politie of een controlepost. We verlaten de zoutvlakte en rijden over een erg slechte weg in de richting van, naar we hopen, Uyuni. Onze eindbestemming. Op de achterbank gaat Jorge over tot een smeken dat we het hierbij laten zodat hij zijn baan kan houden. Jackie is echter onverbiddelijk, ze is van plan hem te laten boeten en compensatie te regelen bij het agentschap. Samantha weet één en ander vast te leggen op video zodat latere discussies niet mogelijk zijn.
Wat zijn we blij wanneer uiteindelijk de stad Uyuni opduikt. Jorge is gelukkig nog zo vriendelijk om ons door een omweg heen te leiden zodat we niet in de file belanden die bij het tankstation staat. Door de blokkades is de stad lang ontheven geweest van brandstof. Nu er weer een levering is geweest wil iedereen tanken. Gevolg een enorm lange file van lege auto's voor het tankstation. We komen aan bij het kantoortje van het agentschap waar we ons beklag willen doen. Als inzet hebben we de autosleutels. In de eerste instantie is men van plan om het verhaal als normaal af te doen en dat drinken en rijden gewoon de Boliviaanse cultuur is. Echter wanneer we dit vastleggen op camera draait de wind. Jackie volhard en uiteindelijk krijgt ze de Chileense vestiging aan de telefoon. Gevolg is dat de grote baas op komt draven en na een uur van discussie, vooral in Spaans, wordt overeengekomen dat we een compensatie krijgen van deze dag en extra geld voor de komende overnachting en maaltijd.
We zijn blij de anderen van ons gezelschap weer te zien en na een uitgebreide lunch zakt de spanning weer wat af. Alles is goed afgelopen en we kunnen terugzien op een spannend maar ook wel mooi avontuur. Hoewel het meer genieten achteraf is dan op het moment zelf hebben we toch een unieke ervaring gehad. Er zullen weinig touristen zijn die zelf hun chauffeur/gids uit de woestijn thuisgebracht hebben...
De rest van de middag zoeken we uit hoe we van hieruit verder kunnen reizen en rusten we uit in ons hotel. Uyuni als eerste kennismaking met Bolivia valt helemaal niet tegen, we worden vriendelijk begroet door verschillende mensenop straat en de lokale marktjes zijn een prachtige beleving. 's Avonds dineren we met zijn allen bij een Mexicaan, en uiteindelijk belanden we in de 'Extreme Fun Pub' waar men cocktails kan drinken uit schaamteloos gevormde mokken...
Iedereen de hartelijke groeten,
Jan & Samantha
San Pedro de Atacama, en de rest van noord Chili

Pancho's in Tucuman en verder...
Buenos Aires en Iguazu watervallen
Vertrek naar Buenos Aires
